Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Coultre, E.A. Le

Auteur: Eva-Anne le Coultre
Afstudeerjaar: 2001
Vakgroep: Praktische Filosofie

Scriptie:
Van nature kunstmatig. Plessner en het Nederlandse natuurbeleid.

Samenvatting:

De opvattingen over welke natuur beschermd moet worden lopen in Nederland uit een. De klassieke natuurbescherming gaat uit van een mens-inclusieve benadering van de natuur. Half-natuurlijke landschappen, waarin natuur en cultuur zijn verweven, zijn het volgens deze opvatting waard om beschermd te blijven. Natuurontwikkelaars daarentegen, gaan uit van een mens-exclusieve benadering. Pure natuur is volgens hen natuur waar mensen zo min mogelijk invloed op hebben gehad. Omdat deze natuur in Nederland zeldzaam is, wordt in natuurontwikkelingsprojecten geprobeerd dit soort natuur te creëren. De ecologische referentie is de theoretische leidraad die aangeeft hoe Nederland er uit gezien zou hebben als mensen niet hadden ingegrepen, bijvoorbeeld door middel van de landbouw en het gebruik van wapens om grote dieren mee te doden.

Voorbeeld van een praktijk uit het natuurontwikkelingsbeleid is de introductie van zogenaamde 'oerrunderen', ook wel de grote grazers genoemd. Hierover ontstond veel verontwaardiging: moeten mensen ingrijpen als de door hun geïntroduceerde runderen in nood verkeren? Als ze deel uitmaken van de natuur, moeten mensen zich er niet mee bemoeien. Maar het lastige is dat de grote grazers niet alleen deel uitmaken van de natuur, maar ook van de cultuur. Ze zijn immers door mensen gefokt en geïntroduceerd. De scheidslijn tussen natuur en cultuur valt hier niet scherp te trekken. Bovendien komt hier een tegenstrijdigheid aan het licht die kenmerkend is voor het idee van natuurontwikkeling: menselijk ingrijpen in de natuur wordt gerechtvaardigd om eerder menselijk ingrijpen ongedaan te maken.

Helmuth Plessner, bioloog en één van de grondleggers van de wijsgerige antropologie, kenmerkt mensen als dubbelzinnige wezens. Door hun constitutie zijn mensen nooit helemaal thuis in de natuur, maar ook in de cultuur blijven ze zoeken naar vaste grond onder de voeten. De mens is volgens Plessner 'van nature kunstmatig'. De behoefte aan cultuur levert niet een vervreemding van de natuur op, maar is juist de uitwerking van een natuurlijk gegeven. Dit maakt het onmogelijk de begrippen natuur en cultuur los van elkaar te zien. Plessner hield zich niet bezig met de natuurbescherming en het concept natuurontwikkeling was nog niet uitgevonden toen hij leefde. Toch kan zijn conditio humana inzicht bieden in het debat over het natuurbeleid. Met Plessner in het achterhoofd kun je niet hard maken dat de mens wel natuurlijk was zonder wapens, maar niet meer op het moment dat hij die wel tot zijn beschikking had. Mensen zijn nog net zo veel en net zo weinig natuurlijk als duizend jaar geleden. Natuur en cultuur veronderstellen elkaar: het één kan niet zonder het ander. De tweedeling in natuur en cultuur is een handige constructie die de mens gemaakt heeft om dit soort discussies te kunnen voeren. Als dat vergeten wordt, ontstaat er verwarring, wat bijvoorbeeld het geval is in de discussie over de grote grazers.

 

Laatst gewijzigd:01 november 2013 15:09