Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaKioskNieuwsbrievenWorldwide Newsletter

Alumna in Hongarije: Doetie Talsma

‘De stap van een redelijk leven naar armoede is hier klein’
Doetie Talsma

‘Zo mooi hadden we in Amsterdam niet kunnen wonen’, zegt Doetie Talsma (33) over de plek in Boedapest waar ze met haar Hongaarse vriend Gabor terecht is gekomen: midden in het centrum, in de oude joodse wijk, met achter elke oude, vervallen deur de mooiste binnenplaatsen. Twee jaar geleden verruilde het stel Amsterdam voor de Hongaarse hoofdstad. ‘Toen mijn contract bij de omroep afliep was het een mooi moment om die stap te wagen.’

In Nederland werkte ze als journalist bij onder meer NTR-radio, hier geeft de RUG-alumnus journalistiek (2009) les aan de Nederlandse Taal en Cultuurschool Boedapest. Dat Gabor in zijn vaderland niet aan de slag kon als leraar Engels of geschiedenis viel echt tegen. Het heeft veel te maken met het onderwijsklimaat onder de autoritaire en in het Westen omstreden premier Viktor Orbán. ‘Onder de nieuwe regering is er voor het geschiedenisonderwijs nog maar één boek’, zegt Doetie. ‘Als daar niet de geschiedenis in staat die jij wilt vertellen, is dat niet echt fijn.’

Nog voor Orbáns plan vluchtelingen uit zijn land te weren met een hek langs de grens, deed hij al veel stof opwaaien met zijn Mediawet, waarmee de overheid een veel steviger greep op de pers zou krijgen. ‘Heel opvallend is de eenzijdige berichtgeving in de media’, vindt Doetie. ‘Gabor zet de radio vaak uit, want je krijgt soms echt het gevoel dat je weer in de communistische tijd leeft. “Het gaat allemaal fantastisch”, krijg je te horen, “met de economie gaat het heel goed” en dat soort dingen, terwijl dat in de praktijk niet is te merken.’ Nu zijn er in Boedapest geen migranten uit het Midden-Oosten meer, maar vorige zomer, toen de stad overstroomd werd met vluchtelingen, merkte Doetie dat juist over deze groep de media eenzijdig negatief berichtten.

Gabor geeft nu privélessen Engels. In het reguliere onderwijs valt geen droog brood te verdienen. ‘Dat is maximaal 350 euro per maand, zelfs voor hier erg weinig.’ Een vetpot hadden ze niet verwacht, maar dat het leven in Hongarije zó’n stuk zwaarder is dan in Nederland hadden ze niet helemaal voorzien. Doetie: ‘De Hongaren maken zich zorgen, merk ik. De stap van een redelijk leven naar armoede is hier klein. Er is nauwelijks een vangnet. Het is hier hard werken voor weinig geld.’ Dat het stel het welvarende Nederland achter zich liet, stuitte bij veel Hongaren dan ook op onbegrip. ‘Veel Hongaarse jongeren willen juist het land uit.’ Voorlopig blijven Doetie en Gabor in Boedapest, waar zij haar oude vak van journalist ook weer voorzichtig aan het oppakken is. Van de vluchtelingencrisis deed ze al verslag voor de EO-radio. Voor de VPRO is ze nu bezig met het project Sounds of Budapest. ‘Ik heb al een straatmuzikant vastgelegd die bij de metro op een cimbalom speelt, die ziet eruit als een tafel met snaren.’

Hongarije mag dan een stuk armer zijn en West-Europa het beloofde land voor jongeren, toch houden die wel echt van hun stad, merkte Doetie. Ze geeft hen groot gelijk: ‘Ik wandel graag door de stad, die je dan van alle kanten leert kennen. Veel historische gebouwen, de zon, een prettige sfeer: Het is hier echt heel erg mooi.’

Tekst: John Hermse
Bron: Broerstraat 5, het alumnimagazine van de Rijksuniversiteit Groningen

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:15
printOok beschikbaar in het: English