Skip to ContentSkip to Navigation
ActueelNieuwsberichten

Prof.dr. Andrej Zwitter: ‘Big data vraagt om gedragscode voor wetenschappers, overheden en bedrijven’

Telefoonverkeer, gps-data, foto’s, patiëntgegevens in de gezondheidszorg: iedereen laat een digitale voetafdruk achter die samen big data vormen. Die enorme hoeveelheid data levert grote ethische vragen op. Vragen waarop we nog geen goede antwoorden hebben, zegt hoogleraar in ethiek en internationale politiek dr. Andrej Zwitter. Het is hoog tijd voor ethici om deze antwoorden te formuleren, stelt hij. We moeten nadenken wat wetenschappers, overheden en bedrijven wel en niet met de verzamelde data mogen doen en op welke manier, maar ook hoe we kinderen leren omgaan met een wereld waarin alles data is. Om deze discussie te voeren, heeft Zwitter een internationale denktank mede opgericht: de International Network Observatory.

‘De hoeveelheid data die wordt opgeslagen is enorm’, zegt Zwitter. ‘Twee wetenschappers, Smolan en Erwitt, becijferden dat we op dit moment meer dan vijf miljard gigabyte aan data per tien minuten opslaan, een hoeveelheid data die gelijk staat aan alle opgeslagen data van het begin van het computertijdperk tot 2003. Een trend die bovendien onverminderd doorzet: naar verwachting bewaren we in 2015 dezelfde hoeveelheid data in slechts tien seconden.’

Big data

Big data is niet simpelweg meer van iets dat we al lang deden. Big data is fundamenteel anders. Traditionele statistische data, Small data, verzamelden we met een bepaald doel en is daardoor nauwkeurig en schoon. Bij Big data daarentegen proberen bedrijven of onderzoekers zoveel mogelijk data op een bepaald terrein te verzamelen, een opeenstapeling van alles wat er te verzamelen is, bij voorbeeld van Twitter en Facebook. Het is daardoor rommelig, vervuild, en representeert de realiteit: er ontstaat een digitale, gespiegelde, realiteit.’

Altijd correlaties

‘Natuurlijk zijn veel functionaliteiten die door big data mogelijk zijn heel handig. Maar er zijn ook tal van problemen met zo’n digitale realiteit. In grote databestanden zijn bijvoorbeeld altijd correlaties en links te vinden. Mannen die luiers kopen, kopen ook meer dan gemiddeld bier. Daar is geen directe verband tussen; hooguit een gemeenschappelijke oorzaak, een baby. Nu is dit een onschuldig voorbeeld, maar in een grote dataset neemt de kans ook toe dat je door toeval bent te associëren met iemand die bijvoorbeeld een verschrikkelijke misdrijf pleegde, zonder dat je ook maar enige morele verantwoordelijkheid hebt. Iets waar je wel degelijk last van kunt hebben.’

Stigmatiseren

‘Ook voorspellingen op basis van verzamelde data kunnen desastreus uitpakken. Data-analisten gebruiken gegevens van groepen om winkelgedrag te bepalen, inkoop en winkelinrichting op af te stemmen. Maar deze groepsaanpak kan wel degelijk individuele gevolgen hebben. Wat als iemand in een bepaalde buurt woont waar je als werkloze met een bepaald merk auto meer dan negentig procent kans hebt om een winkeldiefstal te plegen? Gaan we hem of haar opsluiten, of sturen we daar dan een maatschappelijk werker op af? Diegene is in al deze gevallen schuldig op basis van voorspelling en krijgt een stigma opgeplakt.’

Vrije wil

Big data betekent daarmee ook een fundamentele verschuiving in de ethiek. Immers er is geen sprake meer van een individuele actie of beslissing waarvan je de uitkomst weet en de consequenties van kunt inzien, maar van een situatie waarbij je onbewust beslissingen neemt of dingen doet met onvoorziene en onbedoelde gevolgen.’

Denktank

‘Het is daarom hoog tijd dat we goed gaan nadenken wat precies de ethische implicaties van de dataficiering van ons echte leven in big data zijn en hoe we daar mee moeten omgaan. Universiteiten moeten in deze discussie het voortouw nemen. De Rijksuniversiteit Groningen heeft daarom samen met Liverpool Hope University, het Oostenrijks instituut voor internationale politiek (OIIP) en het Europese centrum voor toegepast onderzoek (ECFAR), een internationale denktank opgericht, The International Network Observatory.’

‘Ik pleit voor een gedragscode voor mensen die met grote hoeveelheden persoonlijke en anonieme sociale data werken, net zoals voor artsen ook een eed geldt. En onderwijs is essentieel: mensen moeten begrijpen wat big data is, wat wordt opgeslagen en hoe het wordt gebruikt én misbruikt, te beginnen op de basisschool. We laten kinderen toch ook een verkeersdiploma halen, waarom dan geen digitaal leven-diploma?’

Curriculum Vitae

Andrej J. Zwitter (Klagenfurt, 1982) studeerde recht en filosofie aan de Karl-Franzens universiteit in Graz (Oostenrijk) en deed promotieonderzoek op het gebied van terrorisme, internationaal recht en rechtsfilosofie aan de universiteit Bochum, Duitsland. Zwitter is aan de RUG verbonden als hoogleraar International Relations. Tevens is hij directeur van de European Centre for Applied Research.

International Network Observatory

Laatst gewijzigd:25 januari 2016 15:30
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws