Groningen University Fund

Statuten

Statuten van de Stichting Groninger Universiteitsfonds

Naam en Zetel

Artikel 1

De stichting draagt de naam: ‘Stichting Groninger Universiteitsfonds’, bij verkorting genaamd ‘GUF’.

Artikel 2

De stichting is gevestigd in Groningen.

Doel

Artikel 3

De stichting stelt zich ten doel de bevordering van de studie aan de Rijksuniversiteit te Groningen hierna genoemd ‘RUG’, en voorts van al datgene, wat tot meerdere bloei van die universiteit kan strekken.

Artikel 4

De stichting tracht dit doel te bereiken door:

  1. Het geven van financiële steun t.b.v. studiereizen en onderzoekstages in het buitenland door gevorderde studenten en door leden van het niet in vaste dienst zijnde wetenschappelijk personeel, voor zover daartoe geen voldoende middelen door eigen instituut of faculteit beschikbaar kunnen worden gesteld;
  2. Het verlenen van subsidie bij de organisatie van internationale wetenschappelijke congressen, symposia en workshops in Groningen door eenheden van de RUG;
  3. Het subsidiëren van excursies door studenten, gericht op hun studie en die in het kader van die studie van belang zijn maar niet verplicht;
  4. Het geven van financiële steun aan gevorderde studenten en promovendi om op buitenlandse congressen een voordracht te kunnen houden of om een poster te kunnen presenteren;
  5. Het verlenen van boekenbeurzen aan studenten met bevredigende studieresultaten, die extra-studiekosten hebben welke aanschaf van de nodige boeken bemoeilijken;
  6. Het bijdragen tot de uitbreiding van de Universiteitsbibliotheek en de universitaire verzamelingen;
  7. Het vergemakkelijken van de uitgave van wetenschappelijke publicaties bij bijzondere universitaire gebeurtenissen en van wetenschappelijke publicaties die van belang zijn voor de geschiedenis van de RUG;
  8. Het bijdragen in de kosten verbonden aan het houden van voordrachten, het geven van gastcolleges of het meewerken aan onderzoek in een eenheid van de Rijksuniversiteit Groningen door buitenlandse geleerden;
  9. Het subsidiëren van wetenschappelijke, culturele en sportieve activiteiten door studenten in verenigingsverband;
  10. Het vestigen van bijzondere leerstoelen aan de RUG;
  11. Het beheer tegen vergoeding van instellingen met een aanverwant doel.
Kapitaal

Artikel 5

Het kapitaal van de stichting bestaat uit:

a. de bij de stichting bij de oprichting ingebrachte gelden;

b. door de stichting verkregen erfstellingen en legaten;

c. door de stichting verkregen schenkingen;.

d. overige middelen.

Artikel 6

Het kapitaal wordt belegd op de door het Bestuur te bepalen en door de Raad van Toezicht goedgekeurde wijze.

Artikel 7

Voor zover niet door de erflaters of schenkers anders is bepaald, mag (behoudens het bepaalde in artikel 32, en behoudens beschikkingshandelingen met het oog op herbelegging), over het kapitaal bedoeld in artikel 5, door het Bestuur slechts worden beschikt met goedvinden van de Raad van Toezicht , zulks met inachtneming van artikel 21.

Inkomsten

Artikel 8

De inkomsten van de stichting bestaan uit:

1. de opbrengst van het kapitaal;

2. erfstellingen, legaten en schenkingen, ten aanzien waarvan door de erflaters of schenkers

is bepaald, dat zij tot de inkomsten zullen behoren;

3. de bijdragen van de donateurs;

4. overige inkomsten.

Donateurs

Artikel 9

De stichting kent verschillende categorieën donateurs, te weten:

  • gewone donateurs, die geacht worden jaarlijks een bijdrage te betalen;
  • donateurs voor het leven, die (tenminste) eenmalig een bijdrage van bepaalde grootte schenken; en
  • student donateurs, zijnde studenten aan de RUG.

De respectieve normbedragen voor de onderscheiden categorieën van donateurs kunnen op gezette tijden door de Raad van Toezicht opnieuw worden vastgesteld met ingang van het eerstvolgende kalenderjaar.  

Raad van Toezicht en Bestuur

Artikel 10

De Stichting kent een Raad van Toezicht en een Bestuur.

Artikel 11

1. In de Raad van Toezicht hebben zitting:

a.de voorzitter van het College van bestuur van de RUG, die als zodanig het voorzitterschap van de Raad bekleedt;

b. de Rector Magnificus van de RUG ;

c. één hoogleraar van elk der faculteiten van de RUG, telkens voor een termijn van vier jaren aan te wijzen door het bestuur van de faculteit, met de mogelijkheid van herbenoeming;

d. het hoofd van het bestuur van elk van de algemene studentenverenigingen die tenminste éénhonderd student-donateurs van het Fonds onder hun leden tellen;

e. vijf gewone donateurs van de stichting, door de Raad van Toezicht telkens voor een termijn van vier jaar aan te wijzen, met de mogelijkheid van herbenoeming;

2. Bekleedt één der leden als bedoeld onder e. gedurende de tijd welke deze zitting heeft het ambt van Rector Magnificus, dan wordt deze voor de duur van die functie vervangen door een andere hoogleraar, aan te wijzen door het betreffende faculteitsbestuur uit diens faculteit.

3. De secretaris van het Bestuur fungeert tevens als secretaris van de Raad van Toezicht.

Artikel 12

Het Bestuur bestaat uit een door de Raad van Toezicht te bepalen aantal van ten hoogste zes leden, te weten:

a. vier (emeritus) hoogleraren, niet zijnde lid van de Raad van Toezicht, aan te wijzen door het College van Decanen;

b. twee leden aan te wijzen door de Raad van Toezicht uit de gewone donateurs van de stichting, niet zijnde lid van de Raad van Toezicht, en met dien verstande dat tenminste één dezer leden alumnus is van de RUG.

2. De leden van het Bestuur hebben zitting voor de duur van vier jaren; zij zijn herbenoembaar.

3. Het Bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester, die tezamen het Dagelijks Bestuur vormen.

4. Het Bestuur kan één der andere bestuursleden aanwijzen als tweede secretaris.

Artikel 13

De aanwijzing van de leden van de Raad van Toezicht en van het bestuur ter voorziening in de vervulling van de plaatsen der leden, die aan de beurt van aftreden zijn, geschiedt in de jaarvergadering van de Raad van Toezicht bedoeld in artikel 17. Hun zittingstermijn gaat in op de eerste juli daaropvolgend.

De aanwijzing ter invulling van plaatsen, welke uit anderen hoofde openvallen, geschiedt zo mogelijk binnen drie maanden na het openvallen.

Artikel 14

De vergaderingen van de Raad van Toezicht en van het bestuur worden zo mogelijk gehouden in de gemeente Groningen; zij vinden plaats zo dikwijls zulks ter uitvoering van enige bepaling in deze statuten wordt vereist of de desbetreffende voorzitter het nodig oordeelt. Bovendien roept de voorzitter een vergadering bijeen, wanneer dit door drie leden wordt verlangd.

Artikel 15

Alle besluiten over zaken worden genomen bij volstrekte meerderheid der stemmende leden, behoudens het bepaalde in de artikelen 31 en 32. Bij staken van stemmen wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Indien in deze vergadering de stemmen wederom staken, is het voorstel verworpen.

De stemming moet geschieden bij hoofdelijke oproeping, wanneer een der leden dit verlangt, en alsdan mondeling.

Artikel 16.

De stemming over personen geschiedt bij gesloten en ongetekende briefjes, tenzij geen stemming wordt verlangd. De volstrekte meerderheid der stemmende leden beslist; bij staken van stemmen beslist het lot.

Raad van Toezicht

Artikel 17

1. De Raad van Toezicht heeft tot taak toe te zien op de naleving van deze statuten en op het beheer van het kapitaal der stichting.

2. Telkenjare vóór één juli vergadert de raad, daartoe tenminste veertien dagen tevoren door de voorzitter bijeengeroepen, teneinde aan de hand van het door de accountant opgemaakte rapport het door het Bestuur gevoerde beleid te controleren en na akkoordbevinding het bestuur deswege décharge te verlenen. Deze décharge geschiedt op voorstel van een telkens voor dat doel in het voorafgaande jaar door de voorzitter aangewezen commissie van twee leden van de raad die geen deel uitmaken van het Bestuur en die zich van te voren op de hoogte heeft gesteld van het financiële beheer van het Bestuur.

Artikel 18

Onverminderd het bepaalde in artikel 21 is de goedkeuring van de Raad van Toezicht noodzakelijk voor:

a. beschikkingshandelingen over het kapitaal als bedoeld in artikel 7;

b. een bestuursbesluit dat een erfstelling, legaat of schenking, als bedoeld in artikel 5 onder b. en c., voor zover de erflater of de schenker niet anders heeft bepaald, geheel of gedeeltelijk tot de inkomsten zal worden gerekend;

c. het aanvaarden van andere erfstellingen, legaten en schenkingen dan bedoeld in artikel 20 onder 1.

Bestuur

Artikel 19

Het Bestuur is belast met het besturen van de stichting met inachtneming van de statuten en is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen als bedoeld in artikel 291 lid 2 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Naast het Bestuur wordt de Stichting vertegenwoordigd door het Dagelijks Bestuur.

Artikel 20

Het Bestuur is voorts bevoegd:

a. tot het aanvaarden en aannemen van erfstellingen, legaten en schenkingen, zonder voorwaarde of last aan de stichting opgekomen;

b. tot het aanwijzen van de bestemming der inkomsten van de stichting;

c. besluiten te nemen tot het vestigen van één of meer bijzondere leerstoelen;

d. alle andere wettige handelingen te verrichten, die kunnen strekken tot bevordering van dedoelstellingen van de stichting, voor zover de bevoegdheid daartoe bij deze statuten niet is toegekend aan de Raad van Toezicht.

Artikel 21

In de jaarvergadering van de Raad van Toezicht bedoeld in art. 17 spreekt deze zich uit over een voorstel van het Bestuur inzake het totale bedrag dat in het betrokken jaar maximaal mag worden besteed ten laste van de middelen van de stichting voor de realisering van haar doel. Dit voorstel zal in het algemeen worden geformuleerd als een bepaald percentage van het eigen vermogen van de stichting, dat blijkens de jaarrekening aan het begin van het jaar aanwezig was. De instemming van de Raad van Toezicht met dit voorstel strekt het Bestuur tot machtiging.

In afwachting van de jaarvergadering van de Raad van Toezicht in enig lopend jaar is hetBestuur gerechtigd bij wijze van voorschot op het ter zake te nemen besluit van de Raad van Toezicht reeds te beschikken over maximaal tachtig percent van het besteedbare bedrag dat in het voorafgaande jaar is gevoteerd.

Artikel 22

1. Het Bestuur is verplicht:

a. jaarlijks in de vergadering van de Raad van Toezicht bedoeld in artikel 17, tweede lid, rekening en verantwoording te doen van zijn beheer aan de hand van de jaarstukken met een toelichting, die door een accountant in orde zijn bevonden;

b. jaarlijks in dezelfde vergadering een verslag van zijn werkzaamheden ter goedkeuring aan de Raad van Toezicht voor te leggen.

2. Het accountantsverslag van het gevoerde financiële beleid wordt, ter voldoening aan het bepaalde in het eerste lid onder a, telken jare, uiterlijk drie weken vóór de vergadering van de Raad van Toezicht, ingezonden aan de voorzitter van de Raad van Toezicht.

3. Het verslag van de werkzaamheden van het Bestuur, alsmede een samenvatting van jaarrekeningen en daarbij behorende verantwoording zullen openbaar worden gemaakt via de internet site van de stichting. Voor donateurs zullen de schriftelijke stukken zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel ter inzage liggen bij het Bestuur.

Bijzondere Leerstoelen

Artikel 23

Het Bestuur van de stichting kan bijzondere leerstoelen vestigen aan de RUG, nadat een bevoegd verklaring daartoe van het College van Bestuur van deze universiteit is verkregen. Een voorstel tot de instelling van een bijzondere leerstoel vanwege de stichting dient uit te gaan van het bestuur van de faculteit waarbij de bijzondere leerstoel zal worden gevestigd.

Het Bestuur kan het College van Bestuur verzoeken een bijzondere leerstoel op te heffen of de leeropdracht te veranderen.

Artikel 24

Een bijzondere leerstoel staat onder toezicht van een College van Curatoren bestaande uit drie leden, die worden aangewezen respectievelijk door het College van Bestuur van de RUG, door het bestuur van de desbetreffende faculteit en door het Bestuur van de stichting, alle op voorstel van het desbetreffende faculteitsbestuur. Zij worden benoemd voor een periode van vijf jaar en zijn herbenoembaar. Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd wordt aan de Curator eervol ontslag verleend. Als regel zal de Decaan van de faculteit waarin de bijzonder hoogleraar zal worden aangesteld, qualitate qua door het College van Bestuur worden aangewezen en tevens het voorzitterschap van dit Curatorium bekleden.

Artikel 25

Het Bestuur van de stichting benoemt de aan te stellen bijzonder hoogleraar nadat daartoe van het College van Bestuur der Rijksuniversiteit Groningen toestemming is verkregen. De rechten en plichten van de bijzonder hoogleraar worden nader omschreven in een Reglement, dat de goedkeuring van het College van Bestuur behoeft.

Artikel 26

Een benoemingsvoorstel voor een bijzonder hoogleraar dient uit te gaan van het bestuur van de faculteit waarin de bijzonder hoogleraar zijn/haar werkzaamheden zal gaan verrichten en dient te berusten op dezelfde procedure en criteria als welke de faculteit laat gelden bij de aanstelling van een gewoon hoogleraar.

De benoeming geldt als regel voor een periode van vijf jaar met de mogelijkheid van verlenging op voorstel van de desbetreffende faculteit.

Artikel 27

Indien de bijzonder hoogleraar het onderwijs en andere verplichtingen veronachtzaamt of het onderwijs zonder goede redenen langer dan een jaar heeft onderbroken, neemt het college bedoeld in artikel 24 de nodige maatregelen en doet zo nodig voorstellen aan het Bestuur tot waarschuwing, schorsing of ontslag.

Het Bestuur is bevoegd tot waarschuwing, schorsing of ontslag.

Artikel 28

1. Wanneer de bijzonder hoogleraar de leeftijd heeft bereikt waarop de gewone hoogleraren

moeten aftreden, wordt hem/haar eervol ontslag verleend aan het einde van de maand waarop hij/zij deze leeftijd heeft bereikt.

2. Ontslag van een bijzonder hoogleraar anders dan op eigen verzoek of aan het einde van de benoemingsperiode dan wel als bedoeld in het eerste lid, wordt niet gegeven dan nadat het Curatorium aan de betrokkene de reden van ontslag heeft kenbaar gemaakt en hem/haar in de gelegenheid heeft gesteld tegen de gegrondheid daarvan op te komen.

Artikel 29

De bijzonder hoogleraar verstrekt vóór 1 oktober aan het bestuur de gegevens nodig voor het uitbrengen van het jaarverslag aan het College van Bestuur omtrent de leerstoel over het afgelopen academisch jaar. Een kopie van dit verslag wordt verder verzonden aan de voorzitter van het college bedoeld in artikel 24, aan de Decaan van de desbetreffende faculteit indien deze niet het voorzitterschap van het Curatorium bekleedt, en aan de bijzonder hoogleraar.

Statutenwijziging

Artikel 30

Voor de wijziging van deze statuten is een besluit van de Raad van Toezicht vereist, genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde der uitgebrachte stemmen.

Voorstellen tot wijziging worden niet in behandeling genomen dan wanneer zij schriftelijk en van een toelichting voorzien worden gedaan door het Bestuur of door tenminste twee leden van de Raad van Toezicht.

De voorstellen worden tijdig vóór de vergadering, waarin daaromtrent zal worden beslist, aan alle leden van de Raad van Toezicht schriftelijk bekend gemaakt.

Ontbinding

Artikel 31

De stichting wordt ontbonden door het besluit van de Raad van Toezicht genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde der uitgebrachte stemmen.

De vereffening geschiedt door het Bestuur, tenzij het Bestuur anders vereffenaars aanwijst.

Het na betaling van alle schuldeisers overblijvende saldo zal overeenkomstig het besluit van de Raad van Toezicht genomen met een meerderheid van twee/derde der geldig uitgebrachte stemmen worden besteed aan een wetenschappelijk doel.

Opheffing van de Rijksuniversiteit Groningen wordt geacht gelijk te staan met een besluit tot ontbinding.

Last modified:October 24, 2013 13:22