‘Het viel me tegen hoe duur het studentenleven eigenlijk is. Ik heb een vrij dure kamer en moet zelf betalen voor eten, telefoon, rekeningen en verzekeringen. En dan komt er ook nog geld bovenop voor leuke dingen: boeken, dvd’s, festivaltickets en stappen. Gelukkig betalen mijn ouders mijn collegegeld, en heb ik verder geen dure hobby’s.
Om mijn kosten te dekken, vul ik mijn lening bij DUO aan met het salaris van mijn bijbaantje: ik werk in de keuken van een verzorgingstehuis. Hopelijk komt daar volgend jaar de beurs bij die ik verdien met mijn werk bij de faculteitsraad.
Soms is het geld gewoon op. Dan doe ik uitzendwerk, of eet ik mee met mijn huisgenoten. Als zij een beetje krap zitten, krijgen ze ook eten van mij. Als de nood ècht hoog is, breng ik de bierkratten die in de gang staan terug naar de supermarkt, voor het statiegeld.
Ik maak me eigenlijk nooit zorgen over geldzaken. Dat hebben mijn ouders me ook meegegeven in mijn opvoeding. Ik geloof niet dat het leven leuker wordt door je zorgen te maken over zulke dingen.’