Skip to ContentSkip to Navigation
Onderdeel van Rijksuniversiteit Groningen
Science LinXScience Proefjes

Verbeter je diepte-effect

Aflevering 55

Voor onderhoudende experimenten heb je niet per se een groot laboratorium nodig. Met een digicamera maak je zo dieptefoto’s. Nog wel even een brilletje knutselen. En pas op voor de flitscondensator.

Hoofdpersoon Alfred Issendorf is in W.F. Hermans’ roman Nooit meer slapen naarstig op zoek naar luchtfoto’s van Noord-Noorwegen. Die foto’s heeft hij nodig voor een geologische expeditie in het gebied. Helaas voor Alfred: in Oslo zijn de foto’s niet beschikbaar en ook ‘direktør Hvalbiff’ (directeur Walvisvlees) van de Geologische Dienst in Trondheim kan hem niet helpen. Het wordt een hoofdpijndossier, tot Alfred tot zijn ontsteltenis ontdekt dat een van zijn tochtgenoten de foto’s wel heeft. “Hij heeft een stuk plastic op de grond gelegd en daarop liggen de foto’s die hij met twee tegelijk door zijn stereoscoop bestudeert.”

Luchtfoto’s worden vaak gemaakt met zogeheten stereofotografie. Het principe is simpel: neem twee keer dezelfde foto maar doe dat de tweede keer vanaf een iet iets andere plek. Voeg de beelden daarna samen en bekijk ze met een speciale bril of met een stereoscoop.

Omdat je met je ene oog het normale linkerbeeld ziet en met je rechteroog het normale rechterbeeld, zie je ineens diepte. Dat is handig als je bijvoorbeeld, zoals Alfred, op zoek bent naar meteorietinslagen. Rond een inslagkrater zit – in theorie – een opstaande rand die je op een stereofoto zou moeten kunnen zien.

Als je een digitale camera hebt, kun je je eigen stereofoto’s maken door de twee beelden samen te voegen op een computer. Op internet zijn verschillende gratis programma’s te vinden om foto’s te combineren tot één beeld. Voor de foto bij dit artikel gebruikte de BOEM-redactie het gratis programma AnaMaker. Als je een beetje zoekt kun je ook speciale templates vinden om je stereofoto’s – ook wel anaglyphen – te bewerken in Photoshop.

Maak de twee foto’s op ongeveer zeven tot negen centimeter van elkaar. Je pupillen staan (als het goed is) ongeveer 65 millimeter van elkaar, maar door de afstand kunstmatig een klein beetje te vergroten, verbeter je het diepte-effect.

De BOEM-redactie gebruikte voor het maken van de foto’s een plankje waarop de camera netjes heen-enweer kon schuiven, een ontwerp afgekeken van vader Arbouw. Het nadeel van die opstelling is dat je geen actiefoto’s kunt nemen: omdat je de foto’s na elkaar neemt, kun je alleen stilstaande objecten fotograferen.

Als je wel actiefoto’s wilt nemen (je gaat volgende week skiën en je wilt eens iets anders dan de standaard vakantiekiekjes), neem dan twee identieke camera’s, monteer die op een plankje of een aluminiumprofiel en knutsel een constructie om de twee ontspanners gelijktijdig in te drukken. Als je avontuurlijk ingesteld bent, kun je de camera’s ook openschroeven en draadjes aan de contactpunten van de ontspanknoppen solderen.

Zet aan het uiteinde één schakelaar en je bent klaar. Pas bij het openschroeven van de camera wel op dat je niet met je vingers aan de contactpunten van de flitscondensator zit, ook niet als je de batterij hebt verwijderd. Van de flits kun je een elektrische schok krijgen die mogelijk dodelijk, maar in ieder geval reuze pijnlijk is. Vraag niet hoe de BOEM-redactie dat weet...

Een brilletje om je zelfgemaakte stereofoto’s te bekijken, maak je van een stuk karton en twee stukjes gekleurd plasticfolie rood links, groen rechts. Je kunt ook de glazen uit een oude zonnebril drukken en vervangen door helder plasticfolie dat je eerst hebt gekleurd met rode- en blauwe watervaste stift.

Mocht je bezig zijn met het plannen van een geologische expeditie naar Finnmark dan hoef je voor je luchtfoto’s tegenwoordig trouwens niet meer langs professor Hvalbiff in Trondheim. De Noorse Geologische Dienst heeft gedetailleerde luchtfoto’s van het hele land beschikbaar gemaakt via het web.

Auteur: Ernst Arbouw

Laatst gewijzigd:11 oktober 2017 15:48