Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Grüneberg, P.

Auteur: Patrick Grüneberg

Afstudeerjaar: 2005

Vakgroep: Geschiedenis van de Filosofie

Scriptie:

Die Transformation des Gegebenen – Zu den Möglichkeitsbedingungen des Empirischen bei Kant und Fichte

 

Samenvatting:

Het fenoneem dat het uitgangspunt voor mij onderzoek vormt, is het empirische bewustzijn. In het bijzonder gaat het mij om de verhouding van het subject tot zijn voorstellingen. Deze verhouding is structureel daardoor gekenmerkt dat het subject zich enerzijds voorstellingen kan toeschrijven die het tegelijkertijd van zich onderscheidt. In een kentheoretisch context wordt deze verhouding bepaalt als het „Gegebene“ („the Given“): Het subject zijn de objecten in diens voorstelling gegeven, d.w.z. het subject maakt de objecten niet naar zijn willekeurmaar is in het empirische bewustzijn geconfronteerd met een bestaande en van hem onafhankelijke wereld. Dat de wereld niet als wereld an sich maar tegelijkertijd alleen als voorgestelde wereld van het subject wordt begrepen, vormt de kentheoretische constellatie die op een transcendentaalfilosofische manier wordt onderzocht.

Immanuel Kant heeft in zijn Kritik der reinen Vernunft (1781/87) een theorie ontworpen die wil laten zien hoe objectieve kennis van de empirische wereld mogelijk kan zijn. Het gaat hem daarbij niet om de werkelijkeid van empirsche kennis (die vooronderstelt hij), maar om de voorwaarden voor de mogelijkheid van synthetische oordelen a priori. In deze oordeelstheoretische context veronderstelt Kant een dichotome structuur van het menselijke bewustzijn: het zuiver formele verstand staat tegenover het materiale Gegebene. Deze structuur dient hem in het vervolg om de functie van de categorieën en hun aprioriciteit te expliceren. Echter wordt in een bewustzijnstheoretische contextduidelijk dat deze dichotomie van het menselijk bewustzijn zelf is niet gefundeerd maar alleen vooronderstelt. Johann Gottlieb Fichte heeft in zijn Grundlage der gesamten Wissenschaftslehre (1794) een poging ondernomen juist deze dichotome structuur van het bewustzijn te funderen. Hij wil verklaren hoe een spontaan subject een verhouding tot diens spontaniteit beperkende objecten kan hebben.

In de scriptie ga ik ten eerste de probleemstelling op basis van een analyse van enkele centrale passages uit de Kritik der reinen Vernunft ten opzichte van de structuur van het empirisch bewustzijn formuleren. Daarna onderzoek ik het theoreem van de „Öffnung“ uit de Grundlage der gesamten Wissenschaftslehre waarmee Fichte wil verklaren hoe een spontaan subject receptiev kan zijn. In een directe vergelijking met Kant wordt duidelijk dat het Gegebene waaruit het kantiaanse subject de objecten vormt, bij Fichte binnen het principe van de subjectiviteit zelf valt. Een kritische bespreking van Fichte´s oplossing in hetlaatste hoofdstuk laat zien dat hij de kantiaanse vooronderstellingen alleen maar systematisch kan funderen door een productief begrip van de rede ten grondslag te leggen dat het kantiaanse denken overschrijdt.

  

Laatst gewijzigd:01 november 2013 14:59