Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Stalman, R.

Auteur: Robert Stalman

Afstudeerjaar: 2006

Vakgroep: Geschiedenis van de Filosofie

Scriptie:

Ontologie en Vrijheid bij Sartre en Merleau-Ponty

 

Samenvatting:

Jean-Paul Sartre en Maurice Merleau-Ponty hebben ieder op eigen wijze invulling gegeven aan het wijsgerig existentialisme. Met behulp van Husserls' fenomenologische methode ontwikkelden beiden een existentiele ontologie die de mens en zijn 'concrete' bestaan moest beschrijven.

Sartre's ontologische grondstructuur behelst een dualisme tussen het zijn 'voor-zich' en het zijn 'op-zich'.Kort gezegd: tussen 'bewustzijn' en 'dingen'. Vanuit deze zijnsstructuur ontwikkelt Sartre een vrijheidsbegrip dat is gefundeerd op de 'intentionele' activiteit van het bewustzijn (het voor-zich).

Merleau-Ponty vertrekt vanuit de 'leefwereld'; via een descriptief-fenomenologische analyse hiervan stelt hij dat de menselijke existentie primair een lichamelijk 'zijn naar de wereld' is. Onze existentie valt in eerste instantie niet 'rationalistisch' - via een 'kennend' bewustzijn - te begrijpen; een dergelijke analyse veronderstelt namelijk iets wat binnen het domein van de pre-reflexieve waarneming nog helemaal niet thematisch valt af te bakenen.

De verschillende ontologische uitgangspunten van beide denkers komen pregnant naar voren in hun vrijheidsbegrip. In het laatste hoofdstuk van zijn Fenomenologie van de Waarneming gaat Merleau-Ponty een (impliciete) dialoog over vrijheid aan met Sartre: de vrijheid van Sartre is zijns inziens een idealistische abstractie, en daardoor 'betekenisloos'; Sartre's primaat van het bewustzijn negeert het situationele karakter van de vrijheid: vrijheid heeft pas betekenis tegen een achtergrond, een 'veld', van niet-vrijheid.

In mijn scriptie wil ik deze kritiek nader onderzoeken. Daarbij komt o.a. naar voren dat Merleau-Ponty in zijn kritiek Sartre's onderscheid tussen 'vrijheid in situatie' en 'ontologische vrijheid' heeft genegeerd. Ook heeft hij het onderscheid dat Sartre in zijn La Transcendance de L'ego maakte tussen 'ego' en 'bewustzijn' naast zich neergelegd: het bewustzijn is vrijheid bij Sartre, niet het ego.

Sartre maakt een duidelijk onderscheid tussen een inhoudelijke beschrijving van de vrijheid en dat wat haar beperkt. De grondslag hiervoor is Sartre's ontologisch dualisme. Bij Merleau-Ponty lijkt het 'ambigue' karakter van zijn ontologie van 'lichaam-subject' een adequate 'verbetering' of 'aanvulling' hiervan problematisch te maken.

  

Laatst gewijzigd:01 november 2013 14:56