Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Plantinga, M.

Auteur: Mirjam Plantinga
Afstudeerjaar: 2000
Vakgroep: Praktische Filosofie

Scriptie:
Voter Turnout, the Paradox that Ate Rational Choice Theory?

Samenvatting:

In de scriptie staat de rationele keuze theorie, die kenmerkend is voor de economische wetenschap, centraal. Standaard wordt in de economische wetenschap er van uit gegaan dat mensen instrumenteel rationeel handelen, mensen worden geacht hun keuzes zodanig te maken dat de optimale uitkomst bereikt wordt.

Aan de hand van een methodologische discussie zal de instrumentele rationele keuze theorie besproken worden. Daartoe zal aandacht worden besteed aan Milton Friedman's essay The Methodology of Positive Economics (1953), dat door economen veelvuldig wordt gehanteerd ter verdediging van de instrumentele rationele keuzetheorie. Maar bovenal zal er aandacht worden besteed aan de balans tussen 'rigour' en 'relevance'. De instrumentele rationele keuzetheorie wordt vaak bekritiseerd vanwege de hoge mate van abstractie (rigour) en de gebrekkige overeenkomst met de werkelijkheid (relevance). Deze grote aandacht voor ‘rigour' wordt mede veroorzaakt door de universele aspiraties van de instrumentele rationele keuzetheorie, alle mogelijke keuzes worden geacht verklaard te kunnen worden met een instrumentele rationele keuze theorie.

Aan de hand van het voorbeeld van de opkomst bij verkiezingen (Voter Turnout) zal gekeken worden of de universele aspiraties van de instrumentele rationele keuze theorie bevestigd kunnen worden en wanneer dat niet het geval mocht zijn, of men daaruit dan zou moeten concluderen, zoals Morris Fiorina (1990) gedaan heeft, dat Voter Turnout de paradox is 'that ate rational choice theory'.

Alhoewel er met behulp van een instrumentele rationele keuze theorie inzicht kan worden gekregen in het stemgedrag van mensen, waarom bepaalde mensen een grotere kans hebben om te gaan stemmen dan andere, kan er geen bevredigende verklaring gevonden worden voor het feit dat mensen überhaupt stemmen, dat de baten van stemmen hoger zijn dan de kosten. De conclusie die hieruit getrokken dient te worden is dat de universele aspiraties van de instrumentele rationele keuze theorie in de praktijk niet bewerkstelligd worden. De instrumentele rationele keuze theorie is slechts in staat om een partiële verklaring te geven van het fenomeen Voter Turnout terwijl andere factoren die in de instrumentele rationele keuze theorie expliciet buiten beschouwing worden gelaten, zoals de invloed van de omgeving waarin de kiezer leeft, ook invloed hebben op het stemgedrag.

Het feit dat er geen bevredigende verklaring voor het fenomeen Voter Turnout gevonden kan worden, neemt niet weg dat er met behulp van een instrumentele rationele keuzetheorie wel degelijk enig inzicht kan worden verkregen in het stemgedrag van mensen. Daarnaast zou men een theorie niet moeten weerleggen vanwege het feit dat het geen afdoende oplossing voor een bepaald probleem kan vinden, maar zou men moeten zoeken naar een alternatieve theorie die het betreffende probleem beter weet te benaderen. Zolang er geen bevredigend alternatief gevonden is voor de instrumentele rationele keuze theorie, die inzicht weet te brengen in een breed scala van keuzes waaronder het fenomeen van Voter Turnout, moet de instrumentele rationele keuze theorie dan ook worden gekoesterd. Alhoewel het goed is om te kijken naar alternatieve rationele keuze theorieën die het fenomeen van Voter Turnout beter zouden kunnen verklaren, zal dan ook niet geconcludeerd worden dat Voter Turnout de paradox is 'that ate rational choice theory'.

Laatst gewijzigd:01 november 2013 16:29