De verschillende componenten van de studiefinanciering. Een inleiding voor studiekiezers.
Maandbudget
Je maandbudget kan uit de volgende elementen bestaan: een basisbeurs, een aanvullende beurs, een lening en het collegegeldkrediet. Daarnaast krijgt iedere student op zijn eigen persoonlijke OV-chipkaart de mogelijkheid om met korting te reizen. De hoogte van je basisbeurs hangt af van je woonsituatie: als thuiswonende student krijg je minder dan als uitwonende student. Of je recht hebt op een aanvullende beurs hangt af van het inkomen van je ouders. Bij tijdig afstuderen worden deze twee beursdelen omgezet in een gift. (Afhankelijk van het doorgaan van de kabinetsplannen op het moment van schrijven vervalt in de masterfase het recht op de basisbeurs. Eventueel kun je wel aanvullende beurs krijgen.)
Lenen
Naast een basisbeurs en eventueel aanvullende beurs kun je altijd in aanmerking komen voor een aanvullende, rentedragende lening. Deze wordt echter nooit omgezet in een gift. Ook de ‘OV-kaart’ (officiële naam van DUO: ‘het studentenreisproduct’) valt onder de prestatiebeurs. Dit betekent dat wanneer je niet voldoet aan de prestatienorm en je lening geen gift wordt, dat dan ook het kaartbedrag een lening blijft. Het gaat om ongeveer 80 euro per maand. Als je een bijbaantje hebt en je belastbaar inkomen is meer dan 13.215 euro per kalenderjaar, word je gekort op je studiefinanciering. Dit kun je voorkomen door je studiefinanciering op tijd stop te zetten voor de rest van het kalenderjaar.