Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsOnze organisatieWet- en regelgevingAlgemeenGedragscodes Nederlandse Universiteiten

Regeling Nevenwerkzaamheden Rijksuniversiteit Groningen 2009

Het College van Bestuur,

overwegende dat:

nevenwerkzaamheden van medewerkers een positieve bijdrage kunnen leveren aan de kwaliteit van de functievervulling en aan de universitaire belangen;

het gewenst is een aantal regels vast te stellen voor het aanvaarden en verrichten van nevenwerkzaamheden en voorwaarden te formuleren;  

Gelet op:
artikel 1.14 lid 4 CAO Nederlandse Universiteiten 2007-2010 (CAO NU);
de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening;  

heeft in overleg met de werknemersverenigingen, verenigd in het lokaal overleg, besloten de volgende regeling vast te stellen.

Artikel 1 Begripsbepalingen

College van Bestuur: College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen.
Eenheid: faculteit of dienst binnen de Rijksuniversiteit Groningen.
Nevenwerkzaamheden: alle betaalde en onbetaalde werkzaamheden die een werknemer verricht binnen en buiten de overeengekomen werktijden bij de RUG en die niet behoren tot de universitaire functie.
Bijzonder hoogleraar: hoogleraar niet in dienst van de Rijksuniversiteit Groningen maar van een rechtspersoon die zich ten doel stelt dat wetenschappelijk onderwijs wordt verzorgd op zijn vakgebied.
Medewerker: werknemers met een dienstverband bij de Rijksuniversiteit Groningen.
Bevoegd gezag: het College van Bestuur voor faculteitsbestuurders, directieleden en hoogleraren.
De decaan c.q. de directie voor de overige medewerkers.
Decaan: de voorzitter van het faculteitsbestuur.
Werktijd: de tijdstippen waarop de medewerker de aan hem opgedragen werkzaamheden volgens afspraak verricht met inachtneming van artikel 4.3 CAO-NU.

Artikel 2 De Melding

Lid 1
De medewerker is verplicht vooraf nevenwerkzaamheden te melden, in zoverre er een relatie is of ontstaat met de werkzaamheden bij de Rijksuniversiteit Groningen, bij de leidinggevende door middel van het aanvraagformulier nevenwerkzaamheden. Hij meldt deze aan zijn leidinggevende bij indiensttreding of bij verwerving van de werkzaamheden.

Lid 2
Leden van faculteitsbesturen, hoogleraren, directeuren van de universitaire diensten zijn verplicht vooraf nevenwerkzaamheden te melden bij het College van Bestuur door middel van het aanvraagformulier nevenwerkzaamheden. Hij meldt deze aan het College van Bestuur bij indiensttreding of bij verwerving van de werkzaamheden.

Lid 3
De melding dient te omvatten:
     a.  een omschrijving van de werkzaamheden;
     b.  de naam van de instantie waar de werkzaamheden worden verricht;
     c.  een schatting van de hoeveelheid tijd gemoeid met de werkzaamheden en een aanduiding
         binnen of buiten werktijd;
     d.  het aangeven of er al dan niet sprake is van honorering (uitgezonderd onkostenvergoedingen)
         en de hoogte daarvan.

Artikel 3 Advies leidinggevende

Lid 1
Het College van Bestuur c.q. de leidinggevende toetst de melding op het aspect van de huidige en de toekomstige goede- en onafhankelijke uitoefening van de universitaire werkzaamheden en de eventuele bezoldiging.

Lid 2
De leidinggevende adviseert de decaan over de toestemming tot het uitvoeren van de nevenwerkzaamheden door medewerkers.

Artikel 4 Beoordeling van de melding

Het bevoegd gezag beoordeelt de melding aan de hand van de volgende criteria:
     a.  concurrentie met de activiteiten van de instelling;
     b.  verenigbaarheid met het aanzien van de universiteit;
     c.  strijdigheid met specifieke afspraken met een instantie waar de RUG een samenwerkingscontract
         mee heeft.
     d.  strijdigheid met de wetenschappelijke- en zakelijke belangen van de RUG.

Artikel 5 Inkomsten uit nevenwerkzaamheden

Indien sprake is van inkomsten uit nevenwerkzaamheden geldt voor de daaruit voortvloeiende inkomsten het volgende:

  1. Inkomsten verworven uit nevenwerkzaamheden binnen werktijd komen toe aan de RUG. Het bevoegd gezag kan vanwege eventuele extra inspanningen een (incidentele) beloningsmaatregel treffen.
  2. Inkomsten verworven uit nevenwerkzaamheden buiten werktijd komen toe aan betrokkene, tenzij er met het bevoegd gezag een andere afspraak wordt gemaakt.

Artikel 6 Faciliteiten RUG

Gebruik van universitaire middelen en/of personeel voor activiteiten die voor eigen rekening worden verricht zonder toestemming van het bevoegd gezag zijn niet toegestaan.

Artikel 7 Het besluit

Het bevoegd gezag neemt een besluit en informeert de medewerker schriftelijk.

Artikel 8 Publiceren op medewerkerspagina

Voor het wetenschappelijk personeel inclusief de hoogleraren geldt als voorwaarde voor de toestemming dat zij verplicht zijn in overleg met hun leidinggevende de nevenwerkzaamheden te publiceren op hun medewerkerspagina (MePa) op de website van de Rijksuniversiteit Groningen.

Artikel 9 Bijzonder hoogleraren

Lid 1
De bijzonder hoogleraar is verplicht nevenwerkzaamheden te melden conform deze regeling.

Lid 2
Iedere faculteit publiceert een lijst met bijzondere leerstoelen op de website van de RUG. De bijzonder hoogleraar meldt hierop de hoofdfunctie, de rechtspersoon en de financieringsbron van zijn onderzoek.

Artikel 10 Geldigheidsduur

Lid 1
Een positief besluit van het bevoegd gezag heeft een geldigheidsduur van maximaal drie jaar met de mogelijkheid tot verlenging.  

Lid 2
Bij de jaarlijkse ontwikkelingsgesprekken worden de nevenwerkzaamheden geëvalueerd.

Artikel 11 Bezwaar

Tegen het besluit van het bevoegd gezag is in het kader van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken bezwaar mogelijk bij het College van Bestuur.

Artikel 12 Registratie en verslag

Lid 1
Het College van Bestuur draagt zorg voor een volledige registratie van de nevenwerkzaamheden binnen de instelling.

Lid 2
Het faculteitsbestuur c.q. de directie doet jaarlijks verslag aan het College van Bestuur over alle binnen het organisatieonderdeel verrichte nevenwerkzaamheden in het voorafgaande jaar.

Artikel 13 Disciplinaire maatregelen

Tegen medewerkers die zich niet conformeren aan de regeling nevenwerkzaamheden kunnen disciplinaire maatregelen worden genomen.

Artikel 14 Slotbepalingen

Lid 1
In gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist het College van Bestuur.

Lid 2
Deze regeling kan worden aangehaald als “Regeling Nevenwerkzaamheden Rijksuniversiteit Groningen 2009”.

Lid 3
Deze regeling wordt gepubliceerd op het internet.

Lid 4
Met de inwerkingtreding van deze regeling vervalt de Nota Nevenwerkzaamheden.

Lid 5
Deze regeling treedt in werking op 29 januari 2009.

Vastgesteld door het College van Bestuur op 29 januari 2009.

Laatst gewijzigd:28 april 2016 14:23
printOok beschikbaar in het: English