‘De journalistiek, dat trok me vroeger altijd. Toch had ik een exact profiel en gaandeweg kwam ik erachter dat ik biologie heel interessant vond en graag iets met mensen wilde doen. Daarom heb ik toch voor geneeskunde gekozen, daar komen het sociale en het medische bijelkaar.
Als je gaat studeren wordt alles opeens anders. De zelfstandigheid, in positieve en negatieve zin, daar moest ik nog het meeste aan wennen. Je moet alles zelf doen: koken, schoonmaken, wassen. Bij geneeskunde heb je gelukkig vrij veel contacturen en daardoor leer je een aantal medestudenten toch wel snel kennen. Je werkt bijvoorbeeld in een tutorgroep met negen medestudenten een week lang aan een patiëntprobleem. Je moet dan van alles uitzoeken: de diagnose, de behandeling, medicijnen en hulp. Dat doe je tien weken achter elkaar, dus dat is best wel intensief. De stof wordt dan heel concreet, dat vind ik leuk.
Verder help ik nu met de organisatie van de lustrumweek van de studievereniging. Met twee medestudenten maak ik het bijbehorende lustrumboek met daarin de geschiedenis van de vereniging en de weerslag van de week. Ik heb daar veel van geleerd. En zo komt toch nog een beetje mijn journalistieke interesse terug!’