Promovendus: Hideko Matsuo
Promotiedatum: 8 december 2003
Promotores: Prof.dr.ir. F.J. Willekens en dr. I. Hutter (co-promotor)
Titel proefschrift: The transition to motherhood in Japan. A comparison with the Netherlands
Inleiding
Uitstel van het eerste kind is een veel voorkomend verschijnsel in geïndustrialiseerde landen. In Japan steeg de gemiddelde leeftijd bij de geboorte van het eerste kind van 25,9 jaar in 1965 tot 28,3 jaar in
2002 en
in Nederland nam die leeftijd toe van 25,2 in 1975 tot 28,6 in 2000. Uitstel van het eerste kind is mede verantwoordelijk voor de lage vruchtbaarheid in deze landen. Een lage vruchtbaarheid, in combinatie met een hogere levensverwachting, resulteert in een vergrijzende bevolking. Met de vergrijzing neemt het aandeel van de bevolking van 65 jaar en ouder in de totale bevolking toe. In Japan steeg dat aandeel van
6,3 in 1965 tot 17,9
procent
in 2
001. De toename was minder groot in Nederland: van
9,0
in 1960
tot 1
3,6
procent
in
2001.
Dit onderzoek beoogt een inzicht te krijgen in de mate van uitstel van het eerste kind en de achtergronden van dat verschijnsel. Voor de beantwoording van de onderzoeksvragen wordt gebruik gemaakt van zowel kwantitatieve als kwalitatieve gegevens. De kwantitatieve gegevens bestaan uit demografische statistieken over de loop van de bevolking en uit survey-gegevens, de ‘Japanese National Fertility Survey’ van 1992 (JNFS92) en het ‘Onderzoek Gezinsvorming 1998’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek (Nederland). De surveys bevatten levensgeschiedenissen van respondenten
, geboren in de jaren 1945-1979 (Nederland) en 1942-1975 (Japan)
. De kwantitatieve gegevens worden aangevuld met kwalitatieve gegevens. Twee methoden voor kwalitatief onderzoek worden gebruikt: focusgroep-gesprekken met vrouwen en gesprekken met deskundigen.
De interpretatie van de data gebeurd aan de hand van een theoretisch kader. Het theoretisch kader is gebaseerd op het methodologisch individualisme zoals gepresenteerd door Coleman (1991). Die benadering biedt de mogelijkheid om analyses op microniveau en op macroniveau te combineren. De gedragstheorie van Coleman wordt uitgebreid met een dynamische component. Demografisch gedrag wordt gesitueerd in de tijd waardoor veranderingen in gedrag zichtbaar worden. Twee tijdschalen worden gehanteerd, de leeftijd en de historische tijd. De eerste tijdschaal wordt toegepast om veranderingen in de levensloop te registreren. De tweede wordt gebruikt om veranderingen in de maatschappelijke context aan te geven. De levensloop is ingebed in een brede maatschappelijke en historische context. Die context is van bijzondere betekenis tijdens een bepaalde fase van de levensloop, de zg. socialisatiefase. Gedurende de socialisatie leert het individu de heersende waarden en normen. Tevens ontstaat een cognitief kader (schema) dat het individu in staat stelt om gebeurtenissen die plaatsvinden in de omgeving te interpreteren. Om de invloed van de historische context op de levensloop te meten worden geboortegeneraties onderscheiden, vrouwen geboren voor 1960 en vrouwen geboren in 1960 of later.
Resultaten
Het percentage vrouwen in Japan met een kind op hun dertigste is
76,3
procent voor vrouwen geboren voor 1960 en
58,7
procent voor vrouwen geboren in 1960 of later. Veranderingen in de leeftijd bij de geboorte van het eerste kind hangen nauw samen met veranderingen in huwelijksvorming. Het (eerste) huwelijk wordt uitgesteld en steeds minder vrouwen kiezen voor het huwelijk. De gemiddelde leeftijd bij eerste huwelijk is 24,9 jaar voor de oude generatie (geboren voor 1960) en 26,6 jaar voor de jonge generatie (geboren in 1960 of later). In Japan bestaat een duidelijk verband tussen leeftijd bij huwelijk en leeftijd bij geboorte van het eerste kind. Die relatie is afwezig in Nederland. Daar is de gemiddelde leeftijd bij eerste huwelijk 23,4 jaar voor vrouwen die werden geboren voor 1960 en 31,7 jaar voor vrouwen die later werden geboren. In tegenstelling tot Japan is in Nederland ongehuwd samenwonen een veel voorkomende leefvorm. Steeds meer vrouwen verkiezen om (een tijd) alleen te wonen. Vrouwen in Nederland geboren in 1960 of later wonen gemiddeld een jaar langer alleen en 2,1 jaar langer ongehuwd samen dan vrouwen geboren voor 1960.
Onderwijs vormt een belangrijke factor in het uitstelgedrag. In Japan trouwen vrouwen
uit de jonge generatie (geboren na 1960) met
een hogere opleiding 3,7 jaar later dan vrouwen met een lagere opleiding en zij krijgen het eerste kind gemiddeld 2,4 jaar later. In Nederland is het verschil nog groter. Vrouwen geboren in 1960 of later, met een hogere opleiding, trouwen 3,8 jaar later en krijgen het eerste kind 5,7 jaar later dan vrouwen uit dezelfde geboortegeneratie maar met een lagere opleiding.
De leeftijd bij de geboorte van het eerste kind wordt ook beïnvloed door de levensloop voorafgaand aan de geboorte van het kind. De meeste vrouwen in Japan (90 procent) volgen een standaardtraject. Na de ontmoeting met een partner volgt verloving, trouwen en geboorte van een kind. In Nederland is de variatie aan levenslopen veel groter. In de oudere geboortegeneratie (geboren voor 1960) heeft de meerderheid van de vrouwen (56 procent) een traditionele levensloop. Zij verlaten het ouderlijk huis om te trouwen en krijgen daarna een kind. In de geboortegeneratie van na 1960 is dat aandeel gedaald tot 28,7 procent. Alleen wonen en ongehuwd samenwonen resulteren in uitstel van het eerste kind. Vrouwen uit de oudere geboortegeneratie die een tijd alleen wonen alvorens te trouwen hebben het eerste kind gemiddeld 1,9 jaar later dan vrouwen die meteen trouwen. Vrouwen die voor het huwelijk samenwonen krijgen het eerste kind gemiddeld 3,1 jaar later. Alleen wonen voorafgegaan of gevolgd door ongehuwd samenwonen resulteert in een uitstel van het eerste kind met 4,8 jaar. De jongste geboortegeneratie laat een vergelijkbaar beeld zien. Ongehuwd samenwonen voor huwelijk ‘vertraagt’ de geboorte van het eerste kind met 1,
6
jaar terwijl een combinatie van alleen wonen en ongehuwd samenwonen resulteert in een uitstel met 3,
2
jaar. Het beeld is geheel anders wanneer het kind wordt geboren voor het huwelijk. Ongehuwd samenwonende vrouwen krijgen het eerste kind gemiddeld 2,4 jaar eerder dan gehuwde vrouwen. Deze analyse toont aan dat de leeftijd bij geboorte van het eerste kind het resultaat is van een complex samenspel van factoren en dat in Nederland de veranderende leefvorm een belangrijke factor is.
Aangezien de levensloop is ingebed in een historische context kunnen veranderingen in de levensloop niet los worden gezien van de context. Economische ontwikkeling heeft grote gevolgen voor huwelijk en gezin. In een traditioneel landbouwgezin ontleent de vrouw status uit huwelijk en moederschap. In een geïndustrialiseerde samenleving neemt voor de vrouw de betekenis van opleiding en werk toe. In de post-industriële samenleving vormen onderwijs en werk de basis voor verworven status. Onderwijs en werk is dikwijls moeilijk te combineren met zorg voor kinderen, met als gevolg dat zwangerschappen worden uitgesteld en ongewenste zwangerschappen worden afgebroken.
De focusgroep-gesprekken tonen aan dat uitstel veelal niet de uitkomst is van een rationele planning. Omstandigheden zijn belangrijk. Beslissingen worden genomen op basis van eerder genomen beslissingen en veranderende omstandigheden. Besluitvorming is daarmee een gefaseerd proces (‘staging process’) en de levensloop is in belangrijke mate pad-afhankelijk (‘cumulative causation’). Bijvoorbeeld, een keuze voor een hogere opleiding impliceert een uitstel van huwelijk en geboorte van het eerste kind. Pad-afhankelijkheid uit zich ook in de invloed van het gedrag van ouders op het gedrag van hun kinderen. De kans dat vrouwen kiezen voor werk boven kinderen is groter wanneer ze als kind een moeder hadden met een baan. Een aspect van de omstandigheden is de beschikbaarheid van een vaste partner. Vrouwen zonder vaste partner hebben een grotere onzekerheid t.a.v. de leeftijd waarop zij een kind willen.
In de demografische literatuur wordt uitstel van het eerste kind geplaatst in de context van de Tweede Demografische Transitie (TDT). Niet alle aspecten van de TDT zijn van toepassing in Japan. Uitstel van huwelijk en gezinsvorming is een belangrijk aspect dat van toepassing is. Andere aspecten die met de TDT worden geassocieerd, zoals ongehuwd samenwonen en buitenechtelijke geboorten komen aanzienlijk minder voor in Japan dan in andere landen met een TDT. In landen als Nederland vindt de TDT plaats tegen de achtergrond van de keuzebiografie. Vrouwen hebben een grote vrijheid hun leven in te richten zoals ze dat zelf verkiezen. In Japan is de keuzeruimte aanzienlijk minder met als gevolg dat vrouwen die het oneens zijn met traditionele levenspatronen die patronen verwerpen zonder de stap te zetten naar een keuzebiografie en radicaal verschillende leefstijlen. Culturele verandering loopt in Japan anders dan in landen als Nederland. Waarden t.a.v. partnerschap veranderen, maar waarden t.a.v. van moederschap veranderen minder snel. Dat heeft mogelijk te maken met de technologische dimensie van de TDT. In het Japan van na de Tweede Wereldoorlog waren betrouwbare en veilige contraceptiva niet in dezelfde mate aanwezig als in Nederland.