Skip to ContentSkip to Navigation
OnderzoekSustainable Society - linking SSH research to societyColumns 2017

2017: het einde van de democratie?

Kees Aarts
Kees Aarts

Ongeveer een jaar geleden schreef Marc Pauly op deze plaats over “duurzame democratie”. Hij betoogde dat democratische instellingen zich steeds moeten aanpassen aan de problemen van de tijd, en dat de hedendaagse problemen vragen om meer directe democratie (referendums) en burgerparticipatie in de beleidsvorming. Met dit laatste hoef je het niet eens te zijn, maar het onderwerp is belangrijk: hoe duurzaam is democratie als bestuursvorm?

Het afgelopen jaar vond het Brexit referendum plaats in het Verenigd Koninkrijk, werd Donald Trump gekozen tot nieuwe president van de Verenigde Staten, duurden de spanningen tussen regering en rechtstaat voort in Hongarije en Polen, en hadden we (vooruit) ons eigen Oekraïnereferendum. Allemaal gebeurtenissen die tegelijkertijd als ramp en als zegen voor de democratie werden gezien, afhankelijk van wie je het vraagt. Je zou hopen dat 2017 een rustiger jaar wordt, maar daar ziet het niet naar uit. Er staat ons een reeks verkiezingen te wachten, onder meer in Nederland, Frankrijk, Duitsland. Bij elk van deze verkiezingen lijken populistische partijen en kandidaten op een goed resultaat af te stevenen. Autoritair politiek leiderschap is bovendien bezig aan een indrukwekkende opmars – en niet alleen in Turkije en Rusland.

De liberale democratie lijkt over de hele wereld in een diepe crisis te zijn gekomen. Het enthousiasme ervoor is na 1989 (val van de Muur, Fukuyamas ‘einde van de geschiedenis’) weggelekt, zoals The Economist in 2014 in een geruchtmakend essay betoogde. Liberale democratieën staan bijna machteloos tegenover de economische globalisering, waarvan naast de voordelen nu ook de nadelen volop aandacht krijgen. Trump is gekozen na een anti-elitistische, nationalistische en plebiscitaire campagne. Zijn America First beleid (een slogan met een beladen verleden van isolationisme) zal misschien wel enkele autofabrieken in de VS open weten te houden maar een hernieuwd enthousiasme voor democratie zie ik er nog niet van komen. Wel een groot risico van nieuwe teleurstellingen. Een risico dat opdoemt bij iedere overwinning van populisten.

Is de Westerse democratie echt in een ernstige crisis terechtgekomen? Politicologisch onderzoek wijst er steeds weer opnieuw op dat de steun voor democratie als idee onverminderd groot is, maar dat de steun voor democratische instituties (parlement, regering enz.) een stuk kleiner is, en sterk varieert over landen. De slotsom is vrijwel altijd dat er geen sprake is van een crisis van de democratie. Ik zou daar tegenover willen stellen dat er wel degelijk zo’n crisis is, maar dat deze allesbehalve nieuw is. Met de Twentse politicoloog Thomassen kan men spreken over een “permanente crisis van de democratie”, die net zo oud is als de Westerse democratie zelf. Om te begrijpen waarom het systeem desondanks nog steeds bestaat moeten we preciezer nagaan wat democratie inhoudt, en wat een crisis is.

Democratie is een methode om besluiten te nemen voor een samenleving. De methode is gebaseerd op een aantal fundamentele politieke waarden en beginselen die onderling strijdig kunnen zijn. Bekende spanningsvelden zijn er bijvoorbeeld tussen identiteit (de burger mag zelf meepraten over het beleid) en representatie (hiervoor dient hij vertegenwoordigd te worden), tussen meerderheid (de meerderheid beslist) en minderheid (de minderheid dient te worden beschermd tegen meerderheidstyrannie), en tussen vrijheid (als het recht om zelf vorm te geven aan je toekomst) en gelijkheid (de hierdoor onvermijdelijke ongelijkheid kan die vrijheid voor sommige groepen verminderen).

Andere veelbesproken problemen zijn: wie worden er tot de “demos”, het volk, gerekend: wie zijn volwaardige burgers, en waarom? Horen jongeren, immigranten erbij? En zijn al die burgers even belangrijk in de democratie? Telt in het beraad de stem van een Thersites even zwaar als die van een Odysseus? Is het democratisch stelsel wel toegankelijk voor alle burgers of hebben we eigenlijk een “diplomademocratie” gecreëerd? Geen van deze vragen is op een voor iedereen bevredigende wijze te beantwoorden.

Doordat mensen uiteenlopende gedachten hebben over deze spanningsvelden en complicaties, kan alleen een democratische praktijk waarin naar evenwicht wordt gezocht stabiel zijn. Eenzijdige invullingen verstoren het evenwicht en zullen leiden tot onvrede.

Wanneer kun je spreken van een crisis van de democratie? Een crisis is een toestand waarin de democratie ten onder dreigt te gaan. Maar het kan ook nog goed komen, indien het democratisch systeem zichzelf weet te corrigeren. In het licht van alle interne tegenstrijdigheden en onduidelijke begrenzingen van democratie is het geen overdrijving dat de liberale democratie in een permanente crisis verkeert. Het zelfcorrigerende vermogen van de democratische instituties is echter ook groot – groter dan veel doemdenkers verwachten (maar natuurlijk ook niet oneindig groot).

Democratie bloeit op een bodem van tegenstellingen. Wanneer dit wordt erkend, en er oog en oor is voor degenen die er andere ideeën op na houden, komen we ook 2017 wel door.

Over de columnist
Kees Aarts is decaan van de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen, en hoogleraar Politieke Instituties en Gedrag.

Laatst gewijzigd:09 januari 2017 13:56