Skip to ContentSkip to Navigation
OnderzoekCentre for East Asian Studies GroningenBlogs
Header image CEASG Blogs

Een Oeigoer… is dat een diersoort?! (in Dutch)

Datum:06 januari 2014
Auteur:Sanne Kamerling

Aldus een woordvoerder van een niet nader te noemen instantie op de vraag van een journalist of ze meer informatie konden geven over deze minderheidsgroepering in China. Dit naar aanleiding van de grootschalige rellen die in 2009 redelijk plotseling en onverwacht losbarstten in de provincie Xinjiang en volgden op een incident in een fabriek in provincie Guandong, waar twee Oeigoerse arbeiders werden gedood.

En ook vier jaar later krijg ik nog steeds de meest oprecht verbaasde basisvragen van journalisten als ze een incident of aanslag waar Oeigoeren bij betrokken zijn hebben ontwaard in de media.

In een voorgesprek op een radio-interview overde recente aanslagen in november zei een redactielid van een omroep tegen me: “Ik heb er even wat over gelezen, en dit voelt echt ver weg voor mij, verder dan China.”

Ik merkte flauw op dat Xinjiang geografisch gezien dichterbij Nederland ligt dan het bekendere oosten van China. “Maar waar komen deze mensen vandaan dan?” Een vaak gestelde vervolgvraag in andere interviews is: “En wat is het probleem van de Oeigoeren?”. “Nou, ze komen uit de regio die nu Xinjiang heet. En wat hun probleem is… Hmm. Heb je even?”

Het lijkt een herhaling van zetten. Maar hoe komt het toch dat deze grote minderheidsgroep in China zoveel minder bekendheid geniet, en ook vaak op zoveel minder begrip kan rekenen dan de veel bekendere, en veel geliefdere Tibetanen?

Het zijn wel weer moslims hé...

Aldus het begin van het drie minuten durende interview in een nieuwsitem over diezelfde Oeigoeren, van een gerespecteerde radiozender, niet gespeend van enige kennis over de betreffende bevolkingsgroep en hun frustraties. Lekkere binnenkomer. Een nogal ongelukkige (bijna retorische) vraag om een neutraal antwoord op te kunnen formuleren. Wat me dus ook maar met moeite lukte.

Het zegt veel over ons beeld over moslims, dat ook in en door de media is gevormd of in stand wordt gehouden. En dit beeld wordt kennelijk op alle groeperingen die toevallig ook moslim zijn geplakt, onafhankelijk van hun specifieke omstandigheden. Ook de vraag in een ander (redactie)gesprek, namelijk of Oeigoeren te vergelijken zijn met Marokkanen in Nederland, spreekt boekdelen als het gaat over voorgevormde ideeen.

Nee. Niet echt, of echt niet eigenlijk. Ze wonen er al een tijdje, zeg ik, als understatement. Het is een volk dat al eeuwen op de centraalaziatische steppen woont en onder verschillende heerschappijen heeft geleefd, en niet een groep die als arbeidsmigrant in een ander land op een ander continent zijn uitgenodigd.

Ook de link met terrorisme wordt snel gelegd. Of kritiekloos overgenomen, want dit is de manier waarop het door de Chinese overheid met succes geframed wordt. Oeigoer en terrorisme is een vaak gelegd verband. En er worden ook de afgelopen decennia steeds vaker aanslagen in China gepleegd waar Oeigoeren bij betrokken zijn. In Xinjiang, maar in november zelfs zo ver buiten de provincie als Beijing.

De motieven hiervoor zijn niet altijd duidelijk, of de informatie erover niet transparant. Bij veel andere incidenten in China waarbij geweld wordt gebruikt (zoals bijvoorbeeld de zelfmoordaanslag van een gefrustreerde man in een bus in Xiamen vorig jaar) wordt echter gesproken van ‘ernstige criminele daden’. Toch anders. En in gewelddadige incidenten waar veelal (politieke) frustraties aan ten grondslag liggen valt ook lastig onderscheid te maken. Maar dat gebeurt (onbewust) wel. Zo heet een aanslag waarbij moslims zijn betrokken al snel terrorisme, terwijl Anders Breivik vrij consequent ‘massamoordenaar’ wordt genoemd in de media. Terwijl als er iets toch bedoeld was als terroristische actie (doel = politiek en maatschappij angst aanjagen en ontwrichten), was het wel de gruwelijke rechts-extremistische daad in Noorwegen.

‘Seven Years in Tibet’

Maar dan de Tibetanen. Dat vredelievende volk uit ‘Seven Years in Tibet’, die zo bruut voor de voeten werden gelopen door de Chinezen, ondanks Brad Pitt. Er bestaat een groot gevoel van solidariteit voor deze minderheidsgroep in veel westerse landen dat ik toch lastig rationeel kan verklaren. Tibet centra, Tibetaanse vlaggen in onverwachte hoeken, en zelfs een heus Tibet festival.

Niet onterecht overigens, daar niet van. Zeverdienen ook steun, en de Tibetaanse cultuur is prachtig. Maar het contrast met de Oeigoeren is groot, terwijl ze ten aanzien van de Chinese regering in hetzelfde schuitje zitten en dezelfde frustraties delen. Dit blijkt alleen al uit de vreselijke zelfverbrandingen in Tibet, een vorm van zelf-aangedaan geweld dat is toegenomen.

Misschien heeft dit te maken met de Dalai Lama die de Tibetanen internationaal goed op de agenda zet bij hooggeplaatste politici. Ook al doet Rabiya Kadeer (de ‘moeder van de Oeigoeren’) het ook niet slecht. Misschien komt het omdat Tibetanen boeddhisten zijn, en geen moslims. Er hangt een voor buitenlanders interessante mystiek van spiritualiteit en yoga omheen. En inderdaad, Tibet is ook fenomenaal en zelfs magisch te noemen.

Maar ik vraag me af hoeveel mensen er op de hoogte zijn van de voor veel buitenlanders misschien minder romantische kanten van de Tibetaanse cultuur. De zogenaamde lucht- of hemelbegrafenissen bijvoorbeeld, waarbij de overledenen gevild aan de vogels worden gegeven. Het feit dat het door boeddhisten gepleegde anti-moslim geweld in het noorden van Myanmar de laatste jaren is uitgebreid krijgt ook weinig aandacht. Vredelievendheid heeft bij elk volk, of elk mens, ook zo zijn grenzen. Maar het lijkt alsof we dat bij de ene groep meer willen zien dan bij de andere.