Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsSamenwerkingsverbandenOnderzoekssamenwerkingActief Oud is Goud

Achtergrond: Gift for Infinity

In 2014 vierde de Rijksuniversiteit Groningen haar 400-jarig bestaan, met als thema For Infinity. Dat ging gepaard met een groot wetenschappelijk onderzoek, dat door het publiek werd gekozen én gefinancierd: een cadeau voor de toekomst – een Gift for Infinity. Op maandag 2 september 2013 opende Rector Magnificus Elmer Sterken het Academisch Jaar. Hij presenteerde de drie onderzoeksvoorstellen die in aanmerking kwamen. Vervolgens kon iedereen stemmen via het internet om te bepalen welk voorstel uiteindelijk werd gekozen: van 2 tot 30 september 2013, op www.rug400.nl.

De drie onderzoeksvoorstellen zijn geformuleerd naar aanleiding van vragen die in het kader van het ‘400 dagen voor 400 vragen’-project zijn ingediend. Uit de bijna 300 vragen die zijn binnengekomen, heeft een speciaal samengestelde jury er zes geselecteerd. Op basis hiervan zijn drie onderzoeksvoorstellen geformuleerd, op het gebied van zorg, recht en energie.

Actief oud is goud wint de Gift for Infinity!

Het publiek wil dat de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) wetenschappelijk onderzoek doet naar duurzame zorg: Actief oud is Goud. Dat blijkt uit de uitslag van de stemronde die de RUG ter gelegenheid van haar 400-jarig bestaan in september heeft uitgevoerd. Met bijna 50% van de ongeveer 8.000 stemmen won duurzame zorg van de andere twee onderzoeksvoorstellen duurzame energie en duurzaam recht.

Onderzoeker Ronald Stolk is zeer verheugd over dit resultaat. ‘Geweldig’, zegt hij, ‘dit bewijst maar weer hoe goed een netwerk van vrijwilligers kan werken’. Ook de beide vragenstelsters Monique van der Linden en Karin van der Schee zijn blij verrast. Van der Schee heeft hard gelobbyd in haar netwerk van partnerorganisaties, die ook baat hebben bij dit onderzoek. En Monique van der Linden vindt het fantastisch: ‘Hier kunnen alle Nederlandse ouderen hun voordeel mee doen.’

Crowdfundingscampagne Gift For Infinity

De Gift For Infinity is een cadeau van de samenleving voor de samenleving. Het Ubbio Emmius Fonds en het lustrumbureau hebben gezamenlijk een crowdfundingscampagne opgezet voor de financiering van het onderzoek Actief Oud is Goud. De fondsenwerving was succesvol, er werd voldoende geld gedoneerd voor de aanstelling van een PhD student voor het project. Drie grote donaties kwamen van de Emmaplein Foundation, het Elise Mathilde Fonds en Nijestee. We willen hen en alle andere donateurs heel hartelijk bedanken!

Het verhaal achter de twee vragen

Het onderzoek ‘Actief Oud is Goud’ is gebaseerd op twee vragen die in het kader van het lustrumproject ‘400 dagen voor 400 vragen’ zijn ingediend. De twee winnende vragen die de basis voor het onderzoeksproject vormen zijn ingediend door Monique van der Linden en Karin van der Schee. Monique van der Linden zag haar moeder vereenzamen en vroeg: “Als ik heel oud word wil ik er nog toe doen. Dat zie je toch ook in andere culturen?” Karin van der Schee werkt als beleidsmedewerker en fondsenwerver bij Stichting Welzijnswerk Hoogeveen (SWWH) . De winnende vraag van Karin is als volgt geformuleerd: “In de welzijnsorganisatie komt het werk steeds vaker op de schouders van vrijwilligers. Wat is straks de rol van professionals en vrijwilligers in de zorg?” Jacobien Niebuur, de PhD student die per 1 april is aangesteld voor het onderzoek, was benieuwd naar het verhaal achter deze twee vragen en interviewde Monique en Karin. In dit artikel presenteren we een korte samenvatting van de interviews.

Verslag van het interview met Monique van der Linden

Monique van der Linden

In je vraag schrijf je dat je je moeder zag vereenzamen. Zou je iets meer willen vertellen over je moeder en haar eenzaamheid?              
Mijn moeder leefde altijd erg gezond en heeft lange tijd weinig gezondheidsklachten gehad. Op haar 84e veranderde dit, toen kreeg ze haar eerste herseninfarct. Uiteindelijk volgden er nog vier herseninfarcten, de laatste was fataal. Op 91-jarige leeftijd is ze overleden. Het eerste infarct was het meest heftig en had veel consequenties. Mijn moeder woonde nog zelfstandig, maar door het infarct kon dat niet langer. Ze kon moeilijk praten en kon weinig zelf oppakken en vasthouden. Ze verhuisde eerst naar een serviceflat, maar de service daar was ontoereikend voor haar gezondheidsproblemen, daarom maakte ze daarna de overstap naar een verzorgingstehuis. Mijn moeder werd steeds eenzamer, ze woonde in het Gooi en ik in de provincie Groningen. Ik zocht haar regelmatig op, maar door de afstand kon dat niet altijd. Soms belde mijn moeder dat er iets mis was, maar dan kon ik haar vanwege de afstand niet helpen, dat was heel erg lastig. Veel vrienden en vriendinnen van mijn moeder leefden ook niet meer. Er kwam eens in de veertien dagen wel een vriendin langs, maar dat was voor mijn moeder onvoldoende om op te teren. In eerste instantie knapte mijn moeder enorm op van de overstap van de serviceflat naar het verzorgingstehuis, omdat je daar in ieder geval de zusters had. Maar ook in het verzorgingstehuis voelde ze zich uiteindelijk erg eenzaam en verdrietig. Mentaal was mijn moeder scherp tot het einde, dat maakte haar ook verdrietig omdat ze zich overal zo bewust van was.

Je maakt in je vraag de vergelijking met andere culturen. Wat zie je in andere culturen wat je hier ook graag zou zien?          
Je ziet in veel andere culturen dat als mensen oud worden en niet meer goed in staat zijn voor zichzelf te zorgen, dat ze bij hun kinderen in huis komen wonen. Daar passen ze als het nodig is gewoon de huizen aan. Je woont met zijn allen bij elkaar en zorgt voor elkaar. In Nederland gebeurt dit niet bijna niet. De huizen zijn er niet geschikt voor en er zijn allerlei restrictieve maatregelen, waardoor het financieel onaantrekkelijk wordt je ouders in huis te nemen. Maar mijn moeder had ook niet bij mij in willen wonen hoor, ze voelde er niet zoveel voor om vanuit het Gooi naar Groningen te verhuizen en dat begreep ik ook wel. Mij lijkt het mantelzorghuis een heel mooie oplossing. Er staan hier op het Groningse platteland veel boerderijen leeg, het zou fantastisch zijn als we zulke panden om zouden kunnen bouwen tot mantelzorghuizen met zelfstandige appartementen met onderhoudsvrije tuintjes en een grote gezamenlijke keuken en een moestuin. Je moet dan wel letten op de leeftijd mix, er zouden zowel jongere ouderen als oudere ouderen moeten wonen. De jongere ouderen kunnen dan bijvoorbeeld de schoonmaaktaken en het koken op zich nemen en oudere bewoners doen wat zij kunnen om medebewoners te helpen. Verder behoudt iedereen zijn eigen huisarts, en voor zorg is er Buurtzorg. Het lijkt me wel wat, ik wil best elke week de kamers schoonmaken als daar tegenover staat dat ik er altijd kan blijven wonen, zelfs als ik geen naaste familie heb; ook als ik erg oud ben. Het lijkt me veel prettiger dan het wonen in een verpleeghuis, waar allerlei regels gelden. In het mantelzorghuis mag alles, want het is gewoon je huis, je woont er. Als je je kanarie mee wilt nemen waar je jarenlang tegenaan hebt gekletst dan kan dat gewoon in het mantelzorghuis!

Vanuit je eigen ervaringen met je moeder heb je gemerkt dat eenzaamheid een grote rol kan spelen op oudere leeftijd, zeker wanneer je te maken hebt met gezondheidsproblemen. Herken je het probleem ook bij anderen?
Ik heb lange tijd gewerkt als docent verpleegkunde. Tijdens mijn werk zag ik al dat er te weinig tijd was voor persoonlijke aandacht voor de ouderen. Het is nu nog veel erger dan toen. Ik denk dat het komt door de bezuinigingsdriften; er is te weinig personeel in de verpleeghuizen. Juist in gezelschap kun je zo eenzaam zijn, als mensen te weinig tijd voor je verzorging hebben of om naar je te luisteren. In het geval van mijn moeder was vreselijk veel geduld nodig om haar te begrijpen. Ze was slecht te verstaan en kon vaak het goede woord niet vinden. Als je haar goed leerde kennen en de tijd voor haar nam, lukte het wel. Er is veel meer goed opgeleid personeel nodig met tijd en aandacht. Daarnaast ervoer ik een gebrek aan specialistische zorg voor ouderen. Mijn moeder had al hartproblemen voordat ze haar eerste herseninfarct kreeg, dat door de hartproblemen is ontstaan, de andere vier ook. Zij heeft in al die tijd slechts één keer een cardioloog gezien, specialistische zorg zou haar heel wat ellende, en in het algemeen veel kosten hebben kunnen schelen. Juist de oudere generatie is opgevoed met het idee dat de dokter alles weet, mensen moeten dan ook op de hulp van de huisarts en doorverwijzing zonder kosten kunnen rekenen. De verzorgingsstaat is afgebroken. We willen een holistische maatschappij, maar dat kan niet als er wordt bezuinigd op specialistische zorg. Er wordt mensen zorg onthouden, soms zonder dat ze zich er zelf bewust van zijn. De bezuinigingen zijn misschien tijdelijk, maar iedereen hoopt oud te worden. Niemand weet hoe het zal zijn maar er zijn wel indicaties dat er weinig is om je op te verheugen als je een echt hoge leeftijd blijkt te halen. Ouderen hebben altijd mijn interesse gehad, ze hebben mijn hart, daarom vind ik het belangrijk dat dit onderwerp besproken wordt. Ook al hebben sommige mensen het idee dat het probleem voor hen helemaal niet speelt, iedereen krijgt ermee te maken. Ik heb het idee dat veel jongeren hier helemaal niet mee bezig zijn, net als met hun pensioen, en dat de jongere generatie de ouderen soms laten zitten. Onderlinge betrokkenheid is zo belangrijk!

Verslag van het interview met Karin van der Schee    

Karin van der Schee

Kun je iets meer vertellen over de organisatie waarvoor je werkt en over je functie binnen de organisatie?
Ik werk sinds ongeveer tien jaar bij Stichting Welzijnswerk Hoogeveen (SWW), eerst als sociaal-cultureel werker, toen als opbouwwerker gevolgd door ouderenwerker en inmiddels ben ik beleidsmedewerker en fondsenwerver. Als beleidsmedewerker ondersteun ik de gebiedsteams met rapportages en werkplannen, daarnaast schrijf ik op diverse terreinen beleidsplannen. De stichting bestaat uit meerdere takken, waaronder maatschappelijk werk, vrijwilligerssteunpunt en mantelzorgondersteuning. SWW bedient de hele gemeente Hoogeveen, daaronder valt naast de stad nog een tiental omliggende dorpen. De tak maatschappelijk werk is de grootste binnen deze stichting. Er zijn ongeveer 75 professionals en 250 vrijwilligers verbonden aan Stichting Welzijnswerk Hoogeveen.

Je schrijft in je vraag dat steeds meer werk in de welzijnsorganisatie door vrijwilligers wordt gedaan, kun je dit toelichten?
Ik heb tijdens mijn loopbaan veel zien veranderen. Toen ik begon werd er voornamelijk met professionals gewerkt. Er worden steeds meer taken overgedragen aan vrijwilligers. Er vindt vervaging van de scheiding tussen betaald en vrijwilligerswerk plaats. Taken die eerder als vanzelfsprekend tot het terrein van de professional in het sociale domein behoorden, worden nu mede uitgevoerd door vrijwilligers. De professionals ondersteunen en faciliteren hierbij. Gedeeltelijk wordt de verschuiving van taken van de professional naar de vrijwilliger ingegeven door bezuinigingen, maar ook door de nieuwe kijk op sociaal werk. Deze nieuwe visie, die omarmd is door Stichting Welzijnswerk Hoogeveen, is gerelateerd aan de participatiemaatschappij en houdt in dat de welzijnsorganisatie eigenlijk vooral een ondersteunende rol zou moeten hebben, aan de vrijwilligers en de burgers die actief zijn in de wijken. Er wordt gestreefd naar minder oplegging van bovenaf, er moet meer ingespeeld worden op ideeën in de samenleving. De overheid kan niet overal meer voor zorgen, de burger is zelf weer aan zet.

Wat is de kern van de uitdaging waar de stichting mee te maken krijgt als gevolg van deze verandering?
Dit brengt grote veranderingen met zich mee voor het takenpakket van de professionals. Professionals worden steeds meer ingezet als begeleider of ondersteuner van de vrijwilligers in de organisatie en in de wijken, in plaats van als uitvoerder. Dit vraagt nogal wat van alle betrokkenen. Professionals komen in steeds grotere mate op afstand van het werk te staan en dat kan op zich, maar dat heeft uiteindelijk wel consequenties voor veel dingen, bijvoorbeeld voor de opleiding van professionals. Professionals en vrijwilligers worden geacht minder in de directe hulpverlening te schieten maar eerst te vragen wat mensen zelf, (binnen hun eigen omgeving) kunnen oplossen. Dit vraagt om een grote gedragsverandering, in de praktijk is het soms best lastig zo’n nieuwe visie vorm te geven. Professionals zijn erg gewend aan de ‘oude manier’ van werken en het kost tijd om de omschakeling naar de nieuwe werkwijze te maken. Ook voor vrijwilligers is de nieuwe visie niet altijd even gemakkelijk te implementeren. Sommige vrijwilligers vinden het juist leuk om werk vóór mensen te doen, in plaats van hen te helpen met leren hoe ze een (bijvoorbeeld administratieve) taak later zelf ook uit kunnen voeren. Een belangrijke vraag is ook: waar ligt nu eigenlijk de scheiding tussen vrijwilligers werk en betaald werk? En heel belangrijk, ook voor sommige cliënten is de overgang naar de nieuwe visie erg wennen. Sommige cliënten verwachten juist dat het werk voor ze gedaan wordt, ze zijn gewend dat de hulpverleners er juist zijn om de problemen op te lossen. Maar de overheid lost niet meer alles voor je op zoals vroeger. Dit veranderingstraject is dus zowel bij professionals, vrijwilligers én cliënten relevant. We hopen antwoord te krijgen op de vraag wat deze trend betekent voor de toekomst van het professionele en vrijwilligerswerk in het sociale domein en wat de kansen en bedreigingen zijn voor alle betrokkenen in dit proces. Ik denk dat alle welzijnsorganisaties in meer of mindere mate met dit vraagstuk te maken hebben en dat de transformatie van de verzorgingsstaat naar de participatiemaatschappij een grote mentaliteitsverandering van de samenleving vraagt. Kortom, voor iedere burger een interessant vraagstuk!

Laatst gewijzigd:03 september 2015 14:01