|
Page content:
English
EC: 2.8.3.5
Succinyl-CoA acetoacetate transferase Ketonlichamen, acetoacetaat en D3-hydroxybutyraat, worden gevormd bij overmatig vetafbraak, vasten of diabetus. Ze zijn belangrijk als oxidatieve substraten voor perifeer weefsel, als lipogene voorlopers en als regulatoren voor het metabolisme. Hun serumconcentratie wordt bepaald door het evenwicht tussen de aanmaak in de lever en het verbruik in perifeer weefsel. Een stijging in deze concentratie kan leiden tot ketoacidose en kan veroorzaakt worden door verhoogde aanmaak (bv. diabetus), verminderd verbruik en verandering in ketonlichaam-metabolisme.
Als een kind telkens terugkerende ketoacidotische aanvallen, normaal of verhoogde bloedglucose waarden, normaal of lage lactaat en ammonia waarden en sterke ketonurie vertoond, is er een kans op een deficientie van 2-methylacetoacetyl-CoAthiolase of van succinyl-CoA acetoacetaat transferase (SCOT). Succinyl-CoA acetoacetaat transferase (EC 2.8.3.5) wordt ook wel succinyl-CoA transferase en 3-oxoacid-CoA transferase (3-OAT) genoemd. Deficiëntie van dit enzym, een autosomaal recessieve afwijking, is een zeldzame afwijking. De ziekte is potentieel fataal bij kinderen met aanvallen met ernstige ketoacidose-aanvallen gecombineerd met vaak ernstige infecties, maar met een goed dieet is het mogelijk dat kinderen normaal opgroeien. De activiteit van SCOT wordt bepaald door de afname van acetoacetyl-CoA in de aanwezigheid van succinaat spectrofotometrisch te bepalen bij 303 nm.
Benodigd materiaal: fibroblasten Referenties:
|
Associative links:
|
|||||
|
|
||||||
Current section:
Liver, Digestive and Metabolic Diseases |
||||||