Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaEvenementen en open dagenPromoties

Promotie mw. W. Hornis: Multiplicities. Het ommeland in meervoud

Wanneer:do 12-09-2013 om 14:30

Promotie: mw. W. Hornis, 14.30 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Proefschrift: Multiplicities. Het ommeland in meervoud

Promotor(s): prof.dr. P.P.P. Huigen

Faculteit: Ruimtelijke Wetenschappen

Ommeland niet per definitie ondergeschikt aan de stad

Het ommeland is niet per definitie ondergeschikt aan de stad. Op sommige plekken in Nederland ontstaan netwerksteden en structuren met meerdere kernen, vooral waar sprake is van relatieve nabijheid van verschillende steden, of door het ontstaan van nieuwe (sub)centra, zoals in de Randstad of in Zuid-Limburg. In veel stadsgewesten is sprake van een samenhangend palet van plekken, de zogenaamde ‘multiplicities’. Mobiliteit is hierbij cruciaal en de auto lijkt voor huishoudens met complexe activiteitenpatronen onmisbaar. Het in het ruimtelijk beleid dominante, dichotome en monocentrische perspectief op stad en ommeland is daarmee achterhaald. In plaats daarvan moet in het ruimtelijk beleid worden uitgegaan van de strategische positie van plekken in het ommeland vanuit het perspectief van huishoudens en hun activiteitenpatronen, concludeert Willemieke Hornis in haar proefschrift.

Traditioneel is het ommeland, het gebied om de stad, sterk gericht op die stad voor voorzieningen en werk. Hornis onderzocht hoe deze positie verandert door schaalvergroting en het ontstaan van stedelijke netwerken. In haar proefschrift toont zij aan dat het ommeland een breed scala aan activiteiten biedt, waarbij stad en ommeland complementair zijn. De relatiepatronen zijn niet eenduidig. Bewoners van het ommeland zijn het meest georiënteerd op de centrale stad en de eigen gemeente, maar er zijn ook kriskras- en bovengewestelijke relatiepatronen, en deze nemen in omvang relatief het snelst toe.

Hornis doet de volgende aanbevelingen voor het nationaal ruimtelijk beleid:

  • Ga uit van de potentie van plekken binnen het stedelijk netwerk in plaats van een mono- en concentrische benadering van stad en ommeland. Het perspectief van huishoudens, en de mogelijkheden en inperkingen die zij ondervinden is daarbij belangrijk.
  • Zorg als Rijk voor kennisontwikkeling en -deling om deze relationele benadering bij provincies en gemeenten voor het voetlicht te brengen en te concretiseren naar gebiedsopgaven, bijvoorbeeld voor economische kerngebieden of krimpregio’s.
  • Besteed nadrukkelijk aandacht aan het belang van mobiliteit: Hoe kan de netwerkstedeling op een duurzame wijze gefaciliteerd worden? Nieuwe technologieën en vervoersconcepten, waaronder multimodale knooppunten, bieden daarvoor aanknopingspunten. Kwetsbare groepen vormen hierbij een ander aandachtspunt.
  • Benut de discussie over bestuurlijk herindeling om tot een nieuwe indeling te komen die recht doet aan de functionele samenhang tussen stad en ommeland, zodat besluitvorming over verstedelijking en infrastructuur ook recht kan doen aan die samenhang.

Willemieke Hornis (Den Haag, 1981) studeerde Sociale Geografie en Planologie aan de Universiteit Utrecht en Public Administration aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij verrichte haar onderzoek bij het Planbureau voor de Leefomgeving en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.