Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Kamstra, E.

Auteur: Engeltje Kamstra

Afstudeerjaar: 2004

Vakgroep: Praktische Filosofie

Scriptie:

Van Inzicht naar Plicht. Een ecocentrische beschouwing van de relatie tussen mens en natuur

 

Samenvatting:

In deze scriptie staat de zogenaamde ecocentrische beschouwingswijze van de relatie tussen mens en natuur centraal. Deze heeft de ‘ecosfeer’ als uitgangspunt. Het idee hierachter is dat de mens inherent deel uitmaakt van de ecosfeer en er een centrale rol in speelt. Mijn stelling is dat in het streven naar een meer milieu- en natuurvriendelijker levenswijze, vanuit filosofisch-ethisch gezichtspunt het ecocentrisme de voorkeur verdient, omdat het een in morele zin onpartijdiger en rijkere visie op de werkelijkheid belichaamt.

In het verlengde hiervan stel ik dat het van grote morele en praktische waarde is dat de intrinsieke waarde van planten, dieren en ecosystemen wordt erkend. Het is echter de vraag hoe en of dit gerechtvaardigd kan worden. Ik heb deze vraag beantwoordt aan de hand van een specifieke ecocentristische ethiek, namelijk de landethiek van Aldo Leopold. Leopold heeft twee lijnen in zijn denken, één gericht op ethische waarde en één gericht op esthetische waarde.Dit blijkt uit zijn uitspraak dat: "het land een passend object is voor gevoelens van liefde, respect en bewondering ". Bovendien veronderstelt hij dat de erkenning van deze waarden leiden tot de ervaring van plichten ten aanzien van de natuurlijke wereld.

In hoofdstuk een heb ik aan de hand van het werk van Leopold en zijn volgeling John Baird Callicott antwoord gegeven op de vraag wat de landethiek inhoudt en hoe zij het idee rechtvaardigt dat de mens deel uitmaakt van de natuur en in morele zin ondergeschikt is aan de natuur. In hoofdstuk twee onderzoek ik aan de hand van het werk van Arnold Berleant hoe een esthetische milieufilosofie, die in principe hetzelfde uitgangspunt heeft als de landethiek, namelijk het idee dat de mens inherent deel uitmaakt van de ecosfeer, vormgegeven wordt. Verder laat ik zien op welke manier de esthetische ervaring van de natuur bijdragen kan aan de ecologische ethiek in het bijzonder en natuurbehoud in het algemeen.

Na de beschouwingen over ethiek en esthetiek heb ik in hoofdstuk drie het waardebegrip dat in de landethiek en de esthetiek van Berleant gehanteerd wordt uiteengezet. Ik geef daar antwoord op de vraag hoe de erkenning van intrinsieke waarde gerechtvaardigd wordt, hoe ze gedefinieerd wordt en of intrinsieke waarde, dat ik in navolging van Robert Nozick baseer op de notie van ‘organische eenheid’, een goede onderbouwing vormt voor de ecocentrische ethiek. Tot slot heb ik in het concluderende hoofdstuk vier, de praktische implicaties en toepassing van de landethiek beschouwt en geef ik op basis van de voorafgaande hoofdstukken antwoord op de vraag of een ecocentrische ethiek als de landethiek te rechtvaardigen is.

 

Laatst gewijzigd:01 november 2013 15:02