Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsActueelNieuwsberichten

Groot gezin verkort het leven van kauwenouders

14 april 2014
Kauwen Foto Hans Reitsma
Kauwen Foto Hans Reitsma

Kauwen die veel jongen grootbrengen, verouderen drie keer sneller dan kauwen met kleine broedsels, dat concludeert gedragsbioloog Jelle Boonekamp. Tot op heden was er geen bewijs voor de theorie dat reproductieve inspanning veroudering versnelt. Ook de jongen in de grote nesten bleken er slechter van af te komen: hun telomeren verkorten sneller dan die van jongen in kleine nesten. Deze telomeerlengte is volgens Boonekamp een goede voorspeller van overleving bij jonge dieren. Hij promoveert op 11 april 2014 aan de Rijksuniversiteit Groningen op zijn onderzoek.

Boonekamp deed zijn onderzoek aan een populatie kauwen, Corvus monedula, ten zuiden van Groningen. Gedragsbiologen van de RUG volgen en manipuleren deze groep al sinds 1996, waardoor ook trage processen als veroudering inzichtelijk worden. Van sommige vogels zijn zelfs dertien opeenvolgende jaren lang data verzameld.

Broedselgrootte

Boonekamp veranderde gedurende vijf jaar handmatig de grootte van de kauwenbroedsels, waardoor binnen de populatie twee groepen ontstonden: een groep dieren die elk jaar voor vergrote broedsels (van meestal vier of vijf jongen) moesten zorgen en een groep ouders die minder jongen grootbrachten dan gepland (veelal twee tot drie jongen).

Korter leven

Grote gezinnen bleken een flinke impact te hebben op de veroudering van de kauwen. Boonekamp: ‘Gemiddeld hadden de kauwen die vergrote broedsels grootbrachten een 34% kortere levensduur dan de kauwen die minder jongen hoefden groot te brengen. De sterfte bij de kauwen met grotere broedsels nam driemaal zo snel toe met de leeftijd als bij de andere groep. Bijzonder, want tot nu toe vonden onderzoekers geen effect van broedselgrootte op overleving.’

Telomeerverkorting

Niet alleen de ouders betalen voor de vele nakomelingen. Ook de jongen uit de vergrote nesten blijken er slechter vanaf te komen dan hun soortgenootjes uit verkleinde nesten. Als indicatie van veroudering mat Boonekamp op de vijfde en dertigste dag na het uitkomen de zogeheten telomeren bij de kauwenjongen. Telomeren zijn de beschermende uiteinden van chromosomen, vergelijkbaar met de eindkapjes van veters.

Boonekamp: ‘Telomeren verkorten door oxidatieve schade die onder andere ontstaat door stress. De telomeren van jongen in vergrote nesten bleken veel sneller korter te worden dan de telomeren van de jongen in de kleinere nesten. Deze verkorting voorspelde op haar beurt de overleving van de jongen tot aan volwassenheid: snel verkorte telomeren, betekende een lagere overlevingskans. Dat slechte opgroeiomstandigheden nadelig waren voor de fitness van een individu wisten we al, telomeerverkorting kan dat mogelijk verklaren.’

Mensen

De bioloog Boonekamp keek in zijn onderzoek ook naar de manier waarop mensen verouderen. ‘Ook bij mensen is telomeerlengte een indicator voor de overlevingskansen. In mijn onderzoek laat ik echter zien dat de mate waarin telomeerlengte overleving voorspelt, afneemt met de leeftijd. Dat lijkt ook zo te zijn voor andere indicatoren (biomarkers) zoals cholesterol, bloeddruk en BMI.’

‘Dat komt omdat het menselijk lichaam te zien is als een redundant systeem, als een tandwiel met heel veel tanden. Als daar een paar tandjes afbreken, als gevolg van veroudering, functioneert het tandwiel nog prima. Pas wanneer er echt veel tanden kapot zijn, werkt het niet meer. Bij versleten tandwielen, bepaalt niet de algehele toestand (het aantal intacte tanden of telomeerlengte bij mensen) zozeer de kans op uitvallen, maar is de kans dat het laatst noodzakelijke tandje kapot gaat bepalend.’

Gezondheidszorg

De telomeerlengte en andere biomarkers an sich lijken dus niet erg informatief voor de levensverwachting, de snelheid waarmee ze veranderen zou wel eens een veel betere maat voor redundantie en levensduur kunnen zijn, stelt Boonekamp. ‘Het aparte is dat onze gezondheidszorg zich juist richt op controle van biomarkers, de jaarlijkse Health checks, zonder dat er gekeken wordt naar de verandering met leeftijd. Mijn gegevens suggereren dat enkel het meten van deze waarden niet zoveel zegt over de resterende levensduur, maar dat de snelheid waarmee deze waarden verslechteren veel meer over de toekomst zegt.’

Curriculum Vitae

Jelle Boonekamp (Delft, 1984) studeerde biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij voerde zijn promotieonderzoek, medegefinancierd door een NWO Vici-beurs, uit binnen de vakgroep Gedragsbiologie van het onderzoeksinstituut Centre for Behaviour and Neurosciences (CBN) van de RUG. Inmiddels is Boonekamp als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan deze groep. Hij promoveert tot doctor in de wiskunde en natuurwetenschappen bij prof. dr. S. Verhulst. De titel van zijn proefschrift luidt:Telomeres and life histories – All’s well that ends well?

Noot voor de redactie

-             Een deel van de bevindingen van Jelle Boonekamp zijn gepubliceerd in het tijdschrift Ecology Letters: ‘ Reproductive effort accelerates actuarial senescence in wild birds: an experimental study’ , DOI: 10.1111/ele.12263, http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1111/ele.12263/abstract

-             Meer informatie: Jelle Boonekamp

inspectie nestkast
inspectie nestkast
jonge kauwen in nestkast
jonge kauwen in nestkast
Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:33
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws