Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Huisman, L.

Auteur: Liesbeth Huisman
Afstudeerjaar: 2006.
Vakgroep: Theoretische Filosofie 

Scriptie:
Neuroscientific Reduction: Functional versus Phenomenal Aspects of the Mind

Samenvatting:

John Bickle bepleit in twee recente boeken een volledige reductie van onze mentale toestanden naar neurologische processen. In 'Neuroscientific Reduction: Functional versus Phenomenal Aspects of the Mind' laat ik zien dat hij hier wat betreft twee punten te optimistisch is: (1) zijn theorie over reducties is niet goed gedefinieerd en (2) een dergelijke theorie blijkt wel toepasbaar op functionele aspecten van mentale theorieën maar niet op fenomenale aspecten.

Om zinvol over reducties te kunnen spreken, is het allereerst noodzakelijk een goede theorie met betrekking tot reducties op te stellen. Bickle introduceert de term ‘structural similarity’ tussen twee theorieën als voorwaarde voor een reductie van een van deze twee theorieën tot de andere theorie. Daarnaast stelt hij dat er‘ontological reductive links’ moeten bestaan tussen elementen van de twee theorieën. Deze ORLs blijken beter gedefinieerd te kunnen worden met behulp van de notie van functionele reducties van concepten die Kim verdedigt in ‘Mind in a physical world’.

Met behulp van deze twee voorwaarden voor reductie heb ik drie psychologische theorieën geanalyseerd op reduceerbaarheid tot neurologische theorieën, te weten theorieën met betrekking tot leren en het geheugen, horen en visuele aandacht. Ons leervermogen en het geheugen blijken op allerlei fronten structurele overeenkomsten te vertonen met de neurologische processen die correleren met leer- en geheugentaken. Daarnaast zijn veel elementen uit de psychologische theorie ook goed functioneel te beschrijven en functioneel te reduceren tot neurobiologische processen. Er is dus sprake van ORLs. Bij de analyse van de psychologische aspecten van ons leervermogen en het geheugen heb ik voornamelijk naar functionele aspecten gekeken. Dit in tegenstelling tot de analyse van horen en van visuele aandacht, waar ik voornamelijk gekeken heb naar de fenomenale aspecten. Deze theorieën over horen en visuele aandacht blijken niet met behulp van de gestelde voorwaarden voor een reductie gereduceerd te kunnen worden. Bij horen zijn er wel structurele overeenkomsten tussen de twee theorieën. Echter, er kunnen vooralsnog geen ORLs worden gelegd tussen de elementen van beide theorieën. Over visuele aandacht is nog te weinig bekend om van structurele overeenkomsten te spreken. Ook ORLs kunnen hier nog niet gedefinieerd worden. Deze analyses laten zien dat de genoemde voorwaarden voor reducties goed bruikbaar zijn voor de reductie van functionele aspecten van mentale theorieën tot neurologische theorieën. Echter, ze schieten tekort voor wat betreft de reductie van fenomenale aspecten van mentale theorieën tot neurologische theorieën.

 

Laatst gewijzigd:01 november 2013 14:56