Skip to ContentSkip to Navigation
AlumniBlijf betrokkenAlumnus schrijft verhaal

‘Het is geen 1960 meer’, alumnus Roeland Monasch bestrijdt voor Unicef kindersterfte in Sierra Leone

Roeland Monasch, alumnus sociologie 1991, is directeur van Unicef in Sierra Leone. In het land dat toch al kampt met ontoereikende gezondheidszorg en hoge kindersterfte, heeft de ebola-epidemie erg toegeslagen. Daarom heeft Monasch, samen met de lokale overheid een campagne op touw gezet. De bevolking moest drie dagen thuis blijven en ondertussen kregen 1,5 miljoen huishoudens bezoek van sociaal werkers en lokale vrijwilligers die uitgebreide voorlichting gaven. In 2013 had journaliste en alumna geschiedenis 2004 Franka Hummels een interview met Monasch over zijn werk in Sierra Leone.

Sierra Leone is het land met de hoogste kindersterfte ter wereld: Eén op de vijf kinderen haalt het vijfde levensjaar niet. Voor RUG alumnus sociologie Roeland Monasch, die er als de vertegenwoordiger voor Unicef werkt, was dat juist de reden om naar Sierra Leone te willen. ‘Ik dacht: Dat kán gewoon niet, het is geen 1960 meer. Stuur mij dáár maar heen, daar kan ik iets doen.’
Wie zich nu de ontwikkelingswerker voor zich ziet die putten slaat in afgelegen dorpjes, heeft een verkeerd beeld. Monasch is een diplomaat. Namens de Verenigde Naties praat hij met de Sierra Leonese overheid over al wat kinderen aan gaat. Samen kijken ze hoe gestelde doelen behaald kunnen worden en wat voor hulp van buitenaf daarbij nodig is. Als bedacht wordt dat kinderen medicijnen nodig hebben, kan hij in veel gevallen ook over de brug komen en de betreffende medicijnen kopen. Vervolgens ziet hij er op toe dat die medicijnen goed verspreid worden, helpt mee met het opzetten van een goede infrastructuur. Hij hoopt dat op die manier niet alleen kinderlevens gered worden, maar de overheid ook van de samenwerking leert.
Het leven in Freetown is niet makkelijk, zegt hij. De armoede en het bijbehorende leed waar hij dagelijks mee geconfronteerd wordt is natuurlijk zwaar. Maar ook het voorzieningenniveau waartoe een rijker Westers gezin toegang heeft, is heel beperkt. Het is vaak behelpen. ‘Het is verreweg de armste stad waar ik ooit gewoond heb.’
En Monasch heeft nogal wat exotische adressen gekend. Dat begon al vroeg, want de interesse voor ontwikkelingssamenwerking is Monasch met de paplepel ingegoten. Als kind woonde hij bijvoorbeeld in Ethiopië, waar zijn vader als tropenarts werkte. Al toen hij naar Groningen kwam wist hij dat hij ook zoiets wilde. Dat kwam terug in zijn vakkenkeuze, hij volgde bijvoorbeeld bijvakken in Wageningen.
Na zijn studie kwam hij terecht bij de World Health Organisation, waarvoor hij in verschillende landen aan de slag ging. Bij Unicef begon hij op kantoor in New York. Dat was allemaal vrij ambtelijk werk: hij had ook zin om ‘het veld’ in te gaan. In Zimbabwe kreeg hij die kans, daarna werkte hij nog enkele jaren in Georgië. ‘Dat was interessant, een land dat juist wel op de goede weg zat.’
Wat zijn volgende bestemming zal zijn, weet hij nog niet. Wat hij wel zeker weet, is dat hij op den duur terug wil keren naar Nederland. Hij heeft een jong kind, waarvan hij wil dat het Nederland leert kennen en hier naar school zal gaan. Maar wat voor werk hij hier dan moet gaan doen? ‘Ik heb straks een uitgebreide ervaring, die ik vast ergens in kan zetten. Maar van de andere kant heb ik door mijn langdurige verblijf in het buitenland in Nederland nu wel slechts een beperkt netwerk. Ach, ik heb nog een paar jaar om daarover na te denken. Eerst richt ik me maar op de problemen in Sierra Leone.’

Tekst: Franka Hummels

Laatst gewijzigd:09 oktober 2014 15:57