Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaEvenementen en open dagenPromoties

Stability of development and behavior of preterm children

Promotie:J. Hornman, BSc
Wanneer:12 maart 2018
Aanvang:16:15
Promotors:prof. dr. S.A. (Menno) Reijneveld, prof. dr. A.F. (Arend) Bos
Copromotor:dr. A.F. (Andrea) de Winter
Waar:Academiegebouw RUG
Faculteit:Medische Wetenschappen / UMCG

Vroeggeboren kinderen hebben als kleuter vaker gedrags- en ontwikkelingsproblemen

Kinderen die te vroeg geboren zijn, hebben of krijgen op de basisschool vaker emotionele en cognitieve problemen dan leeftijdgenoten die op tijd geboren zijn. Dat concludeert Jorijn Hornman in haar promotieonderzoek, dat ze uitvoerde met behulp van twee grote, Nederlandse cohortonderzoeken. Ze benadrukt ook dat 80% van de kinderen geen problemen heeft, en dat bij ongeveer de helft van de kinderen de problemen in het eerste schooljaar verdwijnen. Om de groep kinderen met problemen beter te helpen, vindt Hornman het belangrijk dat alle vroeggeborenen gevolgd worden tot ze naar school gaan. Dat gebeurt nu alleen bij extreem te vroeg geborenen.

Ruim zeven procent van de kinderen in Nederland wordt geboren voordat de moeder 37 weken zwanger is. Dit gebeurt het vaakst (80%) tussen de 32 en 37 weken, maar soms ook daarvoor (20%). Wetenschappers wisten al dat te vroeg geborenen vaker gedrags- en ontwikkelingsproblemen krijgen, maar het was nog onduidelijk welke problemen zich manifesteren op basisschool- en puberleeftijd en wanneer deze problemen verdwijnen. Hornman baseerde haar onderzoek op het Pinkeltje- en het TRAILS-onderzoek. Het eerste onderzoek volgt ruim 2000 kinderen die geboren zijn tussen 2002 en 2003, aan het tweede onderzoek doen eveneens ruim 2000 jongeren mee die geboren zijn rondom 1990. Hornman onderzocht of en hoe problemen in gedrag en ontwikkeling veranderen bij te vroeg geboren kinderen rond het naar de basisschool gaan en in de pubertijd.

De promovenda ontdekte onder andere dat na de start van de basisschool, wanneer kinderen vijf jaar zijn, vaker gedrag- en ontwikkelingsproblemen aan het licht komen bij vroeggeborenen dan bij op tijd geboren kinderen. Hierbij speelt de mate van vroeggeboorte een rol. Extreme vroeggeboorte veroorzaakt vaker problemen met gedrag en ontwikkeling op verschillende gebieden tegelijkertijd. Matige vroeggeboorte veroorzaakt vooral problemen op één specifiek gebied, zoals grove motoriek, persoonlijk-sociale ontwikkeling, of op het gebied van gedrag en emoties. Problemen na matige vroeggeboorte verdwijnen bovendien vaker. Op de puberleeftijd lijken de verschillen tussen matig te vroeg geboren kinderen en op tijd geboren kinderen op het gebied van executief functioneren (cognitieve vaardigheid om gedrag te organiseren) bijna helemaal verdwenen.

Jorijn Hornman (1989) studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij verrichte haar onderzoek binnen de afdeling Gezondheidswetenschappen in samenwerking met de afdeling Neonatologie en onderzoeksinstituut SHARE van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Hornman werkt nu als arts binnen de afdeling Kindergeneeskunde van het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem. De titel van haar proefschrift is: “Stability of development and behavior of preterm children”.