Skip to ContentSkip to Navigation
AlumniSteun de RUGHet Ubbo Emmius FondsProjectenGezond ouder worden

Arne van der Bilt

De Van der Meer-Boerema Stiching  steunde in 2011 de Junior Scientific Masterclass met een totaalbedrag aan donaties van € 82.840,-. Arne van der Bilt kreeg hiervan een beurs uitgekeerd van € 9.500,-. Hij doet onderzoek naar nieuwe behandelstrategieën bij eierstokkanker. In zijn projectaanvraag licht hij zijn onderzoek toe:

Doelgerichte therapie

Eierstokkanker (ovariumkanker) heeft het hoogste sterftepercentage onder de gynaecologische tumoren. Door afwezigheid van klachten vroeg in het ziekteverloop, presenteren patiënten zich meestal in een laat stadium. Slechts 25-30% van de patiënten met vergevorderde ziekte is 5 jaar na diagnose nog in leven. Het is onwaarschijnlijk dat conventionele chemotherapie de prognose nog significant zal verbeteren. De laatste jaren is daarom de aandacht verplaatst naar het vinden van alternatieve behandelstrategieën. Met verschillende nieuwe, experimentele medicijnen is het mogelijk in te grijpen in bio-logische processen die bijdragen aan de ontwikkeling van ovariumkanker. Dit wordt doelgerichte therapie genoemd.

mTOR

Ons onderzoek richt zich op de potentiële rol van mTOR remming in de behandeling van ovariumkanker. mTOR reguleert de synthese van een breed scala aan eiwitten en is daarmee betrokken bij verschillende processen die een rol spelen in ovariumkanker, waaronder celdeling, celgroei en vaatnieuwvorming. Verschillende groeifactoren, zoals insuline en gerelateerde groeifactoren (IGF-1), activeren mTOR. Activiteit van mTOR en andere eiwitten die deel uitmaken van de signaalketen in de tumorcel (zie figuur) wordt frequent gezien in ovariumkanker en is gerelateerd aan een slechtere prognose. Verschillende preklinische studies hebben laten zien dat mTOR remming, veelal met het medicijn everolimus, antitumor activiteit heeft in ovariumkanker, zowel door remming van celdeling als door vermindering van vaatnieuwvorming. In eerder onderzoek hebben wij aangetoond dat everolimus de productie van vasculaire endotheliale groeifactor (VEGF), een belangrijke regulator van vaatnieuwvorming, door ovariumkankercellen remt en dat dit effect kan worden gevisualiseerd met VEGF-PET scans.

Inzicht in aanpassingsmechanismen

Dergelijke therapie leidt niet enkel tot remming van het doel(ei)wit, maar veroorzaakt ook vaak compensatoire biologische aanpassingen in de tumor(cellen). Deze aanpassingen kunnen leiden tot verminderde therapiegevoeligheid. Inzicht in deze aanpassingmechanismen kan helpen bij het vinden van nieuwe, effectieve behandelstrategieën en biedt een rationale voor combinatietherapie.

De aanpassingen in tumorcellen als reactie op doelgerichte therapie zijn vaak het gevolg van bestaande feedbacksystemen. Ook in geval van mTOR speelt een dergelijk feedback-systeem een rol. Activering van mTOR door groeifactoren zoals IGF-1 remt de gevoeligheid van de tumorcel op de aanvankelijke stimulus. Vice versa zouden mTOR remmers kunnen zorgen voor toegenomen gevoeligheid voor groeifactoren, zodat (her)activering van complementaire signaalketens kan optreden. Door ovariumkankercellen lange tijd te behandelen met everolimus hebben wij gevonden dat de groeifactor receptor IGF-1R sterk wordt opgereguleerd. Dit leidt tot activering van een complementaire signaalketen betrokken bij celdeling en overleving, en is ongewenst. In ovariumkanker is tot op heden niets bekend over de gevolgen van deze feedbacksystemen op de effectiviteit van mTOR remming. Gelijktijdig remmen van IGF-1R is mogelijk effectiever dan mTOR remming alleen.

Laatst gewijzigd:18 april 2017 16:18