Skip to ContentSkip to Navigation
AlumniBlijf betrokkenAlumnus schrijft verhaal

Slapperig / Dick Ronner

‘Jij hebt slapperige armpjes.’ De Joegoslaaf nam mijn biceps tussen duim en wijsvinger en kneep er even in. Toen pakte hij het blok boter en wierp het met gemak meters ver in de smeltkuip.

Die morgen reed ik in een busje vanuit de stad naar een zuivelfabriek in het Westerkwartier voor mijn eerste bijbaantje. Het werk was snel uitgelegd: pakken boter uit koelhuizen moesten van een laagje papier of plastic worden ontdaan en vervolgens in een grote metalen bak worden gegooid. In de holle wanden van die kuip werd heet water gepompt, zodat de boter smolt. De vloeibare massa die zo ontstond werd gebruikt voor de productie van roomijs. De eerste blokken, die 25 kilo wogen, konden van de lopende band zo in de smeltkuip worden geschoven. Maar als er een boterberg ontstond, moest er verder worden geworpen. Voor een student die op zijn best wel eens met een stapel boeken sjouwde was dat een opgave.

Vele zaterdagen heb ik in die fabriek boter uitgepakt en talloze blokken over kleine en later wat grotere aftstanden in de smeltkuip gesmeten. De boterlucht in mijn haren, kleren en laarzen was bijna niet weg te wassen. De kleding kon dan ook aan het eind van de zomer in de vuilniszak: De herinnering aan dit baantje is wel gebleven: elke keer als ik een ijsje eet denk ik aan die slapperige armpjes van toen.

Dick Ronner (1956) / godgeleerdheid 1984

(thema: de bijbaan)

Laatst gewijzigd:04 augustus 2014 10:20