|
Page content:
Nederlands
Stil geluidMeten aan 'stil geluid' in woningenIn 1998 zijn, in een onderzoek naar laagfrequent geluid, metingen verricht van het geluidsniveau in woningen verspreid over Nederland. Dit artikel geeft daarvan de resultaten. Bij heel lage frequenties (< 30 Hz) is het ècht stil in de onderzochte woningen: zgn. ‘infra’-geluid is niet waarneembaar. Vanaf 100 à 200 Hz komt bijna overal wel waarneembaar geluid voor, meestal met een niveau van 18 tot 28 dB(A). In de meeste gevallen waar mensen last hebben van een laagfrequent geluid is inderdaad, bij frequenties tussen 32 en 160 Hz, zo’n geluid aanwijsbaar. De frequenties daarvan lijken erop te wijzen dat het in de meeste gevallen om motoren gaat. Frits van den Berg
Meten in woningen
Bijzonder aan dit onderzoek is dat de gehinderden het geluid zelf hebben opgenomen. Daartoe werd een digitale recorder met microfoon in de woning (meestal in een hoek van de slaapkamer) geplaatst en kreeg de gehinderde instructie hoe deze te bedienen. De apparatuur bleef zolang staan als nodig was om zinvolle opnamen te verkrijgen. Deze werkwijze stond er garant voor dat het heersende geluid werd vastgelegd op het moment dat de gehinderde zei het hinderlijke geluid waar te nemen. Daarnaast werden ook overdag opnamen gemaakt en (soms) ook als de gehinderden het LF geluid niet hoorden. De hier gevolgde werkwijze is de basis van de onlangs verschenen richtlijn van de Nederlandse Stichting Geluidhinder voor het meten bij klachten over laagfrequent geluid.7 De in de richtlijn gebruikte referentiecurve is de gehoordrempel van relatief goedhorenden en ligt 5 dB onder de referentiedrempel die in dit artikel wordt gebruikt.
Karakterisering van geluid
Eéngetalsmaten hebben het nadeel dat ze geen informatie geven over de frequentiesamenstelling van het geluid: daarvoor is het noodzakelijk over een spectrum te beschikken. Bij lage frequenties is het zinvol zo’n spectrum te vergelijken met de gehoordrempel omdat deze sterk varieert met de frequentie: of een geluid van een bepaalde luidheid hoorbaar is, hangt dus sterk van de frequentie van dat geluid af. Bij de analyse van deze metingen is de spectrale samenstelling van het gemeten geluid onderzocht, maar zijn ook de algehele geluidsniveaus bepaald.
Gemiddelde geluidsniveaus
Uit de tabel blijkt dat er gemiddeld weinig verschil is tussen woningen waar wel en geen hinder optreedt. ‘s Nachts zijn de geluidsniveaus vrijwel gelijk, overdag is het wat stiller in woningen waar hinder optreedt. De spreiding (standaarddeviatie) van de geluidsniveaus bedraagt 3 tot 8 dB rond de hier gegeven gemiddelden.
In figuur 1 zijn tertsbandspectra gegeven van de (rekenkundig) gemiddelde geluidsniveaus per etmaal-periode (dag / nacht) en per groep (wel / niet gehinderden). De spectra verschillen onderling weinig in vorm: de verschillen betreffen vooral de sterkte van het geluid, minder de frequentiesamenstelling. Bij ongeveer 50 Hz (de frequentie van het elektriciteitsnet) wordt zowel bij de gehinderden als de vergelijkingsgroep, en zowel overdag als ’s nachts, een opvallende verhoging van het geluidsniveau gevonden. Om een indicatie te geven van de hoorbaarheid, zijn de spectra in figuur 1 gegeven met als referentie de mediane gehoordrempel voor jonge volwassenen zonder gehoorproblemen: 50 % van hen hoort beter dan deze drempel, 50 % slechter. Onlangs is deze drempel, speciaal voor lage frequenties, opnieuw bepaald door Passchier.3 De gehoordrempel van 90% van de doorsnee ouderen (tot welke groep de meeste gehinderden vermoedelijk behoren) ligt boven tot maximaal 4,5 dB beneden de in dit artikel gegeven referentiedrempel.
klik hier voor een grotere versie van de afbeelding.
Toepassing van criteria voor LF geluid
Individuele geluidsniveaus ‘s nachts
Op enkele lokaties in deze categorie ligt het niveau bij één opname soms wel dichter bij de referentiedrempel, maar werd het hinderlijke geluid ook waargenomen bij een lager niveau (dat dan als maatgevend is beschouwd). Hoewel dus in dit onderzoek meestal (75 %) een in principe hoorbaar geluid kon worden vastgesteld, is niet bewezen dat de hinder inderdaad door dat geluid werd veroorzaakt.
Klik hier voor een grotere versie van de afbeelding.
Conclusies
In enkele gevallen kan bij een gehinderde geen LF geluid worden aangetoond dat de hinder kan verklaren. De oorzaak van de klachten is dan niet op een in de woning voorkomend LF geluid terug te voeren, tenzij (in sommige gevallen) de gehinderde extreem goed zou horen. Gemiddeld is het bij de gehinderden iets stiller dan in woningen waar geen klachten zijn (vergelijkingsgroep). Dit geldt vooral bij lage frequenties en overigens overdag meer dan ’s nachts. Door de geringere geluidsniveaus in hun woningen scoren de gehinderden wat lager (1 - 4 dB) op criteria voor LF geluid zoals die in enkele landen zijn voorgesteld. Bovendien worden deze criteria meestal niet overschreden. De criteria hebben dus geen eenduidige relatie met hinder: klachten betekenen niet altijd een overschrijding van deze criteria en waar geen klachten zijn (vergelijkingsgroep) kunnen criteria toch overschreden worden. Gezien het geringe verschil tussen het geluid in de woningen van gehinderden en van de vergelijkingsgroep wordt de overlast kennelijk mede bepaald doordat een LF geluid bij sommigen de aandacht trekt en erg hinderlijk wordt, wat bij anderen (de vergelijkingsgroep, huisgenoten) niet of minder het geval is. Dit correspondeert mogelijk met het gegeven dat de gehinderden zich ‘geluidsgevoelig’ noemen. Ook is het mogelijk dat een gering geluid bij de gehinderden meer opvalt omdat het er stiller is, d.w.z. dat er minder maskerend (achtergrond-) geluid is. Literatuur
|
Associative links:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Current section:
laagfrequentgeluidSection menu:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||