|
Page content:
English
EC:3.2.1.52ß-Hexosaminidase-A (aandoening: GM2-2 Gangliosidosis, Tay Sachs)
Gangliosiden zijn glycosphingolipiden, bestaand uit een hydrofoob ceramide (N-acylsphingosine), en een hydrofiele oligosaccharide-keten, die één of meer siaalzuur-residuen bevat. In adult menselijk hersenweefsel komen tenminste twaalf verschillende gangliosiden voor, waarvan er vier (GM1, GD1A, GD1B, en GT1B) meer dan 90% van het totaal beslaan. Deze vier types hebben allen dezelfde tetrasaccharide-keten, waaraan één (GM1), twee (GD1A en GD1B), of drie (GT1B) siaalzuur-residuen zijn gebonden.Gangliosiden zijn karakteristieke componenten van de buitenste laag van de plasmamembraan bij dierlijke cellen. Waarschijnlijk zijn ze nauw betrokken bij cel-differentiatie en cel-cel interactie. Bepaalde gangliosiden doen dienst als bindingsplaatsen voor virussen en bacteriële toxinen, of als co-receptoren voor hormonen, groeifaktoren en interferonen. De grootste gangliosiden-concentratie bevindt zich in de grijze hersenstof, waar ze 6% van de lipiden uitmaken. Gangliosiden worden in een zuur milieu in de lysosomen van de cel, afgebroken door exohydrolases.Deze afbraak gebeurt stapsgewijs, beginnend bij het hydrofiele einde van een molekuul. Bijna elk van deze afbraakstappen kan gestoord zijn, resulterend in vetstapeling; alle bekende ganglioside-stapelingsziekten zijn het gevolg van gestoord lysosomaal katabolisme. Defecten in ganglioside-afbraak leiden tot ernstige gevolgen voor het zenuwstelsel, doordat neuronen gevuld raken met vet-gestapelde lysosomen ; slechts kleine hoeveelheden van de gestapelde vetten verlaten de cel; zij kunnen gedetecteerd worden in cerebrospinale vloeistoffen en urine. Al in 1936 was het bestaan van het lysosomale enzym N-acetyl-b-D-glucosaminidase (=b-hexosaminidase) bekend. In 1968 onderscheidden Robinson en Stirling bij hexosaminidase afkomstig uit humane milt, twee iso-enzymen, namelijk een zure vorm; hexosaminidase A, en een basische vorm; hexosaminidase B. Beide enzymen zijn oligomeren, opgebouwd uit a- en b-subunits. Hexosaminidase A is opgebouwd uit zowel a- als b-subunits, hexosaminidaseB bestaat alleen uit b-subunits. Later werd in weefsels van Sandhoff-patiënten (deze patiënten missen zowel hexosaminidase -A als -B), nog een derde iso-enzym ontdekt. Dit derde enzym, hexosaminidase S, bevat geringe katalytische aktiviteit, en is een dimeer bestaande uit enkel a- subunits. In menselijk weefsel breekt hexosamininidase-A, ganglioside GM2 af, door het terminale N-acetylgalactosaminyl-residu van GM2 af te splitsen.
Een defect in, of deficiëntie van de a-unit van hexosaminidase-A verhindert de vorming van intact hexosaminidase A (en van het minder belangrijke hexosaminidase S), terwijl uit de niet-aangedane b-units wel intact hexosaminidase B gevormd kan worden. Biochemisch wordt hexosaminidase A-deficiëntie gekarakteriseerd door de aanwezigheid van normale, of zelfs verhoogde hexosaminidase-B concentraties. Om deze reden wordt dit defect ook wel aangeduid met de naam 'variant B van GM2-gangliosidose' of 'GM2-2 gangliosidose'. De benaming 'ziekte van Tay-Sachs' wordt gewoonlijk gebruikt voor de infantiele vorm van deze enzymatische variant. Tay-Sachs is autosomaal-recessief overerfelijk. Bij Joods-Amerikanen is 1 op de 30 personen drager, terwijl bij niet-Joodse Amerikanen slechts 1 op de 300 personen dat is; de incidentie van deze ziekte bij Joods-Amerikanen is hierdoor zo'n 100 maal groter. Klinisch zijn er bij GM2 gangliosidose vier varianten te onderscheiden;
Principe van de enzymassay: Het patiëntenmateriaal wordt geïncubeerd met het synthetische substraat 4methylumbelliferyl-β-glucosamine-N-acetyl-6-sulfate; door de werking van hexosaminidase A wordt 4methylumbelliferon (4MU) afgesplitst.De hoeveelheid 4MU die zodoende vrijkomt, is een maat voor de enzymaktiviteit, en is fluorometrisch te bepalen.
Benodigd materiaal: leukocyten of fibroblasten.
Referenties:
|
Associative links:
|
||||
|
|
|||||
Current section:
Liver, Digestive and Metabolic Diseases |
|||||