Skip to ContentSkip to Navigation
Onderwijs Opleidingen Andere studiemogelijkheden Groningen Academy for Radiation Protection Onderwijs stralingsbescherming Stralingsbescherming

Examenreglement - landelijk

Coördinerend deskundige

Op basis van artikel 19 lid 6 van het reglement algemene bepalingen opleidingen stralingsbescherming RUG participeert de RUG in het landelijk gecoördineerd deelexamen tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige.

Algemeen
Artikel 1. Definities.
  1. In deze regeling wordt verstaan onder:
    1. opleiding: opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige, verzorgd door een overeenkomstig artikel 5.11 van het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming (Bbs), erkende instelling;
    2. deelexamen: het landelijke gecoördineerde, schriftelijk afgenomen gedeelte van het totale examen van de opleiding;
    3. commissie: de examencommissie voor het deelexamen;
    4. instelling: overeenkomstig artikel 5.11 van het Bbs erkende onderwijsinstelling, die de opleiding verzorgt;
    5. secretariaat: het secretariaat van de commissie;
    6. ANVS: Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming.
Artikel 2. Doelstelling.
  1. Deze regeling heeft tot doel de bevoegdheden, verantwoordelijkheden en taken van de commissie vast te leggen ten aanzien van de inhoud, kwaliteit en beoordelingscriteria van het deelexamen respectievelijk het examenwerk.
De commissie
Artikel 3. Samenstelling van de commissie.
  1. De commissie bestaat uit:
    • minimaal één doch maximaal twee vertegenwoordigers van elke deelnemende instelling;
    • minimaal één doch maximaal twee vertegenwoordigers van de ANVS.
  2. Een vertegenwoordiger van de ANVS is tevens voorzitter van de commissie.
  3. De secretaris wordt gekozen uit de vertegenwoordigers van de instellingen.
  4. In bijzondere gevallen kunnen leden van de commissie zich laten vervangen.
  5. Bijlage 1 bevat een lijst van de instellingen die deelnemen aan het deelexamen.
Artikel 4. De commissie.
  1. De commissie voert de volgende taken uit:
    • Het vaststellen van twee data per jaar waarop het deelexamen wordt afgenomen;
    • Het vaststellen van de te leveren onderwerpen voor de conceptvraagstukken;
    • Het benoemen van een redactiecommissie met de in artikel 5 genoemde verantwoordelijkheden;
    • Het vaststellen van de vraagstukken voor het deelexamen overeenkomstig de onderwerpen in artikel 7, lid 7 van deze regeling;
    • Het vaststellen van het deelexamen;
    • Het vaststellen van de uitslag van het deelexamen;
    • Het in overeenstemming met artikel 13 aanpassen van deze regeling;
  2. Notulen worden tenminste een jaar bewaard door het secretariaat.
Artikel 5. De redactiecommissie.
  1. De redactiecommissie bestaat uit twee leden; deze worden voor ieder afzonderlijk examen, op voorstel van de voorzitter, gekozen uit de vertegenwoordigers van twee verschillende instellingen.
  2. De redactiecommissie is verantwoordelijk voor het tot stand komen van de tekst en uitwerkingen van het deelexamen; zij:
    • selecteert minimaal drie en maximaal vier vraagstukken uit de ingezonden conceptvraagstukken;
    • redigeert de geselecteerde vraagstukken en legt deze voor aan de commissie met vermelding van een voorstel voor puntenwaardering;
    • overlegt een schriftelijke toelichting op het oordeel over de niet-gekozen vraagstukken, gevolgd door een conclusie met betrekking tot de geschiktheid voor een deelexamen;
    • verwerkt de tijdens de commissievergadering voorgestelde aanvullingen en correcties;
    • stelt het definitieve deelexamen op.
Artikel 6. De secretaris.
  1. De secretaris is verantwoordelijk voor de voortgang van de procedures alsmede voor de correcte toepassing van de in de bijlage 2 genoemde redactionele criteria voor wat betreft het definitieve examen; de secretaris ondersteunt de commissie secretarieel en administratief en wordt daarbij ondersteund door een secretariaat.
Artikel 7. Opstellen van het deelexamen.
  1. Het deelexamen wordt in het Nederlands opgesteld; het staat instellingen vrij de deelexamens te vertalen in andere talen dan het Nederlands.
  2. De deelnemende instellingen dienen telkenmale vier conceptvraagstukken met bijbehorende bijlagen en uitwerkingen in bij het secretariaat.
  3. De conceptvraagstukken worden door de opsteller voorzien van een titel en een codenummer: instelling/jaar/maand/volgnummer.
  4. Het deelexamen dient tevens te voldoen aan redactionele richtlijnen die zijn opgenomen in bijlage 2.
  5. Conceptvraagstukken worden door de secretaris per e-mail, met wachtwoord, of per post (niet-aangetekend) toegezonden aan de vertegenwoordigers van de instellingen op het door hen aangegeven adres.
  6. De secretaris zendt het gewenste aantal definitieve deelexamenopgaven aan de instellingen; de hieraan verbonden kosten worden aan de instellingen in rekening gebracht.
  7. De door elke instelling ingediende conceptvraagstukken omvatten elk een ander aandachtsgebied.
  8. Niet-gekozen vraagstukken mogen niet als oefenvraagstukken worden gebruikt, ze kunnen wel desgewenst, na verwerking van eventueel gemaakte opmerkingen, ten behoeve van een volgend deelexamen opnieuw worden ingediend. De commissie kan besluiten om een niet-gekozen vraagstuk vrij te geven als oefenvraagstuk.
Artikel 8. Wijze waarop het deelexamen wordt afgenomen.
  1. Het deelexamen wordt schriftelijk afgenomen onder een examennummer.
  2. De duur van het deelexamen bedraagt maximaal drie klokuren, exclusief eventuele verlenging vanuit het instituutsreglement.
  3. De algemene aanwijzingen en de puntenwaardering per vraagstuk worden op het voorblad van de deelexamenopgaven vermeld.
  4. De kandidaten moeten er bij aanvang van het deelexamen op worden gewezen dat zij controleren of alle - doorlopend genummerde - pagina's van de opgaven en bijlagen aanwezig zijn.
  5. Het is geoorloofd boeken, persoonlijke aantekeningen en ander documentatiemateriaal te raadplegen voor het beantwoorden van de vragen.
  6. Het gebruikmaken van elektronische apparatuur, anders dan een rekenmachine, wordt vooraf door de kandidaat aangevraagd, de verantwoordelijke van de instelling keurt deze aanvraag goed of wijst deze af. De gebruikte elektronische apparatuur mag tijdens het deelexamen geen mogelijkheid hebben tot het maken van contact met andere apparatuur.
Artikel 9. Beoordeling van het deelexamen.
  1. Het examenwerk wordt per instelling anoniem aan de hand van het examennummer nagekeken door ten minste twee beoordelaars, onafhankelijk van elkaar.
  2. De instelling zorgt ervoor dat uiterlijk 5 werkdagen voor de vastgestelde datum van de commissievergadering de volgende informatie bij de voorzitter ter controle aanwezig is:
    • deelexamenresultaten per kandidaat (examennummer) van het deelexamen: scores per vraagstuk en totaalscores;
    • statistische gegevens met betrekking tot de scores, waaronder het gemiddelde van de scores.
  3. Kandidaten met een slagingspercentage gelijk aan of groter dan 55% van het te behalen aantal punten voor het deelexamen zijn geslaagd voor het deelexamen.
  4. Kandidaten met een slagingspercentage kleiner dan 55% van het te behalen aantal punten voor het deelexamen zijn gezakt voor het deelexamen.
  5. Bij de bespreking van het deelexamen onderzoekt de commissie ook of het niveau van het deelexamen adequaat is geweest. Dit doet zij aan de hand van een analyse van de deelexamenresultaten en de terugkoppeling vanuit de instituten op het deelexamen. Hierbij wordt vastgesteld of het slaagpercentage zich binnen de verwachte bandbreedte bevindt (60-85%), of het resultaat op bepaalde deelexamenonderdelen sterk afwijkt en of er andere signalen zijn waaruit opgemaakt kan worden dat het resultaat onredelijk is beïnvloed. Deze signalen kunnen duiden op fouten of onduidelijkheden in deelexamenonderdelen of een deelexamen dat in lengte of niveau te veel afwijkt. Als de commissie dit constateert, dan overweegt zij of er redenen zijn om de beoordeling van het deelexamen aan te passen en welke wijze hiervoor het meest passend is. Uitgangspunt daarbij is dat geen enkele kandidaat alsnog zakt door een bijgestelde slaagnorm en dat het landelijk slaagpercentage binnen de verwachte bandbreedte komt.
  6. Voordat de definitieve uitslag is vastgesteld mogen aan kandidaten geen mededelingen omtrent de deelexamenuitslag worden gedaan.
Artikel 10. Geldigheidsduur van het deelexamenresultaat.
  1. De geldigheidsduur van het positief resultaat van dit deelexamen bedraagt maximaal 33 maanden, ingaande op de dag na vaststelling van de definitieve uitslag van de eerst geboden examenmogelijkheid. Binnen deze geldigheidsduur dient de kandidaat alle andere examenonderdelen van de opleiding met goed gevolg af te ronden om het diploma van de opleiding tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige te behalen.
Rechten van de kandidaten
Artikel 11. Inzagerecht.
  1. Het deelexamen is voor de kandidaat ter inzage beschikbaar en wordt tenminste een jaar bewaard.
  2. De kandidaat kan het deelexamenwerk inzien binnen een termijn van 8 weken na bekendmaking van de definitieve uitslag; hiervoor dient de kandidaat zich binnen die gestelde termijn te wenden tot de verantwoordelijke van de instelling.
  3. Er worden geen afschriften of kopieën verstrekt van het deelexamenwerk en/of de beoordeling van het deelexamen.
  4. De uitslag van alle examenonderdelen wordt door het instituut van de kandidaat voor een periode van ten minste 50 jaar geadministreerd.
Artikel 12. Klachtenregeling.
  1. Bij geschillen of klachten over de inhoud dan wel de uitslag van het deelexamen, dient de kandidaat binnen een termijn van 30 dagen na bekendmaking van de definitieve uitslag een met redenen omklede schriftelijke klacht in bij de verantwoordelijke van de instelling.
  2. Indien een kandidaat zich niet kan vinden in de uitkomst van de klachtprocedure bedoeld in het eerste lid, kan hij binnen een termijn van 30 dagen na de desbetreffende uitspraak van de verantwoordelijke van de instelling, met redenen omkleed schriftelijk in beroep gaan bij de secretaris of de voorzitter van de commissie. De voorzitter doet dan binnen twee maanden uitspraak.
Slotbepalingen
Artikel 13. Wijziging van de regeling.
  1. Wijziging van deze regeling wordt door de commissie bij afzonderlijk besluit vastgesteld.
  2. Tussentijdse noodzakelijke wijzigingen werken niet ten nadele van een kandidaat.
  3. Wijzigingen kunnen voorts niet van invloed zijn op:
    • de geldigheidsduur van het deelexamen;
    • enige andere beslissing krachtens deze regeling ten aanzien van een kandidaat genomen.
Artikel 14. Citeertitel, inwerkingtreding en intrekking oude regeling.
  1. Deze regeling wordt aangehaald als:
    Examenregeling landelijk gecoördineerd deelexamen tot stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van coördinerend deskundige (2020). Zij treedt in werking op 1 oktober 2020.
  2. De Examenregeling landelijk gecoördineerd deelexamen van de opleiding tot coördinerend deskundige Stralingsbescherming (2019) wordt ingetrokken met ingang van 1 oktober 2020.
Laatst gewijzigd:11 november 2020 20:25
View this page in: English