Skip to ContentSkip to Navigation
OnderzoekCentre for East Asian Studies Groningen

CEASG researcher Sanne Kamerling interviewed by Volkskrant (Dutch)

03 oktober 2014
Sanne Kamerling
Sanne Kamerling

De Chinese president Xi Jinping (links) en de Indiase premier Narendra Modi zitten op een traditionele schommel in de Indiase stad Ahmadabad. Xi bracht vorige week een driedaags bezoek aan India.Foto AP

India steekt neus buiten de deur

De nieuwe Indiase premier Modi is een diplomatiek offensief begonnen om India weer op de kaart te zetten. Hij vertrouwt China niet helemaal.

VAN ONZE VERSLAGGEEFSTER STERRE LINDHOUT

AMSTERDAM

De Indiase premier Modi ontplooit in de eerste maanden van zijn presidentschap een groot diplomatiek offensief: naast een bezoek aan Japan en een vrijdag afgesloten bezoek van de Chinese leider Xi Jinping aan Delhi, haalde Modi de banden aan met kleine buren Bhutan en Nepal.

Het doel van Modi's diplomatieke bedrijvigheid is op het eerste gezicht vooral economisch, maar daaronder gaat strategisch belang schuil. Want China is, behalve een belangrijk handelspartner, ook een gevreesd kaper op de kust van India's traditionele invloedsfeer.

Het is alsof de Indiase olifant zich na een dutje van een aantal jaar weer eens buiten waagt, een tikkeltje stram maar niettemin met de onmiskenbare trots van een heerser. De internationale geldingsdrang van Narendra Modi contrasteert met het fletse buitenlandbeleid van zijn voorganger, Manmohan Singh van de Congrespartij.

Een assertiever India; het was een van de beloften waarmee Modi's partij, de hindoe-nationalistische BJP, in mei de verkiezingen won. De ontmoeting tussen Modi en Barack Obama deze week, in de kantlijn van de VN-top, is een voorlopige kroon op dat streven - vooral omdat zo'n ontmoeting een jaar geleden nog ondenkbaar was. Vanwege Modi's vermeende verantwoordelijkheid voor een slachting onder moslims in 2002 mocht hij de VS niet eens in.

De tweede grote verkiezingsbelofte van de BJP was het aanzwengelen van de economie, die na een periode van onstuimige groei in de jaren negentig nagenoeg was stilgevallen.

Dat zowel China als Japan heeft toegezegd een recordbedrag te investeren in India is voor Modi dan ook een opsteker.

Bronnen rond de onderhandelingen in Delhi suggereren dat China maar liefst 77 miljard euro zal investeren in infrastructurele en industriële projecten. Eerder deze maand beloofde de Japanse premier Shinzo Abe al 27 miljard euro in India te investeren, voor een groot deel in de renovatie van Indiaas vermaarde maar verouderde spoorwegen.

Ook beloofde Xi Indiase bedrijven, vooral de ict en farmaceutische sector, meer toegang tot de Chinese markt.

De leiders van de twee volkrijkste landen ter wereld bespraken ook lastige onderwerpen, zoals het al een halve eeuw voortdurende grensconflict in de regio Lakdah. Maar het leek de economische euforie niet te belemmeren.

Maar dat Modi China's intenties niet helemaal vertrouwt, blijkt uit de hoge prioriteit van het aanhalen van de vriendschappen met kleine buurlanden. Wereldwijd schoten wenkbrauwen omhoog toen Modi de bestemming van zijn eerste staatsbezoek aankondigde: Bhutan, het Himalayalandje ter grootte van Zwitserland met 750 duizend inwoners. Daarna volgde Nepal.

Beide landen horen tot wat weleens met enige dedain India's achtertuin wordt genoemd. Singh had die tuin wat verwaarloosd. De laatste keer dat een Indiase leider Nepal bezocht was 17 jaar geleden.

In de tussentijd ontdekte China die tuin als lucratief afzetgebied. Eerder dit jaar haalde het voor het eerst in de geschiedenis India in als grootste investeerder in Nepal. Daarnaast investeren de Chinezen grif in havens in Pakistan, Bangladesh en Sri Lanka - door China 'het parelsnoer' genoemd.

Omsingeld

De regering-Singh voelde zich omsingeld door die economische expansiedrift en wantrouwde de Chinese verzoeken tot nauwere economische samenwerking. Modi ziet daar wel brood in, zij het uit weloverwogen eigenbelang.

Volgens Susanne Kamerling, India- en China-specialiste aan het Clingendael Instituut, heeft China extra baat bij goede relaties met India omdat de verhoudingen met veel andere buurlanden zijn verstoord vanwege het conflict met Vietnam in de Zuid-Chinese zee.

Maar Modi lijkt minstens zoveel waarde te hechten aan goede banden met Japan - en niet in de eerste plaats om tegenwicht te kunnen bieden aan China. En dat geldt vice versa.

Bij zijn bezoek aan Tokio deed Modi een uitspraak die door analisten als een steekje onder water naar de Chinese expansiedrift wordt gezien. 'De wereld is verdeeld in twee kampen', zei hij. 'Het ene gelooft in expansionisme, het andere in ontwikkeling.'

De strategische toenadering tot Japan werd al ingezet door Singh. Maar Modi en de Japanse leider Abe schijnen het op persoonlijk vlak uitzonderlijk goed te kunnen vinden en ze bewonderen elkaars onverholen nationalisme. Abe volgt op Twitter maar drie mensen - Modi is er een van.

Van het gevreesde hindoe-nationalisme van Modi is in zijn buitenlandbeleid vooralsnog weinig te merken. Zijn diplomatieke ijver contrasteert met de in campagnetijd gedane uitspraak dat hij zijn buitenlandse beleid wilde modelleren naar dat van de laatste BJP-premier Atal Bihari Vajpayee- de president die tussen 1998 en 2004 kernproeven deed en de laatste oorlog tegen Pakistan begon.

Modi regeert pas vier maanden, dus er kan nog veel veranderen. Kamerling vermoedt dat hij zich in de eerste jaren van zijn presidentschap ten bate van de Indiase economie van zijn vriendelijkste kant zal laten zien en later een strenger, nationalistischer gezicht zal tonen.

Laatst gewijzigd:08 oktober 2014 14:11

Meer nieuws