Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsOnze organisatieWet- en regelgevingAlgemeenGedragscodes Nederlandse Universiteiten

Toelichting bij de Regeling Nevenwerkzaamheden Rijksuniversiteit Groningen 2009

Algemeen

Het formele kader voor de regeling nevenwerkzaamheden wordt gegeven door onderstaand artikel uit de CAO-NU:

Artikel 1.14 Nevenwerkzaamheden

  1. De werknemer is verplicht aan de werkgever mededeling te doen van zijnnevenwerkzaamheden, voordat hij daarmee aanvangt dan wel bij aanvang van zijn dienstverband.
  2. Nevenwerkzaamheden kunnen slechts worden verricht met toestemming van de werkgever.
  3. Voor het verrichten van nevenwerkzaamheden buiten werktijd wordt toestemming verleend, tenzij er sprake is van zwaarwegende bedrijfsbelangen.
  4. De werkgever stelt met betrekking tot lid 1 tot en met 3 nadere regelingen vast in overleg met de werknemersorganisaties in het lokaal overleg.

Uitgangspunt

Uitgangspunt van de regeling is dat nevenwerkzaamheden een positieve bijdrage kunnen leveren aan de uitvoering van de universitaire taken. Voor het beleid geldt dan ook dat er ruimte bestaat voor het verrichten van nevenwerkzaamheden, mits voldaan is aan de regels als bepaald in de Regeling Nevenwerkzaamheden Rijksuniversiteit Groningen. Voor het verlenen van toestemming voor het verrichten van nevenwerkzaamheden zal worden bekeken of de met de universiteit overeengekomen arbeidsprestaties worden nagekomen, of de nevenwerkzaamheden concurrerend zijn ten opzichte van de taken aan de universiteit, en of er anderszins strijd is met de belangen van de universiteit.

Artikelsgewijze toelichting

Hieronder wordt de Regeling Nevenwerkzaamheden artikelsgewijs toegelicht.

Artikel 1 Begripsbepalingen

Nevenwerkzaamheden
Ter onderscheiding van de universitaire taak is het van belang te letten op de vrijheid van keuze die men heeft op grond van de functie en rekening houdend met het onderzoeks- en onderwijsprogramma van de faculteit. Van belang bij deze beoordeling is de relatie tussen de nevenwerkzaamheid en de universitaire functie. Indien de voorgenomen werkzaamheden in het verlengde liggen van het programma dat de faculteit of onderzoekschool/onderzoeksinstituut, dan kan dit botsen met de zakelijke en wetenschappelijke belangen van de RUG. Dat kan eveneens het geval zijn als er geen duidelijk onderscheid is tussen de positie als particulier en medewerker van de RUG.

Nevenwerkzaamheden kunnen bijvoorbeeld zijn: commissariaten, bestuursactiviteiten, onderzoek of onderwijs waarbij het personeelslid direct in opdracht van derden werkt, activiteiten als ondernemer, als vrije beroepsuitoefenaar, enz.
Geen nevenwerkzaamheden zijn werkzaamheden in het kader van contractonderzoek of -onderwijs waarbij de RUG zelf de contractpartner is en die worden verricht als medewerker in het kader van het dienstverband.

Nevenfunctie
Nevenwerkzaamheden moeten worden onderscheiden van de nevenfunctie. Onder nevenfunctie wordt verstaan een taak die een medewerker verricht naast zijn hoofdfunctie als medewerker van de RUG.

Artikel 2 De melding

WP en OBP dienen hun nevenwerkzaamheden te melden als zij (kunnen) vermoeden dat deze nevenwerkzaamheden in enige relatie staan met hun werkzaamheden bij de RUG. Elke schijn van belangenverstrengeling dient te worden vermeden. Een melding van nevenwerkzaamheden zal vanuit een positieve grondhouding worden beoordeeld, mits de wijze van functioneren zich daartegen niet verzet.
Het melden van nevenwerkzaamheden en het bespreken daarvan tussen leidinggevende en medewerker is essentieel vanwege de door de Rijksuniversiteit Groningen gewenste openheid en transparantie.
Het verrichten van nevenwerkzaamheden dient zoveel mogelijk plaats te vinden in overleg met de basiseenheid. In alle gevallen is de leidinggevende de eerst aangewezene om een standpunt in te nemen over de nevenwerkzaamheid.

Medewerkers dienen alle nevenwerkzaamheden die binnen werktijd plaatsvinden te melden. Nevenwerkzaamheden binnen werktijd dienen beperkt te blijven tot een zekere gemiddelde tijdsduur per week. Toestemming voor het verrichten van nevenwerkzaamheden binnen werktijd kan worden gegeven door middel van het verlenen van buitengewoon verlof van korte duur. Wanneer nevenwerkzaamheden binnen diensttijd een permanent karakter en/of een zekere regelmaat aannemen dient werktijdvermindering plaats te vinden, tenzij deze slechts een gering tijdsbeslag innemen.

Artikel 3 Advies leidinggevende

Kernpunt bij de beoordeling van een melding van nevenwerkzaamheden is, dat een kwalitatief goede en onafhankelijke uitoefening van de universitaire werkzaamheden niet in het gedrang komt. Indien verwacht kan worden dat de werkzaamheden de medewerker niet zullen belemmeren bij de uitoefening van zijn functie en het aanzien van de universiteit niet schaden, zal er in beginsel toestemming worden verleend. Daarnaast zal bij de beslissing of nevenwerkzaamheden toelaatbaar zijn, de melding nog op een aantal andere criteria worden getoetst zoals verwoord in het bijgaande reglement.

Een verbod op het uitoefenen van nevenwerk zal per aanvraag worden gemotiveerd en staat open voor bezwaar en beroep (zie artikel 11 van deze regeling).

Artikel 4 Beoordeling van de melding

Indiencontractactiviteiten worden aangegaan op persoonlijke titel of bijvoorbeeld door middel van stichtingen, die gelegen zijn op het werkterrein van de universiteit, zal het bevoegd gezag toetsen op concurrentie met de activiteiten van de instelling.

Artikel 7 Het besluit

Het definitieve besluit van het bevoegd gezag bestaat uit het al dan niet accorderen van het aanvraagformulier Nevenwerkzaamheden.

Artikel 8 Publiceren op medewerkerspagina

Op grond van de Nederlandse Gedragscode wetenschapsbeoefening (Principes van goed onderwijs en onderzoek) dient elke universiteit de nevenfuncties van werknemers te registreren. Dit register moet openbaar gemaakt worden volgens de minister van Onderwijs Wetenschap en Cultuur. De Vereniging van Universiteiten (VSNU) heeft namens alle universiteiten toegezegd dat zij inzage zullen verlenen in de relevante nevenwerkzaamheden van het wetenschappelijk personeel via de website op de persoonlijke profielpagina’s van alle hoogleraren en het wetenschappelijk personeel. Dit betekent dat de nevenwerkzaamheden van het wetenschappelijk personeel van de Rijksuniversiteit Groningen dienen te worden gepubliceerd op de medewerkerspagina. Het publiceren van nevenwerkzaamheden is een voorwaarde voor het verkrijgen van toestemming tot het uitvoeren van nevenwerkzaamheden. In overleg met de leidinggevende wordt bepaald welke nevenwerkzaamheden relevant zijn en gepubliceerd dienen te worden.

Artikel 9 Bijzonder hoogleraren

Sommige bijzonder hoogleraren zijn in dienst van de RUG bijvoorbeeld als universitair docent; zij beschikken over een medewerkerspagina. Daarnaast dient iedere faculteit een lijst op de website te publiceren waarop de bijzondere leerstoelen staan vermeld. Alle bijzonder hoogleraren dienen hier tevens hun hoofdfunctie, de rechtspersoon waarbij zij in dienst zijn en de financieringsbron te vermelden. Deze lijst wordt per faculteit gepubliceerd op de website van de RUG: http://www.rug.nl/corporate/onderzoek/hoogleraren.

Artikel 10 Geldigheidsduur

Er dient periodiek aandacht te worden besteed aan het effect van nevenwerkzaamheden. Zo is het mogelijk dat permanente of langdurige nevenwerkzaamheden naast een volledige hoofdtaak worden verricht. Er zal dan behoefte bestaan regelmatig na te gaan of deze de universitaire hoofdtaak niet aantasten.  

Tijdens de jaarlijkse ontwikkelingsgesprekken dient het punt van de nevenwerkzaamheden aan de orde te komen, waarbij de geaccordeerde activiteiten onder meer worden getoetst op de inzetbaarheid van de medewerker binnen de RUG.

De termijn kan stilzwijgend verlengd worden.

Artikel 12 Registratie en verslag

Het College van Bestuur registreert de nevenwerkzaamheden door middel van het registratiesysteem “Peoplesoft”. Jaarlijks stelt het faculteitsbestuur c.q. de directie, het College van Bestuur op de hoogte van alle binnen het organisatieonderdeel verrichte nevenwerkzaamheden van het voorgaande jaar.

Artikel 13 Disciplinaire maatregelen

De bevoegdheid tot het opleggen van disciplinaire maatregelen berust bij het College van Bestuur. Het opleggen van de maatregel geschiedt schriftelijk en met redenen omkleed. Het besluit wordt de medewerker toegezonden; daarbij wordt tevens meegedeeld, dat hij binnen 6 weken bezwaar kan maken bij het College van Bestuur. Zie ook het protocol disciplinaire maatregelen.

Artikel 14 Slotbepalingen

Bij de introductie van een nieuwe regeling voor nevenwerkzaamheden zullen de huidige activiteiten waarvoor eerder toestemming is gegeven opnieuw moeten worden bezien. In een aantal gevallen zal binnen het nieuwe beoordelingskader een nieuw besluit nodig zijn. Indien dit besluit niet positief is zal een reële termijn worden gesteld voor het beëindigen van de onderhavige activiteiten of het in overeenstemming brengen met eventuele nieuwe voorwaarden.

Het College van Bestuur.

Laatst gewijzigd:11 april 2016 14:11
printOok beschikbaar in het: English