Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsNieuws en agendaEvenementen en open dagenPromoties

Promotie dhr. M.R. Kapma: Outcomes and costs of endovascular and open repair in patients with a ruptured abdominal aortic aneurysm

Wanneer:wo 04-09-2013 om 11:00

Promotie: dhr. M.R. Kapma, 11.00 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

Proefschrift: Outcomes and costs of endovascular and open repair in patients with a ruptured abdominal aortic aneurysm

Promotor(s): prof.dr. C.J.A.M. Zeebregts

Faculteit: Medische Wetenschappen

Kosteneffectiviteit EVAR-behandeling kan niet worden aangetoond

Vaatchirurgen maken steeds meer gebruik van EVAR, een operatietechniek via de lies die kan worden ingezet bij patiënten met een gesprongen slagader in buik. De behandeling geeft uitstekende overlevingscijfers, maar is niet goedkoper dan een buikoperatie. Dat concludeert Marten Kapma in een onderzoek naar de kosteneffectiviteit van deze twee verschillende operatietechnieken.

Mensen met een uitpuiling van de slagader in de buik lopen het risico dat deze verzwakte plek knapt, met een levensgevaarlijke interne bloeding tot gevolg. Van de patiënten die het ziekenhuis op tijd bereiken, overlijdt bijna de helft alsnog. Daarom is het van groot belang om de behandelmethoden te verbeteren. Artsen brengen daarvoor een prothese in op de plek van de ruptuur. Dat kan op twee manieren: via de buik of de lies. Die laatste optie is minimaal invasief, gebaseerd op Dotter-technieken en wordt EVAR genoemd. Een mogelijk voordeel van de laatste methode, zo stelt Kapma, is bovendien dat het bloedverlies kleiner is.

Op basis van onderzoek onder patiënten in Groningen en Amsterdam concludeert Kapma dat EVAR uitstekende overlevingskansen geeft, maar dat de kosten hoog zijn. Ook kan nog niet aangetoond kan worden dat de ene techniek beter of goedkoper is dan de andere. Een beter behandelprotocol, dat tot stand kwam als gevolg van het gebruik van beide technieken, leidt volgens hem daarentegen al wel tot lagere sterftecijfers. Ziekenhuizen bepalen daarbij vooraf welke behandeling ze voor welke patiëntengroep willen inzetten. Zo’n protocol vergt voorbereidingstijd en een leercurve, waarschuwt Kapma, voordat patiënten er daadwerkelijk van kunnen profiteren.

Marten Kapma (Leeuwarden, 1975) studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek bij het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam en de afdeling Vaatchirurgie van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Kapma is werkzaam als vaatchirurg in het Medisch Centrum Leeuwarden en het Antonius Ziekenhuis Sneek.