Skip to ContentSkip to Navigation
OnderwijsStudievoorlichtingMeer keuzeactiviteitenScholierenacademie
Header image Blog: Dit is wetenschap

Alledaagse taal vs. fictietaal

Datum:01 september 2016
Harry Potter: fictietaal
Harry Potter: fictietaal

Stel: ik vertel je een verhaal over mijn kat die ziek is en daarna overlijdt. Waarschijnlijk kun je daarin meeleven. Maar zodra ik je vertel dat het verhaal verzonnen is, verdwijnen je gevoelens. Dit lijkt vrij logisch, maar als je een verhaal leest, blijf je je inleven, ook al weet je vanaf het begin dat het verzonnen is. Hoe komt dit? En wat is precies het verschil tussen informatief en fictief taalgebruik? Dit zijn de vragen die Emar Maier in zijn onderzoek wil beantwoorden.

Wat hebben filosofen al gedaan?

Filosofen hebben al veel geschreven over niet-bestaande eigennamen. Bijvoorbeeld, je gebruikt de zin ‘Jan is ziek’. Waar verwijst ‘Jan’ naar? Naar een man in de wereld die de naam ‘Jan’ heeft gekregen. Maar bij namen als Frodo en Harry Potter is dat anders. Ik kan zeggen ‘Harry Potter is een tovenaar’, maar nu verwijst de naam Harry Potter niet naar een persoon die in de wereld bestaat. Ook al lijkt de zin over Harry Potter op de zin over Jan; de naam Harry Potter functioneert toch anders.

Wat ga jij onderzoeken?

“Om het verschil tussen deze twee soorten talen te snappen moeten we denk ik niet zozeer kijken naar waar de taal daadwerkelijk naar verwijst in de wereld, maar naar wat er mentaal gebeurt. Op het mentale vlak gebeuren er namelijk verschillende dingen. Bij alledaags taalgebruik wordt je kennis vergoot. Als je een verhaal leest, vergroot je niet je kennis, maar activeer je je verbeelding. Deze twee processen wil ik in een model gaan weergeven”, vertelt Emar.

“Daarnaast wil ik gaan kijken of dit fundamentele verschil tussen hoe we verhalen begrijpen en informatieve teksten begrijpen ook iets taalkundigs is. Is er iets in de taal waaraan we kunnen zien wat een informatieve tekst is en wat een fictieve tekst is? Als we lezen “Er was eens” denken we allemaal; nu gaat er een verhaal beginnen! Maar zijn er nog meer van dit soort voorbeelden? Die ga ik onderzoeken.”

Waar gaan we dit onderzoek voor gebruiken?

Zodra we weten welke woorden aangeven dat een verhaal fictief of informatief is, kunnen we computers leren wanneer ze een verhaal of een feitelijke tekst hebben gevonden. Dat is ontzettend handig. Stel namelijk dat je aan Google vraagt of er leven op Mars is. Als we weten welk woorden aangeven dat het om een verhaal of een informatieve tekst gaat, kan Google zorgen dat het alleen de informatieve teksten selecteert om je vraag te beantwoorden, en bijvoorbeeld niet de Sci-Fi verhalen.

Reacties

Reacties laden...