Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit RechtsgeleerdheidActueelNieuwsarchief

ERC Starting Grant voor dr. Panos Merkouris: ‘Tijdens mijn studie stond ik al bekend als the interpretation guy’

10 oktober 2017

Dr. Panos Merkouris, associate professor Public International Law, heeft een ERC Starting Grant toegekend gekregen. Deze subsidie van 1,5 miljoen wordt toegekend aan excellente onderzoekers om baanbrekend onderzoek in Europa te stimuleren.

Waar gaat het project van Merkouris precies over? Waarom koos hij voor dit onderwerp? En wat hoopt hij er mee te bereiken? Merkouris: ‘Mijn voorstel is getiteld ‘The Rules of Interpretation of Customary International Law’, afgekort TRICI-Law, wat ik graag uitspreek als ‘Tricky Law’ als knipoog naar de complexiteit van het internationaal gewoonterecht.

Jan Berend Wezeman, decaan Faculteit Rechtsgeleerdheid, feliciteert dr. Panos Merkouris met het verkrijgen van de prestigieuze beurs.
Jan Berend Wezeman, decaan Faculteit Rechtsgeleerdheid, feliciteert dr. Panos Merkouris met het verkrijgen van de prestigieuze beurs.

Wat houdt je voorstel in?

‘Mijn ERC-voorstel draait om de interpretatieregels van het internationaal gewoonterecht. De meest gebruikte regels binnen de internationale rechtspraak komen uit verdragen en uit het internationaal gewoonterecht. Verdragen zijn geschreven documenten die door staten (en internationale organisaties) zijn ondertekend en geratificeerd en die bindende verplichtingen scheppen. De regels van het internationaal gewoonterecht leiden ook tot bindende verplichtingen, maar deze zijn ongeschreven en komen voort uit de praktijk van de staten en algemeen heersende rechtsopvattingen (opinio juris)’.

‘Gek genoeg zijn de interpretatieregels van verdragen in artikels 31-33 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht verankerd, terwijl de interpretatieregels van het internationaal gewoonterecht nooit kritisch zijn onderzocht. Als je niet bekend bent met de interpretatieregels van het internationaal gewoonterecht, speel je een spel zonder spelregels en is voorspelbaarheid alles behalve gegarandeerd’.

Waarom heb je voor dit onderwerp gekozen?

‘Interpretatie als proces heeft me altijd gefascineerd. Tijdens mijn studie stond ik al bekend als ‘the interpretation guy’ en eerlijk gezegd heb ik dat nooit erg gevonden. Het specifieke onderwerp, de interpretatie van internationaal gewoonterecht, ontstond halverwege het schrijven van mijn proefschrift. Op dat moment had ik net voor mijn laatste hoofdstuk een bepaalde hypothese verworpen, die weliswaar prachtig was (al ben ik daarin misschien niet helemaal objectief) maar die niet op mijn eerdere bevindingen aansloot. Dus mijn promotieplan was aardig in de soep gelopen en ik moest een nieuwe structuur voor mijn proefschrift bedenken’.

‘In deze periode diende het idee van de interpretatie van internationaal gewoonterecht zich aan als een groot vraagteken. Waarom hebben we het alleen over de interpretatie van verdragen? Kan het internationaal gewoonterecht niet ook voor interpretatie vatbaar zijn? Toen dit idee eenmaal op papier stond, begon ik het te onderzoeken, en hoe meer ik het onderzocht, hoe meer alles op zijn plek leek te vallen. Een deel van dit idee sloot perfect aan bij mijn proefschrift, dus dat was een bonus. Sinds mijn promotie presenteer ik dit overkoepelende idee (dat uiteindelijk tot het TRICI-Law-project is uitgegroeid) op congressen en schrijf ik er stukken over. Met de ERC Starting Grant heb ik nu de kans om samen met een groep jonge onderzoekers aan het idee te werken en daarmee ons begrip van het internationaal gewoonterecht te vergroten’.

Wat en wie hoop je te bereiken met jouw onderzoek?

‘De resultaten van mijn onderzoek hebben invloed op de bestudering en theorie van het internationaal gewoonterecht. Ze zullen leiden tot een herdefiniëring van de theorie van internationale rechtsbronnen. Zo wordt de broodnodige discussie over de interactie tussen internationale rechtsbronnen aangewakkerd. Op deze manier wordt ons begrip van het interpretatieproces en van de fundamentele voorschriften van het internationale rechtssysteem vergroot, en zullen de bevindingen het belangrijkste uitgangspunt vormen voor iedereen die met internationaal recht te maken heeft. De uiteindelijke resultaten zullen de fundamenten van het internationale rechtssysteem verduidelijken, normatieve conflicten verminderen en zorgen voor meer rechtszekerheid en voorspelbaarheid in alle interacties die verband houden met het internationaal recht’.

‘Dit is het officiële en professionele antwoord op de vraag, dat ik ook in het voorstel heb genoemd en dat ik nog steeds onderschrijf. Letterlijk genomen is de gedachte achter TRICI-Law dat de interpretatieve regels rond het internationaal gewoonterecht nog niet zijn onderzocht en geduid. TRICI-Law richt zich op deze onevenwichtigheid in ons begrip van de ‘levenscyclus’ van internationaal gewoonterecht en de daaruit voortvloeiende gevolgen’.

Op welk specifiek deel van dit project verheug je je het meest?

‘Het is heel lastig om maar één aspect van het project te kiezen. Als je zou aandringen, zou ik twee dingen noemen. Ten eerste het gevoel van opwinding, alsof je een ontdekkingsreiziger bent die onbekend terrein verkent. Het tweede aspect waar ik veel zin in heb, is dat ik ga bekijken hoe het interpretatieproces van het internationaal gewoonterecht zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld vergeleken met dat van verdragen’.

Wat was het eerste dat je deed toen je hoorde dat je deze subsidie kreeg?

De eerste uren nadat ik hoorde dat ik een ERC Starting Grant kreeg, gingen in een waas voorbij. Ik heb familie, vrienden en collega’s gebeld om het goede nieuws te delen, en heb eten en wijn geregeld om het te vieren (want in tegenstelling tot wat je wellicht uit zeer onbetrouwbare bronnen hebt vernomen, drinken Grieken liever wijn dan schnaps). Ik heb het bericht een paar keer opnieuw gelezen. Eerlijk gezegd weet ik nog steeds niet honderd procent zeker of ik het wel geloof, maar als het een droom is, hoop ik dat niemand me wakker maakt’.

Wat wil je nog meer graag vertellen over je voorstel?

‘Ten eerste wil ik zeggen dat ik de ERC en alle beoordelaars en raadsleden erg dankbaar ben voor deze kans. Ten tweede wil ik mijn dank uitspreken aan de faculteit voor het steunen van mijn aanvraag, en aan al mijn collega’s van de Faculteit Rechtsgeleerdheid en andere faculteiten, die hun kostbare tijd hebben opgeofferd om mijn voorstel te bespreken en/of lezen. In het bijzonder wil ik professor Brus, voorzitter van de vakgroep Internationaal Recht, bedanken. Hij heeft mij subtiel aangemoedigd om een ERC Starting Grant aan te vragen. Ook gaat mijn dank uit naar Alma Erenstein en universitair hoofddocent De Hoogh, die de tijd hebben genomen om alle versies van het voorstel nauwkeurig door te nemen en verder te verbeteren’.

‘Tot slot zou ik elke lezer die overweegt om een ERC-beurs of andere subsidie aan te vragen, willen aansporen om er gewoon voor te gaan. Begrijp me niet verkeerd, het is een moeilijk en frustrerend proces, maar ik hoop dat die paar dappere zielen die dit interview hebben uitgelezen en die erover denken een ERC Starting Grant aan te vragen misschien nog iets nuttigs hebben kunnen halen uit het bovenstaande gebrabbel van een (nog steeds dolblije) dwaas – ik wens jullie veel succes met jullie aanvragen’.


Dit bericht is geplaatst door de Faculteit Rechtsgeleerdheid.

Laatst gewijzigd:16 oktober 2017 11:44
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws