Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsFaculteit RechtsgeleerdheidActueelPromoties en oraties Rechtsgeleerdheid

De macht over het strafproces

Promotie:mr. drs. R. (Rick) Robroek
Wanneer:08 december 2016
Aanvang:11:00
Promotor:prof. dr. mr. M. (Rinus) Otte
Waar:Academiegebouw RUG
Faculteit:Rechtsgeleerdheid
De macht over het strafproces

‘Bestuurlijke bemoeienis met strafproces onontkoombaar en niet per se verkeerd’

De organisatie van de rechtspraak staat de afgelopen jaren in het middelpunt van de belangstelling. Bestuurlijke invloed wordt aan de ene kant ontkend en aan de andere kant gezien als een kwalijke zaak die zoveel mogelijk moet worden vermeden. Rick Robroek heeft voor zijn promotie de machtsstrijd tussen de strafrechter en de rechtsbestuurder over het strafproces onderzocht. Hij komt tot de conclusie dat er zeker bestuurlijke invloed is, maar dat de ernst daarvan in juridisch opzicht moet worden gerelativeerd.

De machtsstrijd tussen strafrechter en rechtsbestuurder gaat in hoofdzaak over de strafvorderlijke organisatiebelangen van voortvarendheid en voorzienbaarheid. De bestuurder is medeverantwoordelijk gemaakt voor die strafvorderlijke belangen. De achtergrond daarvan is dat voor het verwezenlijken van die belangen organisatie nodig is. Tegelijkertijd valt voortvarende en voorzienbare strafrechtspraak alleen te realiseren door invloed op het strafproces. Omdat dat juist het domein van de strafrechter is, is daarmee de grondslag van de machtsstrijd gegeven.

Bij de bespreking van de machtsstrijd laat Robroek de volgende vragen aan bod komen: Hoe verloopt de machtsstrijd tussen strafrechter en bestuurder over het strafproces? Wordt er gestreden volgens de regels? Als dat niet het geval is, hoe moet die strijd dan juridisch worden gekwalificeerd? Brengt bestuurlijk handelen de strafrechter tot rechterlijk handelen dat strafvorderlijk onaanvaardbaar is? Kan de bestuurder wel anders handelen dan hij handelt? Zijn de regels niet te streng en zijn ze wel nodig als borging van de rechterlijke onafhankelijkheid?

Robroek concludeert: ‘Bestuurders overtreden weliswaar de wet, maar om verschillende redenen moet daar begrip voor getoond worden. In de eerste plaats overtreden bestuurders de wet om een van hun wettelijke taken te vervullen, namelijk het bevorderen van voortvarende en voorzienbare strafrechtspraak. Daarnaast blijkt het strafproces ook met de bestuurlijke invloed volgens de wet te verlopen en in zekere zin zelfs op een manier die de voorkeur heeft van de wetgever en de Hoge Raad. Ten slotte is de bestuurlijke invloed niet in strijd met de rechterlijke onafhankelijkheid.’

De voortdurende overtredingen zijn dus niet te vermijden en zijn bovendien niet van dien aard dat de rechterlijke onafhankelijkheid in het geding is, aldus Robroek. Dat neemt niet weg dat er volgens hem kanttekeningen te plaatsen zijn bij de wijze waarop op dit moment getracht wordt het strafproces te beïnvloeden. Het bestuurlijk optreden raakt nu iedere zaak en bestrijkt een breed terrein, terwijl door het ontkennen van de bestuurlijke invloed deze ook niet genormeerd wordt. Bestuurlijke invloed zou zich moeten beperken tot de strafvorderlijke organisatiebelangen van voortvarendheid en voorzienbaarheid en tot die zaken waarin die belangen onvoldoende tot hun recht komen.Hij doet met het oog daarop aanbevelingen om de Wet op de rechterlijke organisatie te wijzigen en een zekere bestuurlijke invloed op het strafproces te legaliseren en te normeren.

Rick Robroek verrichtte zijn onderzoek binnen het onderzoeksprogramma Effective Criminal Law aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij ook werkt als docent. Promotor is Rinus Otte.