Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Rijssen, P. van

Auteur: Petra van Rijssen
Afstudeerjaar: 2001
Vakgroep: Praktische Filosofie

Scriptie:
De proef op de som: 'een ethische reflectie op veldbiologische dierexperimenten'

Samenvatting:
Dieren worden al sinds jaar en dag gebruikt om de mens van dienst te zijn. Het doen van dierproeven is hier een voorbeeld van. Ruim 25 jaar geleden is de dierethische discussie over de morele aanvaardbaarheid van dierproeven op gang gekomen. Hierbij stonden farmaceutische experimenten met gefokte dieren in een laboratorium bijna altijd centraal. Er zijn echter ook andere dierproeven die ethische vragen oproepen. Dit zijn veldbiologische dierexperimenten. Voorbeelden zijn het uitrusten van vogels met radiozendertjes om hun trekgedrag te volgen en het nemen van bloedmonsters om genetische analyses uit te kunnen voeren. Er lijken drie duidelijke verschillen te zijn tussen laboratoriumproeven met gefokte dieren en veldproeven met wilde dieren: de aard van het proefdier, de proefomgeving en de belangen en doelen die een rol spelen in het onderzoek. Beide typen experimenten moeten aan de wet, de Wet op Dierproeven (WOD), getoetst worden. Deze is met name afgestemd op laboratoriumproeven. In de praktijk kan het toetsen van veldproeven aan de wet problematisch zijn. Ik begin mijn scriptie met een korte analyse van en reflectie op veldproeven in relatie tot de WOD. Vervolgens leg ik uit in hoeverre het doen van veldproeven ethische problemen kan opleveren. Ik behandel welke negatieve effecten veldproeven op de proefdieren en hun omgeving kunnen hebben en hoe daar momenteel mee omgegaan wordt.

In de kern van mijn scriptie richt ik me op de vraag wat de moreel relevante aspecten van veldproeven zijn. Ik richt me hierbij op de moreel relevante kenmerken van het individuele, wilde (proef)dier en de proefomgeving, het ecosysteem. Ik gebruik daarbij invalshoeken uit de dier- en eco-ethiek. De dierethiek richt zich met name op gefokte dieren en de capaciteit van een dier om te lijden, de eco-ethiek op de integriteit van een ecosysteem. Er is in dit geval meer nodig dan beide ethische stromingen kunnen bieden. Ik kom zelf met een aantal aanvullende aspecten, waaronder 'wildheid' en natuurlijkheid, zeldzaamheid, schoonheid en ecologische rol, en leg uit waarom deze moreel relevant zijn.

Met deze scriptie heb ik geprobeerd om tot een morele categorisering te komen die bij kan dragen aan het beoordelen van veldproeven. Het is immers van groot belang dat de wet uiteindelijk beter afgestemd wordt op dergelijke experimenten. Ik geef vervolgens aan waarom mijn categorisering concreet houvast kan bieden bij het beschouwen en beoordelen van veldproeven. Ik vergelijk mijn benadering met andere pogingen vanuit de ethiek om houvast te bieden in de reflectie op soortgelijke 'groene kwesties'. Ik probeer de meerwaarde van mijn benadering duidelijk te maken door deze toe te passen op concrete voorbeelden van wilde dieren en ecosystemen in Nederland, met een praktijkvoorbeeld van een veldproef nader uitgewerkt. Het toekennen van een weegfactor aan de aspecten die ik moreel relevant noem doe ik niet. Ook spreek ik geen oordeel uit over welke veldproeven wel of niet uitgevoerd zouden moeten worden. Met deze scriptie wil ik uiteindelijk wel een kader bieden om het beoordelen van veldproeven te verhelderen.

 

Laatst gewijzigd:01 november 2013 15:09