Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Veen, E. van der

Auteur: Erik van der Veen
Afstudeerjaar: 2003
Vakgroep: Praktische Filosofie

Scriptie:
De universaliteit van mensenrechten heroverwogen. Moraliteit vanuit een wittgensteiniaans perspectief

Samenvatting:

De opzet van de scriptie is de universaliteit van mensenrechten in een ander perspectief te plaatsen met behulp van Wittgensteins opmerkingen over taal, betekenissen en regels. Door moraliteit te beschouwen als het samenstel van morele uitspraken die in het alledaagse taalgebruik hun betekenis krijgen, komen we tot de conclusie dat ook mensenrechten niet boven de dagelijkse praktijk uitstijgen.

De scriptie doorloopt hiervoor vier stappen. In de eerste plaats passeren de belangrijkste theorieën de revue die in de filosofie zijn gegeven ter rechtvaardiging van universele waarden en wordt aangegeven waarom deze geen afdoende oplossing hebben geboden. Dit wordt gevolgd door een typering van de stijl van Wittgenstein om aan te geven dat die zich goed leent voor een heroverweging van moraliteit.
In de tweede plaats komen de taalspelen van Wittgenstein aan de orde. Wittgenstein schrijft de betekenis van woorden en zinnen toe aan het gebruik ervan in de alledaagse communicatie. Na een algemene karakterisering van dit concept wordt geprobeerd aan te geven wat de eigenschappen van morele taalspelen zijn. Met de toepassing van Wittgensteins ideeën over taalspelen op morele uitspraken, ontstaat een ander beeld van moraliteit dan wat ten grondslag ligt aan de in het eerste hoofdstuk behandelde theorieën.
In de derde plaats wordt bekeken wat de gevolgen zijn voor de universaliteit van mensenrechten, met als uitgangspunt het in het vorige hoofdstuk geschetste beeld van moraliteit. We moeten universaliteit van mensenrechten niet beschouwen als een kenbare realiteit, maar hetzij als een eigenschap van mensenrechten die alleen binnen bepaalde taalspelen wordt herkend, hetzij als de daadwerkelijke verbreiding van dit idee. Als iedereen vindt dat mensenrechten universeel zijn, is het ook zo.
Tenslotte volgen twee casus die deze wittgensteiniaanse variant van mensenrechten illustreren. Gevangenen en straatkinderen in Mexico Stad hebben door hun respectievelijke levensomstandigheden drastisch uiteenlopende vormen van moreel taalgebruik ontwikkeld die op gespannen voet staan met een notie van de universaliteit van morele waarden. Ze laten juist zien dat leefwereld en moraliteit nauw met elkaar samenhangen.

De conclusie is dat mensenrechten als politiek en sociaal instrument waardevol zijn, maar niet als wetenschappelijk aantoonbaar feit beschouwd moeten worden. De constatering dat levensomstandigheden invloed hebben op moraliteit in het algemeen en een idee van mensenrechten in het bijzonder kan bruikbaar zijn bij de verdere verbreiding van mensenrechten. Het is dan effectiever in te grijpen in de leefwereld van mensen wier rechten worden geschonden dan te proberen hen te overtuigen van het gelijk van mensenrechten.

 

Laatst gewijzigd:01 november 2013 15:05