Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit RechtsgeleerdheidRecht & SamenlevingProjecten

Mag je áltijd demonstreren als je het ergens niet mee eens bent?

banner berend roorda

Berend Roorda, universitair docent, gespecialiseerd in het demonstratierecht:

‘Op grond van artikel 9 van onze Grondwet heeft iedereen het recht om te demonstreren. Dit recht houdt in dat je samen met één of meer personen in het openbaar een mening mag uiten. De inhoud van die meningsuiting doet er, bij de vraag of het mag ja of nee, niet toe.

Demonstratieverbod door de burgemeester

Het recht om te demonstreren is echter geen absoluut grondrecht. Artikel 9 lid 2 van de Grondwet en de Nederlandse demonstratiewet – de Wet openbare manifestaties – bieden de burgemeester de bevoegdheid om een demonstratie te beperken en in een uiterst geval zelfs te verbieden. Dit mag hij alleen doen wanneer dit noodzakelijk is in het kader van drie doelcriteria:
1. ter bescherming van de gezondheid;
2. in het belang van het verkeer;
3. ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

De burgemeester mag zich niet bemoeien met de inhoud. Sterker nog, als de (controversiële) inhoud van een demonstratie aanleiding geeft tot vijandige reacties en tegendemonstraties, is de burgemeester verplicht om zich in te spannen om de demonstratie toch door te kunnen laten gaan. Die inspanningsverplichting gaat zo ver dat hij, indien nodig, bij een demonstratie meer politie zal moeten inzetten dan bij een risicowedstrijd in het betaald voetbal. Als zelfs een zodanige politie-inzet wanordelijkheden niet kan voorkomen, pas dan kan de burgemeester overgaan tot een demonstratieverbod.

Strafoplegging door de officier van justitie

Betekent dit dan dat je alles maar mag roepen bij een demonstratie? Nee, dat niet, maar het is niet aan de burgemeester om hier wat aan te doen. Het is aan de officier van justitie om op te treden tegen individuele demonstranten die zich schuldig maken aan strafbare uitlatingen zoals haatzaaien en beledigen van een groep mensen. Dit kan echter enkel repressief. Tegen de demonstratie als zodanig mag niet worden opgetreden.

Proefschrift ‘Het recht om de demonstreren’

Zou het Nederlandse demonstratierecht moeten worden aangepast, zodat wel preventief kan worden opgetreden tegen demonstraties waarbij demonstranten zich strafbaar uitlaten? Dit is een van de vragen waarop ik inga in mijn proefschrift ‘Het recht om te demonstreren’.

Het recht om te demonstreren is een verworvenheid in een democratische rechtsstaat die nauwelijks kan worden overschat. Niet zelden levert de uitoefening van dit recht echter spanningen op met andere rechten, vrijheden en belangen. Zeker nu er de laatste jaren sprake is van een sterke toename van demonstraties in aantal en verschijningsvorm. In dit spanningsveld heb ik een tiental knelpunten gesignaleerd. Vervolgens ben ik in mijn promotieonderzoek op zoek gegaan naar oplossingen voor deze knelpunten.

Bij mijn zoektocht heb ik gestreefd naar een evenwichtige balans tussen enerzijds het fundamentele recht om te demonstreren en anderzijds de rechten en vrijheden van anderen. Om mijn inzicht te vergroten ben ik te rade gegaan bij de buurlanden Duitsland en Engeland en de wijze waarop zij de uitoefening van de betogingsvrijheid hebben geregeld. Hoe gaan zij om met de gesignaleerde demonstratierechtelijke knelpunten en kan hun aanpak inspiratie bieden bij het optimaliseren van het Nederlandse demonstratierecht. Dit alles binnen de kaders die zijn uitgezet in bijvoorbeeld het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

Mijn proefschrift bouwt voort op een evaluatie van de Wet openbare manifestaties die ik in 2015 samen met mijn promotoren Brouwer (RUG) en Schilder (VU) heb mogen uitvoeren in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ons evaluatierapport en mijn proefschrift worden momenteel bestudeerd door het ministerie. Mogelijk leidt een en ander binnen afzienbare tijd tot wijziging van de Nederlandse demonstratiewet.

Komende jaren zal ik mij binnen het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid van de Rijksuniversiteit Groningen (zie www.openbareorde.nl) verder bezighouden met het vinden van oplossingen in het spanningsveld tussen enerzijds collectieve vrijheidsrechten – denk naast de betogingsvrijheid aan bijvoorbeeld de stakingsvrijheid en de verenigingsvrijheid – en anderzijds de handhaving van de openbare orde.’

Mr. dr. Berend Roorda
Mr. dr. Berend Roorda
Laatst gewijzigd:13 oktober 2017 12:45