Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsSteun de RUGGUFGratama StichtingSubsisierondes

Subsidieronde 2018

Gratama Stichting uitslag ronde 2018

Faculteit Medische Wetenschappen

Prof. dr. G.J. Verkerke, hoogleraar medische productontwikkeling afdeling Revalidatie geneeskunde UMCG

Klinische trial knieorthese als artrosebehandeling € 12.000, --

Artrose van de knie, in de volksmond “een versleten knie”, is een pijnlijke aandoening die vaak het gevolg is van een beschadiging in de knie. Doordat die beschadiging in eerste instantie niet gevoeld wordt en men de knie blijft belasten ontstaat artrose.
Artrose kan tot nu toe alleen verholpen worden door een knieprothese te plaatsen. Een knieprothese heeft echter een levensduur van gemiddeld 15 jaar. Als een nieuwe knieprothese moet worden geplaatst, is de levensduur daarvan veel korter. Bij het uitnemen van de oude prothese gaat veel botweefsel verloren, daardoor is de fixatie van de nieuwe prothese minder duurzaam.

Het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) heeft in samenwerking met de Universiteit Twente een orthese ontwikkeld, De knieorthese is in staat om de knie grotendeels te ontlasten en staat buigen van de knie volledig toe. De voet komt niet in aanraking met de grond. Het onderbeen kan in tractie aan de knie-orthese worden gefixeerd om de belasting op het gewrichtskraakbeen van de knie te minimaliseren. De verwachting is dat deze orthese ook kraakbeengroei mogelijk maakt. Gewrichtsbanden zorgen ervoor, dat de twee gewrichtsoppervlakken lichtelijk tegen elkaar gedrukt worden. In dit project zal worden nagegaan of het tijdelijk ontlasten van de knie door middel van een op maat gemaakte orthese leidt tot herstel van kraakbeen, en daarmee tot het verdwijnen van de klachten. Dit onderzoek wordt uitgevoerd samen met het Martiniziekenhuis in Groningen. Er zullen 10 patiënten met ernstige knieklachten en jonger dan 60 jaar meedoen.

Dr. C. Moers, transplantatiechirurg chirurgisch onderzoekslaboratorium/postdoc onderzoeker

Cryoperfusion of kidneys. A very novel approach towards organ banking € 25.000

Als er een nier van een overleden donor beschikbaar komt voor een nierpatiënt dan kan dit orgaan slechts gedurende een beperkt aantal uren gekoeld bewaard worden. Net als bij voedsel zou een orgaan veel langer bewaard kunnen worden door het in te vriezen, dit lukt met hele organen nog niet doordat het orgaanweefsel kapotvriest door het ontstaan van ijskristallen. In dit onderzoeksvoorstel wordt voor het eerst geprobeerd om donororganen wél met succes in te vriezen. In dit project wordt geprobeerd om nieren tot -30 C gecontroleerd in te vriezen en ze na 24 uur zodanig terug te brengen naar temperaturen boven het vriespunt dat ze daar weinig of geen schade van ondervinden. De innovatieve methode om dit te bereiken is “cryoperfusie”, waarbij het orgaan wordt aangesloten aan een machine die continu een speciale vloeistof door de nier rondpompt. Het bijzondere van dit medium is dat het vloeibaar blijft bij temperaturen diep onder nul en bovendien de vorming van ijskristallen in weefsel tegengaat. Doordat de vloeistof door de bloedvaten van de nier wordt gepompt, worden alle regionen van het orgaan tegelijkertijd op microscopisch niveau bereikt. Langzaam afkoelen en snel weer opwarmen kan dus heel gelijkmatig geschieden, door de temperatuur van de vloeistof te verhogen of te verlagen.

H. Workel MD/PhD student gyneacologische oncologie

Bcellen als biomarker voor respons op immunotherapie in kankerpatiënten

€ 22.000

Immuuntherapie is één van de belangrijkste behandelingen voor patiënten met kanker. Binnen deze groep zijn met name de zogeheten immuun checkpoint inhibitors erg effectief, bij sommige patiënten wordt zelfs een complete remissie bereikt en zijn patiënten jaren na behandeling nog ziektevrij. Deze middelen worden bij steeds meer tumoren toegepast, waaronder melanomen, longtumoren en alle microsatelliet-instabiele tumoren. Het is echter vooraf of zelfs tijdens de behandeling niet te bepalen of deze immuun checkpoint inhibitors zullen aanslaan. Hierdoor worden veel patiënten behandeld zonder dat zij hier baat bij hebben, wat leidt tot een onnodig risico op bijwerkingen. Daarnaast is behandeling met deze nieuwe immuun checkpoint inhibitors erg kostbaar en is het wenselijk om deze medicijnen gericht voor te schrijven aan diegenen die hier waarschijnlijk baat bij zullen hebben. Om deze redenen is het van belang om te kunnen voorspellen welke patiënten goed zullen reageren op de behandeling. Een beter begrip is nodig over de lichaamseigen immuunreactie die tegen de tumor gericht is. In dit onderzoek wordt gekeken of de aanwezigheid van communicatie tussen de verschillende typen immuun cellen wellicht kan verklaren waarom sommige kankerpatiënten wel en anderen niet reageren op behandeling met immuun checkpoint inhibitors.

Faculteit Rechtsgeleerdheid

Prof.mr. drs. C. M. D. S. Pavillon, hoogleraar consumentenrecht, vakgroep privaatrecht en notarieel recht

“Wie zijn billen brandt moet op de blaren zitten”- houden sancties in het consumentenrecht bedrijven op het rechte pad? € 18.220

Misleidende reclames, agressieve incassopraktijken, onredelijke garantiebepalingen die het recht op vervanging of reparatie van de consument inperken: bedrijven die zich schuldig maken aan deze oneerlijke handelspraktijken of contractvoorwaarden hangen sancties boven het hoofd. Deze sancties kunnen bestuursrechtelijk of privaatrechtelijk van aard zijn.

De regels die bescherming bieden tegen oneerlijk praktijken en voorwaarden zijn afkomstige van Europese Unie. In dit onderzoek zal worden nagegaan of de in Nederland geldende sancties op oneerlijke handelspraktijken en contractvoorwaarden aan de door de EU gestelde randvoorwaarden voldoen.

Faculty of Science & Engineering

Prof. dr. R. Peletier, hoogleraar Sterrenkunde Kapteyn Instituut

Sterrenwacht in Dark Sky Park Lauwersmeer € 24.750

Subsidie voor het realiseren van een op afstand bedienbare sterrenwacht in het Dark Sky Park Lauwersmeer. De sterrenwacht zal geplaatst worden bij De Bosschuur op De Rug in Lauwersoog (De Rug 1, 9976 VT Lauwersoog).

Nationaal Park Lauwersmeer is in oktober 2016 door de International Dark-Sky Association officieel uitgeroepen tot Dark Sky Park. De organisatie van het Dark Sky Park Lauwersmeer, geleid door Staatsbosbeheer, heeft het Kapteyn Instituut, als instituut voor sterrenkunde van de Rijksuniversiteit Groningen, gevraagd om een concept te maken voor sterrenkundige elementen in het Dark Sky Park. Dit concept draait rond een nieuwe robotische sterrenwacht en wordt ondersteund met onder andere een expositie in het bezoekerscentrum, een planetenpad en uitkijkposten. De sterrenwacht zal ook door studenten gebruikt worden ter ondersteuning van hun wetenschappelijke opleiding en out-reach vaardigheden. Verder zal de sterrenwacht gebruikt worden voor rondleidingen om het publiek de donkere en heldere hemel te laten ervaren. Ook wordt ernaar gestreefd om middelbare scholieren een kans te geven om op afstand met de telescoop waar te nemen.

Door het GUF gefinancierd:

Faculteit Economie en Bedrijfskunde

Dr. F. Noseleit en mevr. dr. E.P.M. Croonen

De opkomst van ZZP’ers: wat zijn de gevolgen op macro- en microniveau? € 13.900

Ondernemerschap wordt vaak in verband gebracht met economische groei. De laatste jaren is echter het inzicht ontstaan dat bedrijven en ondernemers heterogeen zijn en kunnen verschillen in hun bijdrage aan de economie. Een belangrijke ontwikkeling hierin is de enorme opkomst van de zelfstandigen zonder personeel (ZZP’ers) als specifiek type ondernemer. Tussen 2007 en 2017 is in Nederland het aantal ZZP’ers zelfs verdubbeld; dat is een record binnen de Europese Unie.

Het doel van het project is om inzichten te verkrijgen over de effecten van deze enorme groei in ZZP’ers op de maatschappij. Door de verbinding van het macro- en microniveau en het meenemen van de heterogeniteit binnen de groep van ZZP’ers wordt middels dit onderzoek voeding gegeven aan de maatschappelijke en wetenschappelijke discussies over de wenselijkheid van de toename van het aantal ZZP’ers en gewenste beleidsmaatregelen.

Faculteit Letteren

Mevr. M. Hondelink, MA

Wat schafte de pot nog meer? Aanvullend palynologisch onderzoek aan vroegmoderne beerputten uit Delft en Antwerpen € 3.000

De samenstelling van de dagelijkse maaltijd veranderde langzaam gedurende de vroegmoderne periode (ca. 1500-1850). Ontwikkelingen in onder andere de voedselproductie (land- en tuinbouw, veeteelt) en de handel (nieuwe handelsroutes, versneld transport) zorgden ervoor dat hetgeen op tafel verscheen meer en meer divers werd. Denk daarbij aan onder andere groenten uit Zuid-Amerika en specerijen uit de Oost. Hoewel historisch en archeologisch onderzoek zich de afgelopen jaren steeds meer gericht heeft op vroegere voedselbereiding en -consumptie, is onze kennis over wat men in het verleden at nog steeds incompleet. Archeologisch onderzoek naar voedselbereiding en -consumptie in het verleden wordt veelal uitgevoerd door bio-archeologen: archeobotanici en archeozoölogen. Archeobotanici bestuderen plantaardig materiaal: zaden en vruchten (macroresten), en pollen of stuifmeel (microresten). Archeozoölogen bestuderen dierlijk materiaal, waaronder botten, visgraten en schelpen.

Voor het onderzoek naar de voedselbereiding en –consumptie in het verleden bestuderen bio- archeologen bij voorkeur plantaardig en dierlijk materiaal uit beerputten en -kelders en vergelijkbare containers met menselijke uitwerpselen. Dergelijke vindplaatsen worden vaak aangetroffen tijdens archeologische opgravingen van historische stadskernen. Ze zijn bij uitstek geschikt voor het reconstrueren van de dagelijkse maaltijd, omdat ze een directe afspiegeling vormen van datgene dat men in het verleden geconsumeerd heeft.

Faculty of Science & Engineering

B. Mols MA, PhD student

Schade door herten bestrijden met innovatieve maatregelen voor een preventief faunabeheer € 14440

Hoefdieren zoals wild zwijn, edel- en damhert leven in steeds meer gebieden in Nederland en hun aantallen nemen op veel plekken toe. De groeiende omvang van de lokale populaties leidt tot een toename van land- en bosbouwschade en verkeersongevallen. De traditionele aanpak van deze problemen bestaat uit populatiebeheer, dus maatregelen gericht op het verminderen van het aantal hoefdieren om schade te verminderen. In de hedendaagse tijdsgeest is er echter een groeiende vraag naar alternatieve, preventieve en niet-dodelijke maatregelen. Deze vraag komt vanuit de maatschappij (zie uitkomsten ‘Groot Wild Enquête’ georganiseerd in 2013 door Natuurmonumenten), de wetenschap , de wet Natuurbescherming, maar vooral ook vanuit de terreinbeherende organisaties. Deze veranderingen in opvatting over wildbeheer, en vooral de groeiende behoefte om naar meer natuurlijke processen te streven, gaat samen met een recente studie die aangeeft dat veel kennis uit natuurlijke systemen toegepast zou kunnen worden in een meer effectief wildbeheer. Geïnspireerd door deze studie is de natuurbeschermingsorganisatie ‘Natuurmonumenten’ momenteel bezig met de ontwikkeling van plannen om door middel van zonering van recreatie en niet-dodelijke effecten van jacht schade van hoefdieren te beperken. In dit onderzoek wordt de effectiviteit van deze maatregelen getest.

Laatst gewijzigd:08 november 2018 11:26