Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Visser, J.

Auteur: Jeroen Visser

Afstudeerjaar: 2005

Vakgroep: Praktische Filosofie

Scriptie:

De rehabilitatie van de politiek. Een vergelijking van de kritiek van Carl Schmitt en Hannah Arendt op de liberale representatieve democratie

 

Samenvatting:

Weinig politieke filosofen lijken zo ver van elkaar af te staan als Hannah Arendt en Carl Schmitt. Arendt, die in 1933 moest vluchten voor de Nazi’s, maakte na de Tweede Wereldoorlog furore in Amerika met boeken als The origins of totalitarianism en staat bekend als een van de grootste politieke denkers van de 20e eeuw. Dikwijls wordt ze geroemd om haar ‘republikeinse’ politieke filosofie, waarin politieke participatie centraal staat. Schmitt is vooral bekend omdat hij tussen 1933 en 1936 zijn diensten als jurist aan het nazi-regime verleende. Zijn bekendste werk Der Begriff des Politischen (1928), waarin hij politiek definieert als ‘het onderscheid tussen vriend en vijand’, werd vorig jaar nog door Filosofie Magazine uitgeroepen tot ‘het gevaarlijkste boek uit de geschiedenis van de wijsbegeerte’. Schmitt toont zich in dit werk een gepassioneerd criticus van de liberale democratie. Maar juist in de kritiek op de liberale democratie in het algemeen, en de parlementaire democratie in het bijzonder, zijn er sterke overeenkomsten tussen Hannah Arendt en Carl Schmitt. In deze scriptie ga ik in op de vraag hoe het kan dat Arendt en Schmitt zich, ondanks hun verschillende conceptie van politiek, beide keren tegen de liberale representatieve democratie. Ook kijk ik naar de politieke alternatieven die Arendt en Schmitt geven. Deze vraag is onder meer relevant omdat het werk van zowel Schmitt als Arendt momenteel een ‘revival’ kent.

Een deel van de verklaring voor de overeenkomst in het werk van beide filosofen moet worden gezocht in hun gemeenschappelijke Duitse intellectueel-culturele achtergrond (H1). In Duitsland was er in de 19e en aan het begin van de 20e eeuw sprake van een brede en heftige kritiek op de ‘moderne’ en ‘liberale’ ontwikkelingen en instituties. Deze kritiek is ook terug te vinden in het werk van Arendt en Schmitt (H2). Beide auteurs bekritiseren de moderne liberaal-individualistische samenleving en de liberale politiek. Het liberalisme stelt volgens hen privé-belangen boven politieke (en daarmee gemeenschappelijke) belangen en ondermijnt daarmee de politiek. Arendt en Schmitt proberen allebei de politiek te rehabiliteren door een nieuw concept van de politiek te introduceren.

Beide filosofen zijn zeer kritisch over de parlementaire democratie (H3). Arendt bekritiseert het parlementaire systeem omdat het burgers niet laat participeren in de politiek. Zowel Arendt als Schmitt hebben felle kritiek op politieke partijen omdat ze volgens hen slechts als sociale machtsblokken functioneren en bovendien een ‘totalitaire neiging’ vertonen. De moderne democratie heeft volgens beide filosofen zijn basis in Rousseau’s Algemene Wil en juist in die gedachte ligt het gevaar van een partijdictatuur verscholen. Arendt pleit er daarom voor om de democratie (inclusief het algemeen kiesrecht) te vervangen door een republiek, geïnspireerd op revolutionaire ‘raden’. Schmitt daarentegen ziet de democratie als enige reële optie, maar dan wel in een radicale vorm. Een sterke representatieve leider kan het gehele volk volgens hem veel beter representeren dan de partijen – die slechts hun eigen belangen representeren. Een van de belangrijkste conclusies is dat beide auteurs door hun radicale analyses van de moderniteit, het liberalisme en de politiek uitkomen bij een extreem alternatief (H4). Ironisch genoeg leidt dat in beide gevallen tot onpraktische en juist depolitiserende politieke modellen.   

 

Laatst gewijzigd:01 november 2013 14:59