Skip to ContentSkip to Navigation
Over onsActueelNieuwsberichten

Psychosociale problemen op 2-4 jarige leeftijd beter op te sporen met vragenlijsten

12 juni 2013

De kwaliteit van de vroegopsporing van psychosociale problemen bij jonge kinderen door de Jeugd Gezondheidszorg (JGZ) kan beter. TNO-onderzoeker Meinou Theunissen stelde vast welke vragenlijsten de opsporing van psychosociale problemen kunnen verbeteren bij kinderen in de leeftijd van 0-4 jaar. “Implementatie van de vragenlijsten betekent dat de JGZ goede instrumenten krijgt om te onderscheiden bij welke kinderen op die leeftijd psychosociale problemen bestaan. Nu herkennen de medewerkers maar de helft van de kinderen met problemen. De vragenlijsten kunnen de vroegopsporing echt verbeteren”, aldus Theunissen. Zij promoveert op 17 juni 2013 aan de Rijksuniversiteit Groningen.  

De vragenlijsten worden door de ouders/verzorgers ingevuld en zijn gericht op het opsporen van probleemgedrag bij jonge kinderen, zoals moeilijk contact kunnen maken, hyperactiviteit, angst, agressiviteit, moeilijke omgang met leeftijdsgenoten, en teruggetrokken gedrag.

Vroegopsporing

Jeugdartsen en verpleegkundigen van de JGZ zien bijna alle kinderen van 0-4 jaar op consultatiebureaus. Door hun regelmatige contacten met ouders en kinderen zijn zij heel belangrijk voor de vroegopsporing van psychosociale problemen bij kinderen. Die vroegopsporing bij jonge kinderen kan nog steeds beter. Een aantal eerdere pogingen om landelijk tot een betere opsporing te komen had onvoldoende succes, stelde Theunissen vast.

Validiteit van de vragenlijsten

In haar onderzoek vergeleek Theunissen verschillende vragenlijsten met elkaar. “Een vragenlijst moet goed onderscheid kunnen maken tussen gewoon en afwijkend gedrag”, vertelt Theunissen. Ze gebruikte gegevens van een groot aantal consultatiebureaus in Nederland. Daarmee stelde ze vast welke vragenlijsten psychosociale problemen goed kunnen meten en ging ze na in hoeverre het gebruik van deze vragenlijsten de opsporing bij 0-4 jarigen door de JGZ kan verbeteren.

Implementatie

Theunissen adviseert op basis van haar resultaten de vragenlijsten die het best uit haar onderzoek komen landelijk in de JGZ te implementeren. Daarmee kunnen kinderen van 2-4 goed worden onderzocht. Theunissen concludeert dat de JGZ bij de signalering niet alleen kan vertrouwen op het klinisch oordeel van de Jeugdarts of verpleegkundige, maar daarvoor goede, gevalideerde vragenlijsten moet gebruiken. Tegelijkertijd stelt Theunissen ook vast dat voor kinderen van 6 en 14 maanden geen van de onderzochte vragenlijsten de opsporing verbeterde.

Curriculum Vitae

Meinou Theunissen (Horn, 1981) studeerde Psychologie aan de Universiteit Maastricht. Zij werkt als onderzoeker bij TNO in Leiden, afdeling Child Health. Theunissen voerde het onderzoek uit onder begeleiding van prof.dr. S.A. Reijneveld, hoofd van de afdeling Gezondheidswetenschappen van het UMCG en wetenschappelijk adviseur van TNO, en dr. A.G.C. Vogels van TNO, afdeling Child Health. Het onderzoek werd gefinancierd door ZonMw. De titel van haar proefschrift is “The early detection of psychosocial problems in children aged 0-6 years by Dutch preventive child healthcare: professionals and their tools.”

Noot voor de pers

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de persvoorlichters van het UMCG, bereikbaar op telefoonnummer (050) 361 22 00. Persberichten van het UMCG zijn ook te raadplegen opwww.umcg.nl.

Laatst gewijzigd:15 september 2017 15:32
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws