Skip to ContentSkip to Navigation
ActueelNieuwsberichten

Prof.mr.dr. Fokko Oldenhuis: 'PVV-politicus Wilders toonbeeld van verwerpelijke intolerantie'

PVV-politicus Geert Wilders moet 20 januari 2010 voor de rechtbank in Amsterdam verschijnen omdat hij opzettelijk moslims heeft beledigd en een haatprediker is, zo staat in de aanklacht. 'Een mokerslag voor vrijheid van meningsuiting', vindt Wilders zelf. Onjuist, zegt RUG-hoogleraar Religie en Recht Fokko Oldenhuis. “Wilders overschrijdt onmiskenbaar de grenzen van de wet.”

Wilders doet niet alleen aan haatzaaien en beledigen van moslims wegens hun godsdienst, hij discrimineert bovendien. Tevens discrimineert hij niet-westerse allochtonen of Marokkanen vanwege hun ras en zet hij aan tot haat jegens hen. Dit staat allemaal in de 21-pagina's tellende dagvaarding. Daarin wordt een reeks voorbeelden genoemd van uitlatingen van Wilders in de media, op de site van zijn partij en in Wilders' film Fitna.

“Die dagvaarding is volkomen terecht”, stelt Oldenhuis. “De samenleving is zelfs verplicht op te treden, want in zijn teksten brengt Wilders fundamentele rechten, zoals de vrijheid van meningsuiting in het geding. Want die rechten, ook als het grondrechten zijn, moeten  paradoxaal genoeg wel worden begrensd. Gebeurt dat niet, dan kan het ertoe leiden dat anderen in hun bestaan worden bedreigd. Dat is precies wat hier aan de hand is. De eigen vrijheid die Wilders wenst te hebben gunt hij niet aan een ander.”

Dat Wilders zich voor zijn uitlatingen voor de rechter dient te verantwoorden is juridisch gezien volledig juist, aldus hoogleraar Oldenhuis. “Wilders' optreden is fundamenteel strijdig met de joods-christelijke traditie”, legt Oldenhuis uit. “Ons land is van oudsher een gastvrije schuilplaats geweest voor andersdenkenden. Denk maar aan de Spaans-Portugese joden, eind zestiende eeuw in Amsterdam.” Oldenhuis wijst erop dat deze traditie terug gaat tot de beginselen van de stichting van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Toen is vastgelegd dat niemand in Nederland om zijn religie zal worden vervolgd (art. XIII Unie van Utrecht). “Het vormt een van de pijlers onder de Nederlandse samenleving”, onderstreept Oldenhuis.

Optreden

De hoogleraar wijst erop dat Wilders met zijn uitspraken juist uit is op strafvervolging van andersdenkenden. Oldenhuis verwijst naar uitspraken van de politicus die ook in de dagvaarding aan de kaak worden gesteld. Zo zei Wilders in de Volkskrant (8 augustus 2007) onder meer: 'Als moslims hier willen blijven wonen, dan moeten ze de helft uit de Koran scheuren en weggooien', in hetzelfde stuk stond: ‘De Koran is het Mein Kampf van een religie die beoogt anderen te elimineren’, en: ‘Een verbod is een verbod. Dus moet niet alleen de verkoop [van de Koran], maar ook gebruik in moskeeën en bezit in de huiselijke kring worden bestraft. Als dat in de huidige wetgeving niet kan, moet er een nieuwe verbodsbepaling komen’.

“Vooral die laatste uitspraak heeft mij ontzet”, aldus Oldenhuis. “Maar alle drie citaten zijn onmiskenbaar toonbeelden van verwerpelijk intolerantie. Dat wil zeggen dat Wilders zijn medemens niet de vrijheid van een ander geloofsstandpunt gunt. Daar moet tegen worden opgetreden, want een burger is hiermee zelfs in zijn eigen huis niet meer veilig.”
Wilders' roep om nieuwe strafwetten ter bestrijding van het bezit van de Koran, wordt door Oldenhuis weggehoond: “Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zal dat soort wetgeving meteen terugfluiten. Wilders wordt op dit punt niet gehinderd door enige kennis van zaken”.

Onterecht bezwaar

De advocaat mr. Bram Moszkowicz van de controversiële politicus heeft beroep aangetekend tegen een deel van de dagvaarding. Wilders zou geen 'groep' beledigd hebben. Moszkowicz verwijst daarbij naar een recente uitspraak van de Hoge Raad  waarin het rechtsorgaan onderscheid maakt  tussen het beledigen van een godsdienst en het beledigen van de aanhangers van een godsdienst. Dat laatste mag niet.
Dat arrest ging over een spandoek waarop onder meer stond: 'Stop het gezwel dat islam heet, Theo is voor ons gestorven...'. De spandoekmaker werd door de Hoge Raad vrijgesproken.

Oldenhuis: “De Wilders-procedure draait deels om de vraag of alleen de islam of ook de islamieten worden beledigd. Uiteraard is kritiek op een godsdienst geoorloofd en die kritiek mag ook hard zijn. Maar iedere anti-judaïst bijvoorbeeld is daarom nog geen antisemiet. Die kwestie vormt ook in deze zaak een lastige afweging. Maar ik stel dat Wilders hier bewust en structureel een grens over gaat en dat daarom het bezwaar van de raadsman geen stand houdt.”

De hoogleraar verwijst naar onder meer het eerder genoemde 'Mein Kampf'-citaat: “Dat roept zo zeer associaties op met het ausradieren van een bevolkingsgroep, dat de lijn tussen godsdienst en de mensen als aanhangers van die godsdienst zodanig vervaagt, dat een grens wordt overschreden.”

Oldenhuis roept in herinnering dat de strafbepalingen over haatzaaien, in 1934  in de wet werden opgenomen om met name joden te beschermen, als reactie op gebeurtenissen in Duitsland. “Dat is veelzeggend”, betoogt Oldenhuis. “Ik ben voorzichtig met het trekken van parallellen, maar het ontstaan van die wetten had een duidelijke politieke achtergrond.”

Contact:

Prof.mr.dr. F.T. Oldenhuis

Laatst gewijzigd:04 juli 2014 21:18
printOok beschikbaar in het: English

Meer nieuws