Skip to ContentSkip to Navigation
OnderwijsStudievoorlichtingMeer keuzeactiviteitenScholierenacademieProfielwerkstukAlfasteunpuntFilosofie

Immanuel Kant (1724-1804)

De Duitse filosoof Immanuel Kant
De Duitse filosoof Immanuel Kant

Wat moet ik doen als ik geld wil lenen en het nooit terug kan betalen? Heeft de geschiedenis een doel en leven we nu in een betere tijd dan vroeger? En heeft het zin om over onzichtbare verschijnselen na te denken? Voor deze en veel andere vragen kun je terecht bij Immanuel Kant, één van de grootste en meest veelzijdige westerse filosofen. In drie dikke boeken ontwierp hij een omvattend filosofisch systeem dat antwoorden op de belangrijkste levensvragen probeert te geven. Als je nieuwsgierig bent naar deze antwoorden, kun je een profielwerkstuk maken over zijn ethiek, geschiedenisfilosofie of kennistheorie. Kants kennistheorie is best moeilijk en abstract, maar als je weet hoe een poffertjespan werkt kun je de theorie goed volgen!

Doe altijd je plicht!

Stel: je hebt grote financiële problemen en snel geld nodig. Je wilt dit geld van iemand lenen terwijl je zeker weet dat je hem nooit terug kunt betalen. Tegelijkertijd weet je dat niemand jou iets leent zonder de belofte van terugbetaling. Wat doe je?

A Ik leen het geld gewoon en lieg dat ik het wel terug kan betalen.

B Ik leen geen geld.

C Ik vraag om geld, maar zeg van tevoren eerlijk dat ik het niet terug kan betalen.

Kant zou bij deze vraag antwoord C invullen. Hij stelt dat antwoord A wel een aantrekkelijke optie lijkt, maar dat niet is. Als je puur op je eigen gewin uit bent, kun je een belofte van terugbetaling maken zonder hem na te komen. Op die manier los je je financiële problemen schijnbaar handig op. Volgens Kant is dit echter een slechte handeling.

Stel je namelijk eens voor dat iedereen hetzelfde zou doen in deze situatie. Dan wordt het zinloos om nog iets te beloven, want niemand komt zijn belofte na. En dat is iets wat je niet kan willen. Je manier van handelen spreekt zichzelf dus tegen als je er een algemene wet van probeert te maken. Iedereen wil graag dat je geleend geld terugbetaalt, dus is het je plicht om dat te doen.

Bovenstaand voorbeeld toont Kants ethiek, zijn leer van goed en kwaad, in een notendop. In zijn boek ‘Kritiek van de praktische rede’ vraagt hij zich af wat iemand moet doen om een moreel goed mens te zijn. Het antwoord vindt hij in de plicht, daarom wordt zijn ethiek ook plichtethiek genoemd. Zijn antwoord op de vraag ‘wat moet ik doen’ is in één simpel zinnetje samen te vatten: ‘handel zo als je zou willen dat iedereen moet handelen in die situatie’.

In je profielwerkstuk kun je Kants plichtethiek kritisch bestuderen. Heef hij gelijk met de uitspraak dat een handeling alleen goed is als je hem uit plichtsbesef doet? En klopt zijn categorische imperatief (‘handel zo als je zou willen dat iedereen moet handelen’) eigenlijk wel? Om het onderwerp verder uit te diepen, is het een leuk idee om Kants plichtethiek te vergelijken met de deugdethiek van Aristoteles of de gevolgethiek van John Stuart Mill. Ook kun je ethische gevallen –zoals die met het geldlenen- bedenken en aan leerlingen en leraren voorleggen. Zo kom je erachter wie bij jou op school Kantiaan is.

Hoop voor de toekomst

In 2003 begon de oorlog van Amerika tegen Irak. De Amerikanen vielen het land met zwaar militair machtsvertoon binnen. Binnen korte tijd werd Bagdad veroverd en het grote bronzen standbeeld van dictator Saddam Hoessein in het centrum omvergetrokken. Maar de oorlog in Irak is nog steeds niet beëindigd. Heeft de actie van de Amerikanen vooruitgang voor het land gebracht?

Deze vraag is één van de belangrijkste politieke kwesties van dit moment. Ook in de achttiende eeuw dachten mensen over zulke vragen na, met name over de Franse Revolutie. Kant geloofde hartstochtelijk in de vooruitgang van de geschiedenis. Als een echte Verlichtingsdenker was hij ervan overtuigd dat de mens het goede zou doen als hij zich laat leiden door zijn verstand. In de Franse Revolutie ziet Kant een belangrijk teken van vooruitgang in de geschiedenis. Hij vond dat er in de Franse Revolutie twee belangrijke dingen verwezenlijkt werden. Allereerst neemt een volk zelf zijn eigen macht in handen om een slechte regering om ver te werpen. Verder streeft men naar een republiek waarin niet langer de vorst beslist over oorlog en vrede, maar de burgers zelf. Kant hoopte dat alle andere volkeren zó enthousiast werden van het Franse voorbeeld, dat ze hen na zouden volgen. Dan zouden we langzamerhand steeds dichter bij het ideaal van een rechtvaardige samenleving komen.

Deze rechtvaardigheid komt volgens Kant overeen met wat hij het ‘natuurlijk recht’ van de mens noemt. Dit houdt in dat de inwoners van een staat zich niet alleen aan wetten en regels houden, maar ze ook zelf opstellen. De Franse Revolutie is voor hem een voorbeeld dat een rechtvaardige samenleving geen hersenspinsel is. Zo'n goede maatschappij is echt mogelijk. De geschiedenis beweegt zich langzaam in die richting en daarom is er nog hoop voor de mensheid.

Als je een PWS over Kants vooruitgangsdenken wilt maken, is het handig om dit in combinatie met maatschappijleer en geschiedenis te doen. Bij de combinatie van geschiedenis en filosofie kun je bijvoorbeeld uitzoeken of andere beroemde mensen uit de Verlichting net zo enthousiast waren over de Franse Verlichting als Kant. Waar zitten de overeenkomsten en verschillen? En wie heeft volgens jou gelijk?

Bij de combinatie tussen maatschappijleer en geschiedenis kun je Kants ideaal van een rechtvaardige samenleving kritisch bekijken. Leven we tegenwoordig in de maatschappij die Kant voor ogen stond? Waarom wel of niet? Geloof jij in het idee dat de mensheid zich steeds meer verbetert in de geschiedenis? En kun je de Franse Revolutie wel met de oorlog in Irak vergelijken?

Je zou je profielwerkstuk ook kunnen schrijven over de enigszins tegenstrijdige visie van Kant op de Franse revolutie. Hoewel hij in eerste instantie van mening was dat de Franse revolutie een teken was van vooruitgang, schrijft hij in latere werken dat een revolutie juist contraprodcutief is wanneer men een rechtvaardige staat wil bereiken. Is revolutie nu vooruitgang of een achteruitgang? Je zou voor je profielwerkstuk deze twee visies van Kant op de revolutie kunnen uitwerken en aan kunnen geven welke van de twee je voorkeur heeft, en beargumenteren waarom.

Kennisverwerving lijkt op poffertjesbakken
Kennisverwerving lijkt op poffertjesbakken

Ons kenvermogen als een poffertjespan

Als je wel eens poffertjes hebt gemaakt, weet je ongeveer hoe Kants kennistheorie werkt. Een kennistheorie is een opvatting over hoe onze kennis tot stand komt en wat we zeker kunnen weten. De vergelijking tussen een poffertjespan en Kants kennisleer gaat als volgt. Onze zintuiglijke indrukken, de dingen die we zien, horen, voelen, ruiken en proeven zijn als poffertjesbeslag. Dit beslag heeft nog geen vorm, dat krijgt het pas in de kuiltjes van de pan. Ieder kuiltje in de pan wordt met een mooi rond laagje beslag gevuld. Deze pan staat symbool voor ons verstand, die de ongevormde zintuiglijke indrukken ordent. De kuiltjes zijn de manieren waarop we die indrukken indelen, bijvoorbeeld door het denken in oorzaak-gevolg relaties. De gebakken poffertjes, tenslotte, staan symbool voor onze kennis.

Kants conclusie is dat we de wereld nooit kunnen zien zoals zij is, maar alleen door de ‘waarnemingsvormen’ van ons verstand. Oorzaak-gevolg relaties bestaan niet los van ons verstand. Ze worden door ons verstand op de wereld geprojecteerd. Kant dacht veel over onzichtbare en hemelse zaken na, maar was van mening dat we hierover geen wetenschappelijke kennis konden verkrijgen. Onzichtbare dingen gaan over de grenzen van onze kennis heen.

Kant ontwikkelde zijn kennistheorie als een reactie op twee groepen filosofen uit zijn tijd die felle debatten hielden over de bron van kennis: de empiristen en de rationalisten. De empiristen geloofden dat je alleen kennis door zintuiglijke waarneming kon krijgen. De rationalisten dachten juist dat een deel van onze kennis aangeboren is. Door te zeggen dat onze kennis tot stand komt door een samenspel van ongevormde zintuigelijke indrukken en ordening door het verstand, kiest hij een middenpositie.

In een profielwerkstuk zou je een vergelijking kunnen maken tussen een empirist (Hume), een rationalist (Descartes) en Kant. Zo kun je zelf onderzoeken waarom Kant een originele denker is. Een andere vraag waar je je mee bezig kunt houden is of Kant gelijk heeft met zijn opmerking dat we niets van onzichtbare, geestelijke dingen kunnen weten. Je kunt dit uitwerken in een vergelijking tussen de parawetenschap en Kants kennistheorie.  

Meer weten?

Voor al je vragen over Kant en de verschillende onderdelen van zijn filosofie kun je terecht bij het Alfasteunpunt. Mail: alfasteunpunt@rug.nl.

Laatst gewijzigd:22 november 2017 11:07