Skip to ContentSkip to Navigation
About usFaculty of PhilosophyEducationThesis summaries

Locht, R.

Auteur: Raoul Locht
Afstudeerjaar: 2000
Vakgroep: Geschiedenis van de filosofie en Metafysica

Scriptie:
Het rizoom als patafysische differentie. Een verkenning van het ondenkbare bij Jarry en Deleuze.

Samenvatting:

Over het ondenkbare is sinds mensenheugenis reeds veel nagedacht. Maar wat is dit ondenkbare? Is het denkbaar, ondenkbaar, geen van beide of juist allebei? Is het denken van het ondenkbare een onzinnige contradictio in terminis of bepaalt deze tegenstrijdigheid juist de dynamiek die eigen is aan het denken? Is het ondenkbare een vrijbrief voor anti-wetenschappelijkheid en absoluut relativisme of is het veeleer de bron van een rijk, alternatief rationalisme en een bloeiende intersubjectiviteit? De meningen omtrent de aard van het ondenkbare en het eventuele 'nut' ervan lopen sterk uiteen.

Alfred Jarry (1873-1907) en Gilles Deleuze (1930-1992) zijn twee denkers die in hun werk en leven doelbewust het ondenkbare opzochten.
In mijn scriptie zoek ik in eerste instantie naar hoe het ondenkbare 'vorm' krijgt in hun denken en geef ik, ten tweede, een uiteenzetting van de opvallende overeenkomsten in hun denkwijzen.

Jarry en Deleuze keren zich allebei tegen het 'traditionele' denken en proberen de ware dynamiek van het denken te achterhalen. Jarry doet dit met behulp van zijn 'patafysica', de wetenschap van het bijzondere, die volgens hem 'voorbij' de metafysica gaat. De 'patafysica' richt zich niet op eenheden of het 'zijn', maar op dat wat voortdurend in beweging en verschillend op zichzelf is: het differente bijzondere, andere of absurde. Jarry ziet het ondenkbare als de inherent ongrijpbare afwijking die de vortex-beweging van het denken veroorzaakt.

Deleuzes denken is eveneens doordrenkt van het ondenkbare hetgeen zich manifesteert in zijn rizoom- en differentiedenken waarmee hij zich distantieert van het traditionele boomdenken en de herkenning van 'hetzelfde' waarop dit is gebaseerd. Ook Deleuze zoekt naar die ontastbare intensiteit die de stroom der dingen voortbrengt, het hoogteverschil dat de waterval doet ontstaan, het ondenkbare dat al het denkbare in beweging zet.

Zowel Jarry als Deleuze komen tot de conclusie dat het ondenkbare een verschil in zichzelf is. Te weten het bijzondere, absurde oftewel het differente dat nooit gevonden kan en zal worden. Het 'ondenkbare' is namelijk enerzijds de grootste onmacht van het denken en anderzijds hetgeen gedacht móet worden omdat het de bron van haar grootste kracht is, dat wat haar dwingt tot denken. Jarry en Deleuze geven het denken tot taak open te staan voor hetgeen het meest tegengesteld is aan het denken opdat het denken en daarmee wetenschap en communicatie niet stil blijven staan.

 

Laatst gewijzigd:01 november 2013 16:29