Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaEvenementen en open dagenPromoties

Promotie mw. M.H. Tiebosch: Antioxidant adaptations in liver fibrogenesis

Wanneer:wo 16-04-2014 om 16:15
Waar:Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Promotie: mw. M.H. Tiebosch

Proefschrift: Antioxidant adaptations in liver fibrogenesis

Promotor(s): prof.dr. A.J. Moshage, prof.dr. K.N. Faber

Faculteit: Medische Wetenschappen

Haperende antioxidantmechanismen dragen bij aan ontstaan leverfibrose

Leverfibrose, een ernstige leveraandoening, ontstaat mede doordat de antioxidanten in de cellen van de lever zodanig veranderen dat er een voordeel is voor littekenproducerende cellen ten opzichte van de functionele levercellen. Dat concludeert Marjolein Tiebosch in haar promotieonderzoek. Zij onderzocht de rol van twee soorten cellen (stellaatcellen en myofibroblasten) in de vorming van het littekenweefsel.

Leverfibrose is een aandoening waarbij de lever reageert op chronische schade aan de levercellen door overmatig littekenweefsel te maken. De ziekte kan overgaan in levercirrose, waarbij de lever onherstelbaar beschadigd raakt, en leverkanker. Het littekenweefsel wordt vooral geproduceerd door twee soorten levercellen: stellaatcellen en myofibroblasten. Door een ontstekingsreactie als gevolg van de schade gaan de levercellen dood, terwijl de myofibroblasten toenemen en littekenweefsel produceren.

Tiebosch onderzocht of antioxidantsystemen van de cellen in dit tweeledige proces een rol spelen. Dat blijkt inderdaad het geval te zijn, en wel door een aanpassing van die antioxidantmechanismen. Dat aanpassingsproces kan met medicijnen (zoals cafeïne of een tussenproduct van cafeïne) worden bestreden. Tiebosch pleit daarom voor verder onderzoek naar dergelijke therapieën, die uiteindelijk een klinische toepassing kunnen hebben.

Marjolein Tiebosch (1987) studeerde Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij verrichtte haar promotieonderzoek bij de afdeling Maag-, Darm- en Leverziekten, secties Gastroentrologie en Hepatologie, van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Het onderzoek werd gefinancierd als MD/PhD-traject (Junior Scientific Masterclass) van het UMCG en door de J.C. de Cock stichting.