Page content
Section menu
Main menu
Associative links
Page content:
Nederlands

Summary in Dutch - Demographic survey research in Irian Jaya


Promovendus: Hendrika Lautenbach

Promotiedatum: 6 december 1999

Promotor: Prof.dr.ir. F.J. Willekens

Titel proefschrift: Demographic survey research in Irian Jaya. Population dynamics in the Teminabuan area of the Bird's Head Peninsula of Irian Jaya, Indonesia

Inleiding

Gelegen in de meest oostelijke provincie van Indonesië is Teminabuan een nietig plaatsje in het licht van de Indonesische archipel. Het leven ziet er nog goeddeels uit zoals reeds tientallen jaren geleden beschreven door Nederlandse bestuursambtenaren. Het gebied wordt gekarakteriseerd door sago-moerassen, tropisch regenwoud, vele kleine rivieren en smalle voetpaden, en kleine, verspreid liggende nederzettingen. De dagelijkse arbeid bestaat voor de meesten vooral uit het verbouwen van gewassen voor eigen gebruik. Eventuele kleine overschotten worden verkocht en bieden zo de mogelijkheid om producten zoals suiker, thee, koffie, kerosine, kleren te kopen en schoolgeld of contributie aan de kerk te betalen. Het sociale leven wordt voor een groot gedeelte georganiseerd rond de Protestantse kerk. Kerstening heeft vanaf de eerste helft van deze eeuw plaats gevonden, en is zeer succesvol gebleken onder de Papoea's. Het is gebruikelijk dat de dorpelingen door de week op hun tuinen werken en wonen en 's zaterdags naar het dorp komen met het doel de kerkdienst op zondag bij te wonen. Daarna vertrekt men weer naar de tuinen. Voor de mensen die in de dorpen blijven zijn er in de namiddag vaak religieuze bijeenkomsten. Hiertegenover staat dat er ook groeperingen zijn wiens leven anders is ingedeeld. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Moslim minderheid afkomstig van andere Indonesische eilanden en met een heel andere sociaal-economische achtergrond. Zij leven in het administratieve centrum van het onderdistrict en verrichten vaak geschoold werk.

Het demografisch onderzoek zoals in dit boek beschreven maakt deel uit van een interdisciplinair programma betreffende Vogelkop schiereiland. Dit onderzoek combineert antropologisch, archeologisch, bestuurskundig, demografisch, (etno-)botanisch, geologisch, en linguistisch onderzoek. Binnen het Vogelkop gebied is de zuidwestelijke Teminabuan regio geselecteerd als onderzoeksgebied voor de disciplines antropologie, bestuurskunde en demografie. Deze keuze is gemaakt op basis van het feit dat het thema van de sociale wetenschappen is gedefinieerd als 'movements of objects, persons, relationships, and ideas', waarvoor Teminabuan een uitgelezen plek leek daar sommige rapporten van bestuursambtenaren suggereren dat Teminabuan als poort fungeerde via de welke bovengenoemde bewegingen plaats vonden.

Doelstelling

De vier belangrijkste vragen van dit demografisch onderzoek zijn:

1. Wat is het niveau van de vruchtbaarheid en de sterfte, en hoe zien de migratie-patronen eruit van de bevolking in de zuidwesthoek van Vogelkop schiereiland op Irian Jaya?

2. Op welke wijze wordt de bevolkingssamenstelling beïnvloed door de sterfte, vruchtbaarheid en migratie?

3. Hoe verhoudt de demografie zoals aangetroffen in de Vogelkop zich tot die van Indonesië en Papua Nieuw Guinea?

4. Wat is de meest effectieve manier waarop demografische gegevens en gezondheidsdata op grote schaal verzameld kunnen worden in een gebied met een geringe toegankelijkheid en een grote mobiliteit van de bevolking?

Hiernaast wordt onderzocht op welke wijze informatie kan worden uitgewisseld met onderzoek in de antropologie en bestuurskunde.

Onderzoeksgebied en onderzoeksbevolking

Het onderdistrict Teminabuan is gelegen aan de zuidwestzijde van Vogelkop schiereiland, aan de monding van de zeearm de Kaibus. Met zijn vele vertakkingen zorgt die ervoor dat de getijden in een uitgestrekt gebied merkbaar zijn. Deze aftakkingen en andere in het gebied aanwezige rivieren bieden, naast voetpaden, de belangrijkste manier van vervoer. Prauwen zijn meestal uitgeholde boomstammen. De sago-moerassen aan de zuidkust gaan meer noordwaarts over in een geaccidenteerd karstgebied. Doordat de leemgronden slecht water-doorlatend zijn, wordt moerasvorming bevorderd. Veel van de grond in het gebied is daarom ongeschikt voor landbouw. Wel leveren de sago-moerassen het sago, wat voor velen het hoofdbestandeel van het voedsel is. Buiten de sagomoerassen is er tropisch regenwoud. Het klimaat kenmerkt zich door een constante hoge temperatuur (nooit beneden de 18°C) en het ontbreken van een droge periode.

De bevolking woont in kleine, verspreid liggende dorpen van gemiddeld 300 inwoners. Toch zijn veel van die dorpen meer een administratieve eenheid dan een werkelijk dorp. Feit is dat veel dorpelingen door de week op hun tuinen werken en wonen, welke verspreid liggen rond het dorp. De afstand kan echter aanzienlijk zijn, te meer daar dit altijd uitgedrukt wordt in de tijd die ervoor nodig is om er te komen. Ook zijn de mensen gewoon aan het leven in kleine eenheden. Een huishouden bestaat gemiddeld uit 4,4 personen, en in ongeveer 30 procent van de gevallen wonen er meerdere huishoudens in één huis (in het dorp). Omdat veel huishoudens overdag of zelfs voor enkele dagen aaneen op hun tuinen werken of uit vissen zijn, is de mate van het dicht op elkaar wonen minder dan wat de cijfers in eerste instantie doen vermoeden.

De voornamelijk laag geschoolde bevolking leeft onder de meest eenvoudige omstandigheden. Hun huizen zijn opgebouwd uit materiaal wat in de omgeving te vinden is, en men leeft van wat het land en water hen oplevert. Andere, wat luxure benodigdheden zoals koffie, thee, suiker, en kleding kunnen enkel gekocht worden als de tuinen, of soms de visserij, genoeg opleveren zodat een gedeelte van de opbrengst verkocht kan worden. De merendeels beter geschoolde inmigranten wonen geconcentreerd in het administratieve centrum van het onderdistrict waar het gezinshoofd vaak een betrekking heeft bij de lokale overheid, in de gezondheidszorg, in het voortgezet onderwijs, of een winkel runt.

Met het verschil locale bevolking versus immigrant dient zich ook meteen (ruwweg) het verschil aan in etniciteit (Papoea versus Makassar, Ambonees, Javaan, etc.), in religie (Christen versus Moslim), en in taal (Tehit versus talen van de andere eilanden en een goede beheersing van het Bahasa Indonesia onder de immigranten). Deze grote verschillen maken de samenleving vatbaar voor sociale onrust zoals nu pijnlijk gedemonstreerd wordt op Ambon en Kalimantan.

Methoden en technieken

Nieuwe kwantitatieve en kwalitatieve informatie was vereist om de eerdergenoemde onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden. Via survey onderzoek (mei-september 1996) zijn de kwantitatieve gegevens verzameld welke aangevuld en deels gestuurd werden door kwalitatieve gegevens verkregen middels het interviewen van zogenaamde 'key-informants' (survey team, dorpelingen, lokale overheidsambtenaren) over bepaalde onderwerpen. Dit alles is aangevuld met literatuurstudie en verwijzingen naar secundaire databronnen. Het veldwerk bestond uit het verrichten van een bevolking survey onder zo=n 1400 huishoudens (ca. 6200 personen). Dit verschafte een voldoende basis voor de benodigde demografische analyses. De survey is gehouden in 20 van de 31 dorpen van het onderdistrict Teminabuan.

Daar aanwas en afname van de bevolking, naar leeftijd en geslacht, bepalend zijn voor de samenstelling van de bevolking, werden vruchtbaarheid, sterfte, en migratie bestudeerd. Tijdens de analyses is rekening gehouden met de context van de onderzoekspopulatie. Sterfte (Hoofdstuk 4) en vruchtbaarheid (Hoofdstuk 5) en de variabelen die hierop van invloed zijn, zijn bestudeerd middels de modellen van Mosley en Chen (1984) en Bongaarts en Potter (1983).

Het model van Mosley en Chen (1984) is toegepast om de achtergrond van sterfte te analyseren. Het omvat een lijst van directe en sociaal-economische factoren betreffende sterfte voor het vijfde levensjaar. Bij het beschrijven van het niveau van sterfte ligt de nadruk op zuigelingen en kindersterfte, omdat zij worden gezien als de meest bruikbare indicatoren voor het ontwikkelingsniveau van een bevolking. Sterftetafels zoals ontwikkeld bij de Verenigde Naties (1983) worden gebruikt om het niveau en patroon van sterfte te berekenen.

Het model van Bongaarts en Potter (1983) is toegepast om de voor de vruchtbaarheid van belang zijnde variabelen te beschrijven. In hun studie definiëren Bongaarts en Potter (1983, pp. 1-5) factoren welke direct van invloed zijn op de vruchtbaarheid. Het betreft huwelijksleeftijd, gebruik van contraceptiva, abortus provocatus, postpartum onvruchtbaarheid, natuurlijke vruchtbaarheid, miskramen, en het tijdstip waarop de menopauze haar intrede doet. Deze factoren worden beïnvloed door sociaal-economische factoren en de gezondheids- en voedingssituatie van de onderzoekspopulatie (Bongaarts en Potter, 1983, p. 14). Dit onderzoek doet een poging om te beschrijven in welke mate bovenstaande factoren bijdragen aan de vruchtbaarheidsmaten gevonden bij de bevolking van Teminabuan. De vergelijkbaarheid van de onderzoeksgegevens wordt bevorderd door het feit dat de wereldwijd gehouden Demographic and Health Surveys (DHS) ook het model van Bongaarts en Potter gebruiken voor de analyse van vruchtbaarheid alsmede het model van Mosley en Chen voor het beschrijven van sterfte voor het vijfde levensjaar. De Indonesische DHS van 1994 biedt dus een goede bron voor vergelijking.

Migratie (Hoofdstuk 6) wordt bestudeerd met de nadruk op de hedendaagse mobiliteitspatronen in het onderzoeksgebied. Migratiepatronen worden besproken met het oog op de duur en de richting van migratie, alsmede de kenmerken van de migrant. De classificering welke Pryor (1979) heeft gemaakt voor de Indonesische migrant is toegepast op de migranten van Teminabuan. Behalve naar de migratiepatronen is er ook gekeken naar de redenen en consequenties van verhuizen voor migranten welke ten tijde van het onderzoek in het onderdistrict Teminabuan woonden. Migranten die naar buiten het onderzoeksgebied verhuisd zijn, zijn niet opgenomen in deze studie.

Resultaten

1. Bevolkingsopbouw

De bevolking van Teminabuan heeft een leeftijdsopbouw welke kenmerkend is voor een samenleving met een hoge vruchtbaarheid, dat wil zeggen, veel mensen aan de voet en weinig aan de top van de bevolkingspiramide. Op basis van de bevolkingspiramides kan worden afgeleid dat er (nog) geen sprake is van een terugloop in de bevolkingsgroei in Teminabuan, dat Irian Jaya een geringe stagnatie laat zien, en dat Indonesië in zijn geheel een afname in de vruchtbaarheid vertoont. Het percentage van de bevolking dat jonger is dan 15 jaar is 41,8 (Teminabuan survey 1996) vergeleken met 35,0 in Indonesië (CBS et al., 1995).

2. Sterfte

Het sterfteniveau is sterk gerelateerd aan het niveau van de sociaal-economische ontwikkeling van een gebied. Op grond van deze samenhang wordt het sterfteniveau door veel overheden gebruikt als indicator voor plannings-, monitorings-, en evaluatie doeleinden. Hierbij worden zuigelingen- en kindersterfte als de belangrijkste indicatoren gezien. Het niveau van zuigelingensterfte in Teminabuan is 70 per 1000 levend geboren kinderen over de periode 1965-1994. Kindersterfte (<5 jaar) bedraagt 120 per 1000. Concreet betekent dit voor de onderzoeksbevolking van Teminabuan dat van de 205 levend geboren kinderen in 1995, 180 hun vijfde verjaardag ook werkelijk zullen bereiken. Korte geboorte-intervallen (<24 maanden tussen twee opeenvolgende levend geboren kinderen), een relatief hoge leeftijd van de moeder ten tijde van de bevalling (>34 jaar), en een hoge pariteit (>3 kinderen) doen de overlevingskansen van een kind afnemen.

Het sterftepatroon is beschreven naar leeftijd en doodsoorzaak. Sterfte is in Teminabuan in hoge mate geconcentreerd in de jongste leeftijdsgroep (0-5). Infectieziektes zijn onder alle leeftijdsgroepen de voornaamste doodsoorzaak (62,1%), en meer nog onder zuigelingen (72,0%) en kinderen en tieners (72,9%). Gezien het feit dat infectieziekten doodsoorzaak nummer één is, zouden veel sterfgevallen voorkomen kunnen worden. Traditioneel leefde de onderzoekspopulatie een nomadisch bestaan in kleine familie-verbanden verspreid in het oerwoud. Doordat zij nu meer opeen wonen in de dorpen is goede sanitatie van belang bij het voorkomen van parasitaire ziektes. Investeringen op dit gebied, waaronder een verbeterde sanitatie en gezondheidszorg, zou de sterfte beslist doen afnemen. Lokale omstandigheden zoals de slechte bereikbaarheid en de hoge mate van bevolkingsspreiding maken dit echter wel zeer moeilijk en kostbaar.

De levensverwachting, geschat op basis van het niveau van zuigelingensterfte en middels de 'West Model Life table' van Coale en Demeny, is voor Teminabuan vrijwel gelijk aan die van Indonesië. De levensverwachtingen voor Indonesië liggen alleen 2-2 jaar hoger. De in Teminabuan gevonden waarde van de levensverwachting bij de geboorte is 61,8 jaar voor vrouwen en 57,0 voor mannen.

3. Vruchtbaarheid

Het aantal ooit geboren kinderen (children ever born [CEB]) naar de leeftijd van de moeder verschaft informatie met betrekking tot het vruchtbaarheidsniveau van een populatie. In vergelijking met de algehele Indonesische bevolking van 1994 heeft een vrouw in Teminabuan (45-49 jaar) gemiddeld een half kind minder aan het einde van haar reproduktieve periode, namelijk 4,46 (CEB). De total fertility rate (TFR) staat voor het gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw zou krijgen als zij in leven blijft tot aan het einde van haar vruchtbare periode en kinderen baart met een snelheid gelijk aan de nu bestaande leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers. De TFR is de belangrijkste maat van de vruchtbaarheid die we hebben omdat deze maat niet beïnvloed wordt door de leeftijdsopbouw van de bevolking. Is de vruchtbaarheid min of meer stabiel in de tijd, dan resulteert dit erin dat het aantal CEB aan het einde van de vruchtbare periode ongeveer gelijk is aan de TFR. Met andere woorden, het niveau van vruchtbaarheid voor de cohorten van oudere vrouwen is gelijk aan die voor vrouwen die zich nog in hun vruchtbare periode bevinden. Voor Teminabuan gaat dit inderdaad op (CEB 40-49=4,06; TFR=3,94). De stabiliteit van de vruchtbaarheid onder de bevolking van Teminabuan kan verklaard worden door het geringe en slechts recente gebruik van moderne contraceptiva, welke ook nog niet altijd succesvol worden toegepast. Traditionele methoden van contraceptie, wat in Teminabuan met name KB kampung betreft, worden echter al veel langer gebruikt en men beschouwt ze als zeer betrouwbaar. Verder zijn er ook geen schommelingen geweest in de huwelijksleeftijd.

Zoals eerder gesteld, wordt de vruchtbaarheid direct beïnvloed door factoren welke door Bongaarts en Potter zijn geïdentificeerd. De volgende vier factoren zijn in het model van Bongaarts en Potter opgenomen: huwelijksleeftijd, gebruik van contraceptiva, abortus provocatus, en postpartum onvruchtbaarheid. Enigszins aangepast aan de lokale omstandigheden van de onderzoekspopulatie levert het model een TFR van 3,34 op, wat in de orde van grootte is van de TFR berekend op de conventionele manier (3,94). De factoren van het model mogen daarom worden beschouwd als verklarende variabelen van de vruchtbaarheid. Op grond hiervan kunnen ze gebruikt worden om te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen in de vruchtbaarheid. De eerste, de huwelijksindex Cm, wat staat voor het percentage gehuwde vrouwen van alle vrouwen in de leeftijd 15-49, is over tijd zeer stabiel gebleken. Hierin wordt in de nabije toekomst geen verandering voorzien (Cm=0,671). Indien alle vruchtbare vrouwen 100 procent betrouwbare anticonceptie middelen zouden gebruiken, zou de index van contraceptie (Cc) nul zijn. De index ligt echter op 0,573 en zal ook nooit de nul benaderen omdat er altijd een aanzienlijke groep vrouwen is die geen contraceptie gebruikt omdat ze zwanger willen worden of zwanger zijn, net bevallen zijn, onvruchtbaar zijn (of hun echtgenoot), of in de menopauze zitten. Wel zou de vruchtbaarheid beïnvloed kunnen worden als degenen die reeds contraceptiva gebruiken meer gebruik gaan maken van middelen met een hogere betrouwbaarheid. In dat geval zou de waarde van Cc afnemen. Wanneer echter succesvolle traditionele middelen van contraceptie vervangen gaan worden door minder succesvolle moderne middelen, dan zal Cc toe gaan nemen. Hoe langer de periode is dat borstvoeding gegeven wordt, hoe meer de index van de postpartum onvruchtbaarheid naar nul zal neigen. In Teminabuan is het zeer gebruikelijk om kinderen lang te zogen (ca. 24 maanden). Het is niet waarschijnlijk dat deze periode in de toekomst nog langer zal worden. De waarde van Ci (0,568) zal daardoor in de toekomst gelijk blijven of eventueel stijgen. Dit laatste kan gebeuren als zuigelingenvoeding, onder meer gunstige economische omstandigheden, op grotere schaal binnen het bereik van de bevolking komt. Het aanbieden van deze zeer voedzame producten kan namelijk leiden tot een afname in de behoefte van het kind om moedermelk te drinken, waardoor de eerste postpartum ovulatie minder lang zal uitblijven. Als dit effect niet gecompenseerd wordt door het gebruik van effectieve voorbehoedmiddelen, zal dit een verhoogde vruchtbaarheid tot gevolg hebben. Met het oog op de nabije toekomst is het daarom, ondanks het feit dat jongere mensen minder kinderen wensen, niet waarschijnlijk dat de vruchtbaarheid ook daadwerkelijk zal afnemen. 

In Teminabuan bevallen de meeste vrouwen thuis (86,8%), waarbij ze geholpen worden door een (ongeschoold) familielid (73,9%). Verbeterde omstandigheden rond de bevalling zou de kans van het kind om te overleven zeker doen toenemen, omdat thans een aanzienlijk percentage van de bevallingen een meer dan gemiddeld risico voor het kind (en de moeder) heeft, dan wel door het hoeveelste kind zij zijn (>3; 35,9%), dan wel door de leeftijd van de moeder (>34; 11,8%).

4. Migratie

In Teminabuan vindt migratie voornamelijk plaats over een korte afstand, dat wil zeggen binnen de grenzen van de provincie Irian Jaya. Vroeger waren de belangrijkste redenen om te verhuizen oorlog, hongi-tochten, en huwelijk. Nu is migratie in hoofdzaak een gevolg van werk (37.6%), mee verhuizing met het huishouden (bijvoorbeeld wanneer de man elders werk aanvaardt, zal hij gecategoriseerd worden als zijnde 'arbeids-migrant', terwijl zijn eventuele vrouw en kinderen van 18 jaar en ouder mee verhuizen; 25,5%), opsplitsing van de nederzetting (13,6%), scholing (7,5%), en huwelijk (6,1%). Voor mannen is werk de belangrijkste reden om te verhuizen (52,2%) terwijl vrouwen met name verhuizen als gevolg van het feit dat het hele huishouden zich verplaatst (41,3%).

Bij werk-gerelateerde migratie is de werkgever de belangrijkste factor in het bepalen van de richting van migratie (46%). Andere bronnen van informatie die hieraan richting geven zijn familie en vrienden (24%) en 'job-hunters'(12%). De media spelen maar een zeer geringe rol (4,1%) in het bepalen van de richting van de aan werk gerelateerde migratie.

De meest voorkomende vorm van migratie in Teminabuan is circulaire migratie. Circulaire migratie betreft veelvuldige maar tijdelijke afwezigheid voor langer dan één dag. Voor de migranten blijft de plaats van herkomst hun vaste woonplaats (usual place of residence). Maar liefst 27 procent (n=1400) van de huishoudens circuleren om in hun bestaan te voorzien. Zij gaan met name naar hun (sago-) tuinen. Circulaire migratie is daarnaast ook een vorm van migratie welke veel gebruikt wordt door degenen die producten op de markt willen afzetten. Meer dan vijftig procent van de huishoudens noemt dit als tweede belangrijkste bron van inkomen, al hoeft niet iedereen te circuleren om producten op de markt te verkopen. Circulaire migratie verschaft in feite de mogelijkheid om een stabiel voedsel inkomen, betrokken uit de subsistence agriculture, te combineren met een wisselend geldelijk inkomen. Op deze manier komen er toch financiële middelen binnen waarmee goederen gekocht en noodzakelijke betalingen verricht kunnen worden. Circulaire migratie betreft in Teminabuan voornamelijk de inheemse Papoea bevolking.

In de Teminabuan survey is een migrant gedefinieerd als een persoon van 18 jaar en ouder en degene die jonger is maar getrouwd, en ooit verhuisd sinds 1990. Van de doelgroep bleek 14,4 procent (n=3246) migrant. De kenmerken van de migranten zijn vergeleken met de typering zoals opgesteld door Pryor (1979). Vergeleken met Pryor's classificatie zijn de migranten van Teminabuan meer evenredig verdeeld over de beide seksen; er zijn 131 mannen tegen 100 vrouwen (in plaats van voornamelijk mannen). Ook zijn de Teminabuan migranten vaker gehuwd (71,1%) dan alleenstaand. Pryor's bevindingen waren dat de Indonesische migrant minder geschoold was dan de bevolkingsgroep waar hij naar toe verhuisde. In Teminabuan blijkt het tegenovergestelde. Dit is het gevolg van het feit dat een deel van hen speciaal aangetrokken is omwille van hun hogere scholing, zodat zij posten van het lokale bestuur, de gezondheidszorg, en het onderwijs kennen bezetten daar waar onvoldoende geschoolde Papoea's aanwezig zijn. Een ander deel van de beter opgeleide migranten bestaat uit handelaren, met name afkomstig uit Sulawesi, die Teminabuan een geschikte plaats achten om er een zaak te openen. Overeenkomstig Pryor's bevindingen zijn de meeste migranten jong (gemiddeld 30-31 jaar) en komen zij uit een kleiner huishouden dan personen die niet migreerden (resp. 3,5 en 4,6 personen).

Wat zijn (echter) de demografische gevolgen van de migratie zoals aangetroffen in het onderzoeksgebied? Gelet op de sekse distributie blijkt dat deze niet erg beïnvloed wordt daar de meest dominante vorm van migratie welke in Teminabuan voorkomt circulaire migratie is. Bij 95 procent van deze migratie gaan zowel de vrouw als de man op pad. Verder is er hierbij geen sprake van een permanente verplaatsing en blijft de trek beperkt tot binnen de grenzen van het onderdistrict Teminabuan. Migratie van ongehuwde kinderen, voornamelijk voor studie en werk, wordt gedomineerd door jongens; ongeveer 70 procent (n=322) van deze migranten is van het mannelijke geslacht. Het effect hiervan is het duidelijkst voor de leeftijdsgroep van 20-24 jaar. Deze leeftijdsgroep is kleiner dan de daaropvolgende (25-29) en ook is zij kleiner dan de leeftijdsgroep 20-24 voor vrouwen. Bovendien is de leeftijdsgroep 30-34 voor mannen kleiner dan die voor vrouwen. Echter, daar de betreffende groep klein is en een deel naar Teminabuan terugkeert op het moment dat de opleiding is afgerond of het werk voltooid, is het uiteindelijke effect toch gering.

Demografische veranderingen

De vruchtbaarheid in Teminabuan is stabiel gebleken in de tijd. Voor de nabije toekomst worden ook geen grote veranderingen verwacht. Werk-gerelateerde in- en uit migratie beïnvloedt weliswaar de bevolkingsopbouw, maar dit effect is beperkt. De in- en uit-migranten zijn van dezelfde leeftijd wat het effect op de bevolkingssamenstelling beperkt. Daarnaast gaat het ook maar om een relatief kleine groep. Het uiteindelijke effect zou kunnen zijn dat de leeftijdsgroep 25-39 iets groter is. Kleine inkepingen in de bevolkingspiramide voor leeftijd 15-19 (vrouwen) en 20-24 (mannen) zijn waarschijnlijk het resultaat van (tijdelijke) verhuizingen in het kader van scholing. Als een groter aandeel van de kinderen naar het middelbaar en hoger onderwijs zou gaan, zouden deze inkepingen significanter worden. Zo'n ontwikkeling is echter niet voorzien.

Het patroon van sterfte wordt gekenmerkt door relatief veel sterfgevallen in de jongste leeftijdsgroepen. De hierboven beschreven patronen van vruchtbaarheid, migratie, en sterfte maken dat de vorm van bevolkingspiramide voorlopig blijft zoals hij is: een brede basis en een smalle top. Wanneer de sterfte af zou nemen, bijvoorbeeld doordat infectieuze en parasitaire ziektes minder slachtoffers zouden maken, zal dit als gevolg hebben dat de mate van bevolkingsreductie bij toenemende leeftijd langzamer wordt.

Om te kunnen beoordelen of de demografische transitie al in gang gezet is in Teminabuan, moeten we kijken naar het patroon van vruchtbaarheid en sterfte in de tijd. Het transitie model gaat ervan uit dat de vruchtbaarheid en sterfte hoog en fluctuerend zijn voordat de demografische transitie begint. De transitie begint met een daling van de sterfte, waarna de vruchtbaarheid langzaam volgt. Van de analyse van sterfte hebben we kunnen concluderen dat deze inderdaad aan het teruglopen is, en wel onder alle leeftijdsgroepen. Daarbij zijn epidemieën in aantal en omvang afgenomen. Wat de vruchtbaarheid betreft zijn er voorlopig weinig aanwijzingen dat die aan het verminderen is. Dit wordt geconcludeerd uit het feit dat het aantal ooit-geboren kinderen aan het einde van de vruchtbare periode min of meer gelijk is aan de tegenwoordige TFR. We kunnen daarom concluderen dat Teminabuan zich aan het begin van de demografische transitie bevindt.

Last modified:August 06, 2003 15:27
Associative links: