Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaKioskNieuwsbrievenWorldwide Newsletter

Luuk van Middelaar, de Alumnus van het Jaar 2015, over macht en onmacht van de EU

‘De EU is tot in haar haarvaten politiek’
Luuk van Middelaar
foto: ID / Sander de Wilde

‘Hij is de beste student die ik ooit gehad heb’, zei Frank Ankersmit nadat Luuk van Middelaar in 1999 zijn studies geschiedenis en filosofie beide had afgerond met een tien. Sindsdien pendelt de Alumnus van het Jaar 2015 met allure tussen wetenschap en politiek bedrijf. Als overtuigd Europeaan constateert hij: ‘Het besef dat onze beschaving onder druk staat, neemt tergend langzaam toe.’

Luuk van Middelaar knoopt zijn stropdas los en stopt hem in zijn jaszak. Hij heeft net een praatje gehouden over populisme in Europa, op een conferentie vol Europarlementariërs, ambtenaren en Europadeskundigen. De locatie was een opgeknapt industrieel pand in een verder sjofele buitenwijk van Brussel- Zuid. Met zijn fiets met kinderzitje aan de hand loopt Van Middelaar over de steil oplopende Avenue du Roi een veel fraaier, ouder deel van Brussel binnen. In de Bar du Matin bestelt hij een drankje. Zijn huis is vijf minuten verderop, vertelt hij. Al vele jaren woont hij in Brussel. In 2002 en 2003 was hij er medewerker van Frits Bolkestein, destijds Eurocommissaris. En van 2010 tot en met 2014 was hij speechschrijver van Herman Van Rompuy, de eerste voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders. Kortgeleden was hij echter in Groningen, waar hij in de jaren negentig filosofie en geschiedenis studeerde, en liep hij nog hard in het Noorderplantsoen. In Groningen zit zijn uitgever, die hij nog kent uit zijn studententijd. Van Middelaar verbleef een paar weken in zijn oude studiestad om te schrijven aan zijn derde boek, dat dit najaar uitkomt. Het boek zal erover gaan dat de Europese Unie een veel politieker project is dan vaak wordt gesuggereerd.

Zware baan

Sinds begin 2015 is hij vertrokken uit de Europees-politieke coulissen. Toen Donald Tusk Van Rompuy opvolgde als voorzitter, had Van Middelaar kunnen aanblijven. Maar hij wilde weer vrijheid van spreken hebben. Die heeft hij, nu hij hoogleraar is in zowel Louvain-la-Neuve als Leiden. Bovendien was het een zware baan, zegt hij, met een grijns. ‘Schrijf jij maar eens een toespraak voor Van Rompuy die naar een conferentie gaat in Portugal, een land in crisis. Dan moet je dus weten wat de situatie in Portugal is, hoe ze daar over Europa denken. Je moet ook iets vertellen over wat de stand van zaken is, bijvoorbeeld nu met de vluchtelingencrisis. Je moet weten dat de Portugese media bezig zijn met een conflictje tussen de premier van Portugal en de leider van de oppositie. Tegelijk heb je straks persbureau Reuters in de zaal zitten, dat oplet of wat Van Rompuy zegt over de bankenunie afwijkt van wat Borosso of Merkel zei. Dat moet je afstemmen met collega’s uit de medewerkersstaf die verstand hebben van de euro. Misschien zijn er ook problemen met Rusland; dus moet je met diplomaten praten. Dat levert allemaal gevechtjes, kleine confrontaties, in de wandelgangen op om te zorgen dat de speech klopt en genuanceerd is, maar niet verwatert tot nietszeggend goedebedoelingenproza. Dat is een hele klus.’ Inmiddels praat Van Middelaar zonder meel in de mond. Zoals over de roerige tijden die de EU doormaakt. Die zijn het gevolg van de econo mische problemen in Griekenland, de vluchtelingenproblematiek, het referendum eind juni over uittreding van Groot-Brittannië, en het associatieakkoord met Oekraïne.

Depolitisering

Te midden van dat tumult zou het goed zijn als Europese politici volmondig erkennen dat de EU tot in haar haarvaten politiek is, vindt hij. Dat spreekt minder vanzelf dan het klinkt. ‘De EU is na de oorlog bedoeld als iets volkomen nieuws, als een breuk met de diplomatie van de eeuwen daarvoor. Dus geen diplomatieke onderhandelingen meer op vredescongressen, maar een poging om de politieke passies die het continent hebben verscheurd te dempen onder een deken van recht en economie’, zegt Van Middelaar. ‘Het Brusselse systeem heeft een sterke neiging tot, wat ik noem, depolitisering. Dat is een enorme kracht, omdat de politiek na de oorlog te splijtend was. Maar het is ook onze zwakte. Als je alle discussies vermijdt, ontstaat er een technocratie: die transformeert alle politieke besluiten in oplossingen voor problemen. Dat is wat een technocratie doet: doen alsof politiek alleen maar techniek is.’ Om die reden is volgens Van Middelaar de invoering van de euro altijd verkocht als een praktische uitkomst; nu kunnen we goedkoop pinnen in het buitenland. Maar de politieke reden op de achtergrond was de eenwording van Duitsland, waar Frankrijk ‘ja’ tegen zei in ruil voor het opgeven door Duitsland van de D-Mark. Met de oprichting van de Europese Centrale Bank hoopte Frankrijk te voorkomen dat de Duitsers de Europese economie bleven domineren.

Bezield verhaal

Om een vergelijkbare reden is zelfs ver ná 2012 alles geprobeerd om Griekenland in de eurozone te houden, terwijl de grootste economische noodzaak voor de rest van Europa verdwenen was. De stille politieke reden was dat gevreesd werd voor onrust op de Balkan, een instabiel Griekenland en Russische invloed op de Griekse politiek. Neem de huidige sancties van de EU tegen Rusland, die van kracht werden na de inname van de Krim; elke lidstaat heeft het vetorecht om ze te blokkeren. Als Griekenland op Russische hulp was gaan leunen, werd een Grieks veto denkbaar. Ook het associatieakkoord met Oekraïne wordt technocratisch verkocht, met economische argumenten, legt Van Middelaar uit. ‘Dat is net te eenvoudig, hè’, zegt hij. ‘Dit akkoord is er niet alleen omdat wij meer tulpenbollen naar Kiev willen brengen. Dat is in ieder geval niet doorslaggevend. We hebben dit akkoord in 2009 aangeboden om de Oekraïners de kans te geven zich te ontwikkelen tot een lid van de Europese familie. Wat ze zelf ook willen. Dat akkoord bevestigden we in 2014, op een zeer dramatisch moment, toen honderd antiregeringsdemonstranten op het Maidanplein waren gesneuveld en de Russen de Krim waren binnengevallen.’ ‘Die meer geopolitieke argumenten vergen niet een economisch-technisch discours, maar een politiek discours dat in Europa veel minder wordt gepraktiseerd. Dat is niet de groef waar men in valt.’ Die politieke groef kan de Europese politici wel het elan bieden om een bezield verhaal te vertellen aan de inmiddels toch Europasceptisch gestemde burgers van de 28 lidstaten. ‘Uiteindelijk is dat een verhaal over politiek, inderdaad. Over het feit dat wij in een grote en snel veranderende wereld toch Europeanen zijn, met al onze verschillen. Want een Fransman zal nooit een Duitser worden en vice versa.

Europese beschaving

Toch delen we iets: bepaalde opvattingen over wat het is om mens te zijn, over wat het is om samen te leven. We delen de waarden die daar onuitgesproken onder liggen en ons anders maken dan Amerikanen, maar zeker anders dan Chinezen, Indiërs of Arabieren. Dat is een Europese beschaving; dat woord mag je wel gebruiken. Als we die Europese beschaving, een product van 2,5 millennium, voor de toekomst willen bewaren, zullen we moeten erkennen dat we niet op onze lauweren kunnen rusten. Want de rest van de wereld doet daar niet aan mee. De Chinezen en Afrikanen kijken naar ons en denken: jongens, wat zijn jullie verwend, jullie hebben een rijk continent maar zorgen niet eens voor de eigen veiligheid - om maar wat te noemen. Die beschaving staat onder druk van economische en politieke veranderingen in de wereld. Dat besef neemt zo tergend langzaam toe. Het betekent niet dat wij morgen een Europese superstaat moeten vormen, maar wel dat iedereen doordrongen moet worden van de noodzaak om samen op te treden. Dat moet het devies zijn: de krachten bundelen. Met de vluchtelingencrisis bijvoorbeeld moet elke lidstaat doen waar hij goed in is en echt ziet zitten en niet één methode door de strot geduwd krijgen, zoals met de gedwongen verdeling van 160.000 vluchtelingen. Daardoor liep iedereen op elkaar te schelden. Je moet in plaats daarvan de politiek van het verschil aandurven. Daar geloof ik in. Dat mag er een beetje rommelig aan toe gaan. Improviseren is geen schande. De wereld is gewoon rommelig.’

Persbericht naar aanleiding van het toekennen van de prijs Alumnus vanhet Jaar 2015 aan Luuk van Middelaar

Luuk van Middelaar

Van Middelaar (1973) was een briljante RUG-student geschiedenis en filosofie. Voor zijn in 1999 als boek verschenen doctoraalscriptie Politicide ontving hij de Prix de Paris. In 2002 werd hij medewerker van Eurocommissaris Frits Bolkestein en vervolgens assistent van VVD-fractievoorzitter in de Tweede Kamer Jozias van Aartsen. In 2009 verscheen zijn veelgeprezen proefschrift De passage naar Europa, bij de Historische Uitgeverij, wat de opstap bleek voor een speechschrijverschap voor Herman Van Rompuy, de eerste voorzitter van de Europese Raad. Nu is Van Middelaar hoogleraar Europese Waarden in Louvain-la-Neuve en hoogleraar Grondslagen en Praktijk van de Europese Unie aan de Universiteit Leiden. Ook is hij columnist voor NRC Handelsblad en schrijft hij aan zijn derde boek.

Tekst: Jurgen Tiekstra
Bron: Broerstraat 5, het alumnimagazine van de Rijksuniversiteit Groningen

Laatst gewijzigd:02 augustus 2018 13:31
printOok beschikbaar in het: English