Page content:
Nederlands

Scriptiereglement Faculteit der Rechtsgeleerdheid


 

Artikel 1 Toepassingsbereik

Dit reglement is van toepassing op scripties in

  • de masteropleidingen Nederlands Recht, Fiscaal Recht, Internationaal en Europees Recht, Recht en ICT, Law in Europe,
  • de masteropleiding Notarieel Recht;
  • de bacheloropleiding European Law School (voorheen Law in Europe);
  • de vrije masters Bedrijfsrecht, Sociaal Recht en Vastgoed binnen het Vrije Onderwijsprogramma Master Nederlands recht – zonder civiel effect

 

Artikel 2 Scriptiecoördinator/scriptiebegeleider

lid 1 De leiding van de vakgroep wijst, zonodig per sectie en/of rechtsgebied, een scriptiecoördinator aan; de scriptiecoördinator beoordeelt na een oriënterend gesprek met de student de geschiktheid van een onderwerp.

lid 2 De scriptiecoördinator wijst na goedkeuring van het onderwerp een docent met examenbevoegdheid aan als scriptiebegeleider, onder begeleiding van wie de student de scriptie schrijft

lid 3 Het faculteitsbestuur wijst een algemeen scriptiecoördinator aan. Hij is belast met de voorlichting aan studenten en de coördinatie van het facultaire scriptiebeleid.

 

Artikel 3 Doel

In de eindscriptie toont de student aan de academische vaardigheden zodanig te beheersen dat hij in staat is met behulp van de tijdens de studie verworven kennis zelfstandig:

  • een wetenschappelijke vraagstelling op het terrein van de juridische studie te formuleren;
  • een onderzoek op te zetten volgens een te verantwoorden werkwijze;
  • de voor dit onderzoek relevante gegevens te verzamelen, rangschikken, analyseren, correleren en waarderen;
  • relevante conclusies te trekken op basis van het verrichte onderzoek en zo mogelijk verdedigbare oplossingen te formuleren;
  • het onderzoek, alsmede de gevonden conclusies en oplossingen op heldere en overzichtelijke wijze schriftelijk weer te geven.

 

Artikel 4 Studielast

De studielast voor de eindscripties bedraagt:

9 ec (252 uur)

  • opleiding Notarieel oude stijl
  • de bacheloropleiding Notarieel Recht

10 ec (280 uur)

  • de bacheloropleiding Law in Europe

13 ec (364 uur)

  • opleidingen Nederlands Recht, Fiscaal Recht, Internationaal en Europees Recht oude stijl;
  • hoofdrichting Rechtstheorie binnen de opleiding Nederlands Recht oude stijl (een hogere studielast is mogelijk in overleg met de scriptiebegeleider);
  • masteropleidingen Nederlands Recht, Fiscaal Recht, Recht en ICT, Internationaal en Europees Recht en Notarieel Recht;

18 ec (504 uur)

  • de Masteropleidingen Nederlands recht 07-08, Fiscaal recht 07-08, Law in Europe, Notarieel recht 07-08, Recht en ICT 07-08.
  • de Vrije Master Bedrijfsrecht (Vrij onderwijsprogramma Master Nederlands Recht - zonder civiel effect);
  • de Vrije Master Sociaal Recht (Vrij onderwijsprogramma Master Nederlands Recht - zonder civiel effect);
  • Schakelprogramma Master Fiscaal Recht;
  • Verkort Bachelor Rechtsgeleerdheid (voorheen Nederlands Recht) - en Masterprogramma Nederlands Recht met civiel effect;

20 ec (560 uur)

  • de Vrije Master Vastgoed (Vrij onderwijsprogramma Master Nederlands Recht - zonder civiel effect);

 

Artikel 5 Onderwerp van de scriptie

lid 1 Het onderwerp van de scriptie sluit aan bij de opleiding waarin de student afstudeert.

lid 2 Het onderwerp van de scriptie binnen de masteropleiding Nederlands recht hoeft niet aan te sluiten bij de gekozen specialisatie. Indien de student de specialisatie Strafrecht criminologische variant volgt, dan schrijft de student een criminologische scriptie.

lid 3 vervallen

lid 4 vervallen

lid 5 Indien een student in aanmerking wil komen voor de aantekening Master aangevuld met rechtstheoretisch verdiepingstraject in het diplomasupplement bij het masterdiploma, schrijft hij een scriptie met een rechtstheoretische component.

Lid 6 Het onderwerp van de bachelorscriptie Law in Europe betreft een juridisch vraagstuk op het gebied van het Privaatrecht of het Bedrijfsrecht, waarbij aandacht wordt besteed aan de internationale aspecten;

Lid 7 Het onderwerp van de scriptie binnen de Vrije Master Bedrijfsrecht (Vrij onderwijsprogramma Master Nederlands Recht - zonder civiel effect) – v.a. 06-07 heeft een privaatrechtelijke of bedrijfsrechtelijke invalshoek.

Lid 8 Het onderwerp van de scriptie binnen de Vrije Master Sociaal Recht (Vrij onderwijsprogramma Master Nederlands Recht - zonder civiel effect) – v.a. 06-07 heeft een sociaalrechtelijke invalshoek hebben.

Lid 9 Het onderwerp van de scriptie binnen de Vrije Master Vastgoed (Vrij onderwijsprogramma Master Nederlands Recht - zonder civiel effect) – v.a. 06-07 bevat zowel privaatrechtelijke als staats-/-en bestuursrechtelijke aspecten.

 

Artikel 6 Scriptievoorbereidingstraject en goedkeuring van het onderwerp

lid 1 Ter voorbereiding op het schrijven van een scriptie organiseert de faculteit een scriptievoorbereidingstraject, bestaande uit een hoorcollege, een bibliotheekinstructie en een scriptiepracticum.

lid 2 De student is verplicht de onderdelen scriptiecollege en bibliotheekinstructie van het scriptievoorbereidingstraject te volgen alvorens een scriptieonderwerp ter goedkeuring voor te leggen aan de scriptiecoördinator. Het volgen van het onderdeel scriptiepracticum is facultatief, maar wordt sterk aanbevolen.

lid 3 De student legt het scriptieonderwerp ten minste zes maanden voor de beoogde datum van afronding van de eindscriptie ter goedkeuring voor aan de scriptiecoördinator van de betrokken vakgroep.

lid 4 vervallen

 

Artikel 7 Begeleiding

lid 1 De student legt aan de scriptiebegeleider een schrijfplan (inclusief tijdpad) ter goedkeuring voor. Het schrijfplan voldoet aan de eisen zoals in de ‘Handleiding voor Juridische Scripties’ is beschreven.

lid 2 Na goedkeuring schrijft de student zich in Progress in voor het vak Scriptie en zet het schrijfplan (inclusief tijdpad) op Nestor.

lid 3 In samenspraak met de scriptiebegeleider worden er aan de hand van het goedgekeurde schrijfplan afspraken gemaakt over:

  • de frequentie van de begeleiding (bijeenkomsten);
  • de mogelijkheid van een of meer tussentijdse (deel)concepten in te leveren;
  • het tijdstip en de wijze van inlevering van de tussentijdse (deel)concepten;
  • de datum van inlevering van de definitieve versie;
  • het aantal in te leveren exemplaren van de definitieve versie.

lid 4 Indien de student wenst af te wijken van het goedgekeurde schrijfplan of het goedgekeurde tijdpad geeft hij dit zo spoedig mogelijk door aan de scriptiebegeleider.

lid 5 De student heeft het recht ten minste één keer een (deel)concept in te leveren en dit te bespreken met de scriptiebegeleider.

lid 6 De scriptiebegeleider beoordeelt tussentijdse (deel)concepten zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk vijftien werkdagen na inlevering ervan, tenzij de scriptiebegeleider en de student daarover andere afspraken hebben gemaakt.

lid 7 De student is verplicht in de definitieve versie met de kritiek en het commentaar van de scriptiebegeleider op dit (deel)concept rekening te houden.

 

Artikel 8 Omvang

lid 1 De scriptie heeft een omvang van:

  • 9 ec (252 uur): 7000-8000 woorden;
  • 10 ec (280 uur): 8000-9000 woorden;
  • 13 ec (364 uur): 10.000-12.000 woorden;
  • 18 ec (504 uur): 15.000-17.000 woorden;
  • 20 ec (560 uur): 17.000-19.000 woorden;

Het aantal woorden is exclusief tabellen, literatuurlijst en bijlagen.

lid 2 De scriptie wordt opgemaakt overeenkomstig de eisen zoals beschreven in de ‘Handleiding voor Juridische Scripties’.

 

Artikel 9 Beoordeling

lid 1 De student levert de eindversie van de scriptie zowel schriftelijk als digitaal in bij de scriptiebegeleider, tenzij tussen hen anders is overeengekomen.

lid 2 De scriptiebegeleider beoordeelt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk twintig werkdagen na inlevering van de definitieve versie, of de scriptie voldoet aan de minimumeisen wat betreft:

  • inhoud (plagiaat, balans tussen eigen gedachtegoed en gebruikte bronnen);
  • argumentatie (kritisch-refererend met een eigen mening);
  • omvang (artikel 8);
  • bronvermelding (conform ‘Leidraad voor Juridische Auteurs’);
  • begrijpelijk en correct taalgebruik;
  • vorm en typografie (conform ‘Handleiding voor Juridische Scripties’).

lid 3 De scriptiebegeleider kent vervolgens een cijfer toe.

lid 4 Het cijfer wordt bepaald aan de hand van de volgende criteria:

  • inhoud;
  • argumentatie;
  • structuur en opbouw;
  • begrijpelijkheid en aantrekkelijkheid taalgebruik;
  • correctheid van taalgebruik;
  • zelfstandigheid in het onderzoek;
  • originaliteit van het onderzoek;
  • beheersing van (specifieke) onderzoeksvaardigheden.

lid 5 De scriptiebegeleider maakt aan de hand van de beoordelingscriteria in lid 4 inzichtelijk hoe het cijfer tot stand is gekomen.

lid 6 Het Faculteitsbestuur kan bepalen dat een mondelinge verdediging van de scriptie onderdeel uitmaakt van het scriptietraject.

lid 7 De scriptiebegeleider geeft het eindcijfer door aan de Tentamen- en Examenadministratie, nadat de student een uitdraai heeft overgelegd van de conform artikel 11 lid 1 geplaatste samenvatting in Nestor.

 

Artikel 10 Informele bezwarenprocedure

Indien een student het niet eens is met het aan de scriptie toegekende cijfer kan hij de scriptiebegeleider om heroverweging van het cijfer verzoeken. De begeleider kan beslissen het oordeel van een tweede docent in te roepen.

 

Artikel 11 In te leveren samenvatting en aantal exemplaren

lid 1 De student plaatst direct na goedkeuring van de scriptie een samenvatting van de scriptie van minimaal een pagina, A4 formaat, in Nestor.

lid 2 De student levert minimaal 1 papieren exemplaar van de goedgekeurde scriptie (incl. uitdraai van de samenvatting op Nestor) en 1 digitale versie in bij de scriptiebegeleider. Het faculteitsbestuur kan bepalen dat de inlevering van de digitale versie op een andere wijze geschiedt.

Inwerkingtreding

Wijzigingen treden op 1 september 2007 in werking.


Last modified:November 25, 2009 10:12
Associative links:
 
To top