Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit WijsbegeerteOnderwijsSamenvattingen van scripties

Stollmeyer, A.

Auteur: Alice Stollmeijer
Afstudeerjaar: 1998
Vakgroep: Sociale filosofie, Sociale kennistheorie en Ethiek

Scriptie:
Voedsel in het verpleeghuis: lichaam, geest of meer?

Samenvatting:
Voedselweigering is in verpleeghuizen een vaak voorkomende gebeurtenis. De voortdurende afwijzing van voedsel en vocht is (vooral bij dementerenden) gewoon onderdeel van het sterven. In bijna een kwart van de sterfgevallen in het verpleeghuis wordt afgezien van de kunstmatige toediening van voeding en vocht. Echter, sinds er in de zomer van 1997 een aanklacht tegen verpleeghuis 't Blauwbörgje werd ingediend wegens poging tot moord, is versterving geen 'gewone' gang van zaken meer. Onmiddellijk na de eerste paniekerige krantenberichten kwam er via opiniestukken een verantwoording van versterving op gang. De hoofdvraag van mijn scriptie is deze: hoe verhoudt zich de publieke verantwoordingspraktijk rond voedselweigering tot de dagelijkse zorgpraktijk rond voedsel(weigering) in het verpleeghuis? In de verantwoordingspraktijk zijn er drie discoursen (medisch, ethisch en juridisch) van waaruit men probeert drie elkaar overlappende vragen te beantwoorden: 1) Wat is het geval?; 2) Wie is verantwoordelijk?; 3) Hoe te handelen? Uit de antwoorden wordt duidelijk dat elk discours zijn eigen ordeningsprincipe heeft. In het ethisch discours legt men de nadruk op autonomie en weigering (geest); het medisch discours stelt ziekte, natuurlijk proces en de verdwijnende behoefte aan voedsel centraal (lichaam); en het juridisch discours slaat een brug tussen beide door het ethisch principe van zelfbepaling juridisch te funderen middels het recht op de onaantastbaarheid van het lichaam (lichaam als basis/voorwaarde voor geest). Toch zijn er ook verschuivingen, tussenposities en afwijkende posities te vinden.
Door middel van participerende observatie en interviews in 't Blauwbörgje deed ik onderzoek naar de zorgpraktijk aldaar. Op zoek naar de strukturering van de zorgpraktijk kwam ik er achter dat deze niet zozeer door verschillende discoursen met hun respectievelijke nadruk op lichaam of geest werd geordend, als wel door tientallen verschijningsvormen van eten: zorgzaam, sociaal, communicatie, eet-lust, autonomie, bio-medisch, norm, locatie, kennis en tijd. Deze vormen zelf verder op te splitsen in lichaam en geest bleek ofwel onmogelijk vanwege hybride verbindingen, ofwel irrelevant. In de zorgpraktijk is voedsel(weigering) niet óf lichaam óf geest, maar meer.
Er is dus een grote afstand tussen verantwoordingspraktijk en zorgpraktijk. De woorden die de gangbare verantwoordingspraktijk ons biedt om gebeurtenissen in de zorgpraktijk te duiden, schieten tekort. Een vocabulaire dat beter bruikbaar is, is dat van Bruno Latour: voedsel is een actant. Een latouriaanse verantwoordingspraktijk ziet er als volgt uit. 1) Wat is het geval? Voedselweigering is een manier om geen deel meer uit te maken van het netwerk dat met voedsel samenhangt, een manier om afscheid te nemen van het leven. 2) Wie is verantwoordelijk? Wel of niet eten gebeurt in een context van andere actants. De verantwoording ervan is dan ook verspreid over het hele netwerk. 3) Hoe te handelen? De nieuwe verantwoordingsstijl is die van de descriptieve ethiek: verantwoordend beschrijven wat er gebeurt. De bijbehorende praktijk is om die verantwoordingsverhalen publiek te maken.

 

Laatst gewijzigd:01 november 2013 18:23