Skip to ContentSkip to Navigation
AlumniBlijf betrokkenAlumnus schrijft verhaal

Hoe ‘christelijk’ kun je zijn

Het Christelijk bureau voor beroepskeuze zocht in het voorjaar 1960 een psychologie student met kandidaats, die klassikaal afgenomen tests kon beoordelen om aan de hand daarvan ouders te adviseren over vervolgonderwijs voor hun kinderen.

De onvolprezen heer Broekema beheerder van het psychologisch instituut in de Boteringestraat vond mij geschikt, immers ik had in een kinderhuis gewerkt, deed mijn kandidaatsexamen cum laude en als bestuurslid van de Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond draaide ik wel eens stencils van notulen af.

Volgens hem voldeed ik aan alle eisen en ik ging op sollicitatie bezoek.

Om te voorkomen dat ik kinderen zou verwijzen naar het Openbaar Onderwijs, waar mijn vader zeker voorstander van was, bleek “Christelijk” een eerste vereiste.

Toen ik op de vraag tot welke kerk ik hoorde antwoordde dat ik Remonstrant was zei de directeur van het bureau dat dat voor hem niet Christelijk genoeg was, Voor mij wel heb ik geantwoord.

Van de baan die ik toen toch kreeg heb ik genoten, samen met een beroepskeuze adviseuse reisde ik met trein en bus door de provincie, om de eer van het instituut hoog te houden moesten we bij de plaatselijke horeca lunchen,

De uitslagen van de tests - voorloper van de Cito-toets - bespraken we met de leerkrachten, die dat weer aan de ouders overbrachten.

Ik heb heel wat tests gezien en veel door kinderen getekende bomen beoordeeld, maar vooral leerde ik het Groninger landschap kennen, stralend in de vroege zomer van Aduard tot Appingedam, van Rodeschool tot Siddeburen.

Ik mag hopen dat de schoolloopbaan van de door ons beoordeelde leerlingen even stralend is geweest.

Joke Tupan-Kaiser (1934) / psychologie 1964

Laatst gewijzigd:04 augustus 2014 10:20