Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsMedische WetenschappenResearchDepartment of GeneticsEurocat Nederland
University Medical Center Groningen

Resultaten recent onderzoek

Intrauterine blootstelling aan carbamazepine en specifieke aangeboren aandoeningen

Carbamazapine is een van de meest gebruikte medicijnen voor epilepsie onder vrouwen in vruchtbare leeftijd in Europa. Het risico op aangeboren aandoeningen na gebruik van carbamazepine is echter nog niet duidelijk. Daarom is een case-controle studie uitgevoerd met gegevens van de EUROCAT Antiepileptic Study Database. Deze database bevat gegevens van 98075 kinderen en foetussen met aangeboren aandoeningen afkomstig uit 18 registraties in Europa . Ook Eurocat Noord Nederland heeft gegevens aan deze database bijgedragen.

In deze case-controle studie zijn associaties, gevonden in eerdere cohort studies van carbamazepine blootgestelde zwangerschappen, getest. In totaal bleken 131 zwangerschappen uit de Antiepileptic Study Database blootgesteld aan carbamazepine monotherapie in het eerste trimester. Alleen voor spina bifida kon een significant verhoogd risico aangetoond worden (OR=2,6, 95% BI: 1,2-5,3). Verder kwam uit deze studie de suggestie naar voren dat er bij blootstelling aan carbamazepine een verhoogd risico zou kunnen zijn op een monoventrikel en atrium septum defect, dit moet echter verder onderzocht worden.

Janneke Jentink, Helen Dolk, Maria A Loane, Joan K Morris, Diana Wellesley, Ester Garne, Lolkje de Jong-van den Berg for the EUROCAT Antiepileptic Study Working Group. Intrauterine exposure to carbamazepine and specific congenital malformations: systematic review and casecontrol study. BMJ 2010; 341:c6581

Fluoxetine en hypertrofische pylorus stenose bij pasgeborenen

Een van de doelstellingen van het Eurocat onderzoek naar aangeboren aandoeningen is het identificeren van mogelijke nieuwe schadelijke blootstellingen. In een recente studie werd de Eurocat database op een systematische wijze doorzocht op combinaties van aangeboren aandoeningen en medicijnen die vaker voorkomen dan verwacht. De associatie tussen hypertrofische pylorus stenose (een vernauwing van de kringspier tussen maag en dunne darm) en fluoxetine, een antidepressivum was daarbij met name interessant. In totaal waren 3 van de 178 kinderen met een hypertrofische pylorus stenose (1,7%) blootgesteld aan fluoxetine in het eerste trimester vergeleken met 8 van de 4.077 kinderen (0,2%) met andere aangeboren aandoeningen (p=0,009, OR=8,7, 95% BI: 2,3-33,2). In alle 3 gevallen betrof het een geisoleerde aandoening en fluoxetine was gebruikt door de moeder in respectievelijk week 4 tot 8 van de zwangerschap, week 2 tot 8 van de zwangerschap en in de periode van 10 weken voor tot 19 weken in de zwangerschap. De associatie bleef statistisch significant wanneer een andere controlegroep werd gekozen en na correctie voor maternale leeftijd en roken in het eerste trimester. Hoewel toeval niet uitgesloten kan worden, wordt de gevonden associatie tussen hypertrofische pylorus stenose en fluoxetine beschouwd als een eerste signaal, dat in andere datasets verder onderzocht dient te worden.

Bakker MK , De Walle HE, Wilffert B, Berg LT. Fluoxetine and infantile hypertrophic pylorus stenosis: a signal from a birth defects-drug exposure surveillance study. Pharmacoepidemiol Drug Saf. 2010 Aug;19(8):808-13.

Verlaagt foliumzuur het risico op spina bifida bij prenatale blootstelling aan valproinezuur?

Foliumzuur verlaagt het risico op spina bifida bij het ongeboren kind. Het is echter nog onduidelijk of foliumzuur ook een beschermend effect heeft bij vrouwen die valproinezuur, een geneesmiddel tegen epilepsie, gebruiken. Met Eurocat data is daarom een case-controle studie uitgevoerd waarbij de associatie tussen foliumzuur en spina bifida is onderzocht bij vrouwen die geen antiepileptica gebruiktenen vrouwen die valproinezuur gebruikten in het eerste trimester. We vonden een beschermend effect van foliumzuur op spina bifida in de eerste groep, maar konden dit niet aantonen in de groep vrouwen die ook blootgesteld was aan valproinezuur. Doordat de 2e groep echter klein in aantal was, is het moeilijk om hier conclusies aan te verbinden. Opvallend was wel dat in de valproine blootgestelde groep alleen de lagere vormen van spina bifida optraden. Resultaten van andere (dier)studies wijzen erop dat foliumzuur niet beschermt tegen een lage spina bifida bij vrouwen die valproinezuur gebruiken, maar wel tegen hoger gelegen spina bifida, omdat deze vormen meer foliumzuur gevoelig zijn. Meer onderzoek is nodig naar de optimale dosis en de meest effectieve vorm van foliumzuur bij vrouwen die valproinezuur gebruiken.

Jentink J, Bakker MK, Nijenhuis CM, Wilffert B, de Jong-van den Berg LT. Does folic acid use decrease the risk for spina bifida after in utero exposure to valproic acid? Pharmacoepidemiol Drug Saf. 2010 Aug;19(8):803-7.

Laatst gewijzigd:06 juni 2014 11:51